Pensioenfonds ziet niets in steun industrie; Risicovol krediet overbodig

DEN HAAG, 18 JUNI. Een groot aantal ondernemingspensioenfondsen doet niet mee aan het industriefonds dat minister Andriessen (economische zaken) heeft gesticht. Deze faciliteit is bedoeld om middelgrote en grotere bedrijven risicodragende financieringen te verstrekken.

Dit fonds had er, als het aan de minister had gelegen, vorige maand al moeten zijn. De gesprekken met de participanten duren langer dan gehoopt. Het departement gaat er niettemin vanuit dat de faciliteit er wel komt.

De ondernemingspensioenfondsen hebben wel geruime tijd overlegd met het ministerie van economische zaken. Maar volgens de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) zijn ze tot de conclusie gekomen dat de industriefaciliteit overbodig is. De fondsen delen de stelling niet dat in Nederland een tekort is aan risicodragend kapitaal, maar menen dat er eerder een gebrek aan goede beleggingsmogelijkheden bestaat. De overheid kan daarom beter de voorwaarden voor investeringen in de marktsector verbeteren, aldus de OPF, in plaats van een faciliteit te stichten waaruit mogelijk commercieel onverantwoorde projecten worden gefinancierd. Een ander bezwaar is dat de deelnemers aan het fonds niet individueel kunnen beslissen over de vraag of ze per project aan de financiering meedoen. Ook vindt het OPF de rol van de Nederlandse Investeringsbank (NIB) onduidelijk.

Andriessen had erop gerekend dat de pensioenfondsen 200 miljoen gulden in het fonds zouden storten, een zelfde bedrag als de banken en de verzekeringsmaatschappijen hebben toegezegd. Er zijn wel toezeggingen binnen van grote pensioenfondsen als het ABP (ambtenaren) en het PGGM (zorgsector). Ook het ministerie zelf draagt 200 miljoen gulden bij, terwijl de NIB tien procent aan het totaal toevoegt. Daarom achtte de minister een faciliteit van zeker 880 miljoen gulden haalbaar, zo liet hij de Tweede Kamer eerder dit jaar weten.

Het ministerie gaat er nog steeds vanuit dat dit bedrag binnen moet kunnen komen. Zouden de ondernemingspensioenfondsen (van grote bedrijven als Akzo, Hoogovens, Philips, Shell en Unilever) wel meedoen, dan kwam er voor de industriefaciliteit meer dan één miljard gulden beschikbaar.