Oppositie beschuldigt regering van verkiezingsstunt; Parlement Zuid-Afrika voor weer uitvoeren doodstraffen

JOHANNESBURG, 18 JUNI. Het Zuidafrikaanse parlement, waarin zwarten niet zijn vertegenwoordigd, heeft zich gisteren uitgesproken voor het weer uitvoeren van de doodstraf.

Met 125 tegen 54 stemmen sprak het parlement van blanken, kleurlingen en Indiërs zich uit voor het voorstel van de regering-De Klerk om het moratorium op executie van ter dood veroordeelden op te heffen.

De uitslag betekent niet dat Zuid-Afrika de galg meteen weer gaat gebruiken. De regering zal de doodstraf bespreken in de lopende onderhandelingen over een nieuwe grondwet. De meeste zwarte partijen, inclusief het Afrikaanse Nationale Congres, zijn tegen de doodstraf. Nu de macht in feite is verschoven naar de meer-partijenonderhandelingen, had het debat nog maar een beperkte betekenis. De oppositie beschuldigde de regering daarom van een “verkiezingsstunt”, bedoeld om de sentimenten van de blanke aanhang te bespelen.

Het debat had plaats op initiatief van de regering. President De Klerk kondigde in februari 1990 het moratorium af, toen hij de onderhandelingen opende met de zwarte oppositie over een nieuwe, non-raciale grondwet. In maart dit jaar vroeg hij om een uitspraak van het parlement over herinvoering van de doodstraf wegens de golf van geweld en criminaliteit in het land. Parlementariërs kregen de vrijheid naar eigen geweten te stemmen - een uitzondering op de rigide fractiediscipline binnen de regerende Nationale Partij.

De stemming in het parlement was geen verrassing. Alleen het Huis voor Indiërs stemde tegen het voorstel (8-14). Conservatieve blanken zijn voorstander van de doodstraf. Veel parlementariërs staan onder druk van hun kiezers, die blijkens opininiepeilingen in overgrote meerderheid executies steunen, om de enorme stijging van geweld te bestrijden. Zij zien de doodstraf als middel om criminelen af te schrikken. Vorig jaar werden in Zuid-Afrika 20.000 moorden gepleegd. Op een bevolking van ruim 22 miljoen (minus de etnische "thuislanden') is het land daarmee een van de koplopers in de wereld.

Organisaties voor de rechten van de mens en zwarte politieke partijen buiten het parlement hebben de afgelopen weken fel geprotesteerd tegen opheffing van het moratorium, dat zij beschouwden als een voorbode van definitieve afschaffing van de doodstraf in een nieuwe grondwet. De critici verzetten zich niet alleen tegen het principe van executie als straf, maar vooral tegen de legitimiteit van "het apartheidsparlement' om een jaar voor de eerste algemene verkiezingen een dergelijk besluit te nemen. Het ANC riep president De Klerk deze week op “te stoppen met levens van zwarten te spelen alleen om in de gunst van blanke kiezers te komen”.

Het ANC wees erop dat de overgrote meerderheid van de geëxecuteerden, onder wie veel anti-apartheidsstrijders, in het verleden zwart was. “Het was een blanke regering die apartheidswetgeving gebruikte om honderden zwarten op te hangen die geen stemrecht hadden.” Van 1980 tot de afkondiging van het moratorium werden in Zuid-Afrika 1.122 mensen opgehangen in de Centrale Gevangenis van Pretoria. Op dit moment zitten 296 mensen in de dodencel. Voor zestig van hen zijn de beroepsmogelijkheden uitgeput.

Oud-gevangenen die door politieke amnestie de galg ontliepen, vertelden de afgelopen weken in de media ijzingwekkende verhalen over de atmosfeer in de dodencellen. Ze kregen in hun afschuw over de doodstraf steun uit zeer onverwachte hoek. De ultra-rechtse moordenaar Barend Strydom, die in 1988 zeven zwarten in koelen bloede op straat in Pretoria doodschoot, verklaarde in een krant tegen de doodstraf te zijn wegens zijn ervaringen in de gevangenis. De regering liet deze leider van de racistische splinter "Wit Wolwe' vorig jaar vrij in het kader van een brede amnestie voor politiek genspireerde misdaden. Het voltrekken van een doodvonnis “was in de cellen te horen en fysiek aan de muren te voelen”, aldus Strydom. De staat mag moord niet met moord vergelden, meent hij.