Ongenaakbare In 't Veld stijlvol tenonder

DEN HAAG, 18 JUNI. In de Troelstra-zaal van het Tweede-Kamergebouw vond staatssecretaris R.J. in 't Veld gisteren, na acht dagen, zijn Waterloo. Over zijn aftreden was in de wandelgangen al druk gespeculeerd, omdat hij 's middags opnieuw met partijleider Kok en minister Ritzen (onderwijs) een gesprek had gevoerd. 's Ochtends had hij op het ministerie van Financiën al urenlang met beide partijgenoten gesproken, die toen lieten weten dat ze hem niet lieten vallen. Veel Kamerleden dachten dan ook dat het zo'n vaart niet zou lopen toen In 't Veld als een ongenaakbaar generaal langs het borstbeeld van Joop Den Uyl de Troelstra-zaal binnenschreed.

Zijn maidenspeech bleek na enkele zinnen zijn afscheidsrede te worden. De dialoog over de verhouding tussen het private en publieke domein in het onderwijs “had ik op de plaats waar ik nu nog zit graag gevoerd”. In 't Veld, ex-hoogleraar bestuurskunde die het landsbestuur slechts acht dagen diende, nam afscheid in theatrale stijl, waarbij zijn ironie soms overging in sarcasme en zijn ijdelheid in hoogmoed. Zijn prestaties als wetenschapper waren bovengemiddeld, zei hij, en hij had de belastingbetaler niet geschaad met zijn bijbaantjes.

Ondanks zijn eigen wens om door te gaan, trad In 't Veld af omdat zijn eigen minister hem had laten vallen. “Ik hoop dat er nog leven is na de politieke dood”, klonk het onzeker. Leden van de vaste Kamercommissie - die om opheldering had gevraagd over zijn bijbaantjes - keken hem stomverbaasd aan. VVD'er Franssen kon zijn aanval achterwege laten, D66-collega Nuis had het aftreden niet verwacht, CDA'er Lansink, die zijn inbreng al had rondgedeeld, evenmin.

De bestuurskunde-expert In 't Veld toonde zich verbaasd over de “interactie” van media en politiek op het Binnenhof. “De politieke agenda wordt in evengrote mate gevormd door percepties van politici over wat er omgaat in de media.” Voor politici die hun agenda door anderen laten bepalen heeft hij weinig waardering, en in de media ziet hij “ratten uit de holen die de partij een loer willen draaien”. Hij beklaagde zich erover hoe zijn arbeidsverleden onder “het vergrootglas van de poltieke subcultuur in Den Haag” was gelegd. “Sarcasme is hier de hoogste aantijging”, zei In 't Veld over de "cultuurkloof' die hem van het politieke bedrijf in de residentie scheidt.

Het korte politieke leven van de staatssecretaris begon na de val van staatssecretaris E. ter Veld (sociale zaken), die aftrad wegens “communicatiestoornissen” met haar fractie. Haar opvolging moest snel worden geregeld, want de PvdA-top wilde het Kamerdebat beginnen met een nieuwe staatssecretaris. Haast zette de besluitvorming onder druk. Staatssecretaris Wallage (onderwijs) was zijn loopbaan als bewindsman zonder averij doorgekomen. Weliswaar was Wallage wat ijdel - en boterde het ook niet echt tussen hem en Ritzen - maar hij was ook behendig, communicatief genoeg voor de fractie en herkenbaar voor de achterban. In het weekeinde na het aftreden van Ter Veld kwam Kok, op sterk aandringen van partijvoorzitter Rottenberg, tot een akkoord met Wallage. Op Sociale Zaken kwam een "herkenbaar' PvdA-gezicht, volgens fractieleider Wöltgens een van “de grootste talenten” die de sociaal-democratie in huis heeft.

De benoeming van een nieuwe staatssecretaris op Onderwijs was politiek van minder belang en leek een formaliteit in de schaduw van de nieuwe post die Wallage kreeg. Wallage maakte zich sterk voor In 't Veld, Kok stemde in na enkele gesprekken dat weekeinde en minister Ritzen ging ook akkoord, al moest hij een deel van zijn portefeuille prijsgeven. Maandag 7 juni wilde de partijtop het nieuwe duo presenteren als teken van besluitvaardigheid. In 't Veld, die “vijf kwartier bedenktijd” had gevraagd, stemde in met een overstap waarvan hij naderhand zegt: “Ik heb bij mijn aantreden niet goed nagedacht”. Ritzen had de komende bewindsman nog diezelfde dag telefonisch gevraagd of hij enige moeilijkheden voorzag met de bijbaantjes die de hoogleraar vervulde. “De heer In 't Veld heeft toen nadrukkelijk gezegd: nee”, aldus Ritzen gisteren. Hij gaf echter tegelijk toe zelf ook een “taxatiefout” te hebben gemaakt.

Partijleider Kok presenteerde het duo Wallage-In 't Veld nog diezelfde middag in de fractiezaal van de PvdA als “kwaliteitsimpuls” en “investering”. Wallage ging voortvarend te werk, hij kwam met bijstellingen van beleid om jegens de PvdA-fractie “communicatief” datgene te doen wat Ter Veld naliet.

In 't Veld kwam niet aan besturen toe. Kort na zijn aantreden werd hem al duidelijk dat het weekblad Vrij Nederland met een belastend artikel zou komen over zijn arbeidsverleden als "hoogleraar-zakenman'. Enig strafbaar feit kon hem niet voor de voeten worden geworpen, maar de “politieke geloofwaardigheid” van de nieuwe bewindsman en zijn partij zouden sterk onder druk komen te staan. Het beeld van een “bijklussende hoogleraar” in een sociaal-democratische partij die kort op de WAO en Bijstand zou uiterst schadelijk zijn.

In 't Veld zag de bui hangen. Dinsdagochtend vroeg belde hij partijleider Kok, tijdens diens bezoek aan de Oekraine, in Kiev. Kok kreeg te horen dat zijn als kwaliteitsimpuls aangeprezen staatssecretaris in de knel zou komen met diens bijbaantjes, een verschijnsel dat Kok zelf fel had gehekeld. 's Middags, toen Kok in Jalta verbleef, belde In 't Veld opnieuw: de partijleider wist dat bij zijn terugkeer in Nederland de PvdA weer in rep en roer zou zijn.

Niet bekend

Bij het tweede gesprek dat gistermiddag op financiën rond vier uur begon, werd het Kok snel duidelijk dat In 't Veld niet meer de steun had van Ritzen. Kok bewilligde in het vertrek van de staatssecretaris. Langer aanblijven zou voor In 't Veld een publicitaire martelgang zijn geweest en voor de PvdA een blok aan het been. Na zessen kwam In 't Veld de Troelstra-zaal binnen om politiek stijlvol te sterven.

    • Derk-Jan Eppink