Oeroeg

In zijn column van vrijdag jl. ontpopt Rudy Kousbroek zich als filmexpert en leverde een vlammende en gerichte kritiek op het door mij geschreven scenario van de film Oeroeg.

Daarbij gaat hij uit van de weliswaar vleiende maar helaas naëve gedachte dat hetgeen een scenarioschrijver geschreven heeft ook daadwerkelijk verfilmd wordt. Of omgekeerd dat hetgeen te zien en te horen is in de film ook letterlijk zo op papier heeft gestaan. Dit nu verschilt van film tot film, kan ik hem verzekeren. Filmmaken is een proces dat via vele schijven gaat, waardoor een scenario "herschreven' wordt door acteurs, regisseur, cameraman, montageman, componist, producent, distributeur, weersomstandigheden etcetera... Mijn positie als scenarioschrijver is in dit specifieke geval niet veel anders geweest dan die van de oorspronkelijke auteur Hella Haasse, met dit verschil dat haar tekst ten opzichte van de film verifieerbaar is en de mijne niet. Desgewenst wil ik Kousbroek met alle liefde inzage geven in de diverse door mij geschreven scenarioversies. Maar enkele voorbeelden wil ik hem niet onthouden, zonder daarbij overigens de indruk te willen wekken dat ik mij van de film distantieer, die ik belangrijk vind, integer gemaakt en waarvoor ik mij niet hoef te schamen.

Rudy Kousbroek rept van poppenkast-dialogen als Johan in Batavia zijn familie en bekenden ontmoet. Als hij mijn laatste versie dd. oktober 1991 wil lezen, zal hij zien dat Johan niet eens een ontmoeting met zijn vaders vrienden en familie heeft, laat staan dat ze iets tegen elkaar zeggen.

Het briefje waarmee Johan naar Oeroeg gelokt wordt, maar dat nooit door Oeroeg geschreven kan zijn, bevat absoluut niet de bovennatuurlijke zinsnede 'op de bekende plaats aan het meer' maar gewoon heel concreet 'bij de steiger aan het meer'.

Dat Lida in 1938 in een flash-back zegt "voor de zaak Indonesië' gekozen te hebben, zult u in geen van de scenarioversies ook maar in de verste verte tegenkomen. Evenmin de uitgesproken nationalistische teksten en liederen van Oeroeg. Dat Lida's stem zo specifiek is en dus via de radio door Johan uit duizenden herkend zou kunnen worden, is dat nu een scenarioprobleem? Deze vraag is voor uw kersverse filmexpert.

Dan signaleert de heer Kousbroek een inconsequentie: Lida-weet-waar- Oeroeg-is-maar-zegt-het-niet-tegen- Johan. Wat zou het leven simpel en de film kort zijn, als iedereen begon met elkaar meteen de waarheid te vertellen. Dat Lida dubbelspel speelt en daardoor diverse redenen heeft om Johan niet meteen het achterste van haar tong te laten zien, is Kousbroek toch niet ontgaan?

Voor Kousbroeks grootste bezwaar ten aanzien van het scenario, namelijk de kwestie van het horloge, draag ik met grote overtuiging de volledige verantwoordelijkheid, en ook dit wil ik desgewenst met plezier in een separaat schrijven aan hem toelichten. Ik verklap vast dat deze ingreep onder andere te maken heeft met de noodzaak vanwege de uitbreiding van het heden-verhaal ook een "ontknoping' in dat heden te hebben, en het liefst een die voortvloeit uit het verleden. Dit om te verhinderen dat je 120 pagina's lang met twee losse veters (Oeroeg en Johan) van nota bene twee verschillende schoenen (heden en verleden) zit.

Maar Kousbroeks conclusie uit deze ingreep, namelijk dat ik de naam en faam van een ander misbruik voor eigen gegraai en gewin, is niet alleen boosaardig en onjuist maar erger nog buitengewoon onnozel. Niet alleen had hij in mijn interview kunnen lezen dat ik na Oeroeg samen met Hella Haasse tot beider enthousiasme een vijfdelige televisie-serie naar aanleiding van haar roman Bentinck heb geschreven, ook uit diverse andere publikaties met Hella Haasse had hij kunnen concluderen dat het scenario, inclusief "horloges' en andere veranderingen, nergens datgene heeft aangetast waar het haar als auteur met de novelle om te doen is geweest.

Tot slot, dat uw filmexpert mij omschrijft als 'de golden boy, wonderdokter van het scenario en de redder van de Nederlandse film' doet mij blozen. Gelukkig heeft hij meer verstand van Indië....

Naschrift Rudy Kousbroek

Mijn kritiek betrof degene die verantwoordelijk is voor het scenario van de filmzoals ik die gezien heb; als Van de Velde dat niet is, dan heeft hij met dat interview van 4 Juni een goede kans voorbij laten gaan om dat duidelijk te maken. Er was daar integendeel in zoveel woorden sprake van het definitieve scenario dat hij toegestemd had te schrijven; als het dat niet geworden is valt dat nergens uit op te maken. Een van de dingen waar ik mij aan ergerde was juist dat hij voortdurend sprak ("In Oeroeg heb ik dit en dat willen doen, in Oeroeg heb ik willen laten zien dat...') alsof het over een eigen werk ging.

Dat geldt dan toch in elk geval voor het horlogethema; daarover schrijft Van de Velde nu iets heel anders; in het interview zei hij: "Het begon er mee dat ik de passage in het boek niet begreep' (etc. etc.) - waarop ik liet zien dat die "passage' in het hele boek niet voorkomt. Het zou passend zijn geweest als hij daar nu iets over had gezegd. Dat er een noodzaak was voor een ontknoping wil ik graag geloven, maar ten eerste is dat een heel ander argument en ten tweede is ook dat geen rechtvaardiging voor die horlogegeschiedenis, waarmee naar mijn inzicht een essentieel gegeven van het oorspronkelijke verhaal op ontoelaatbare wijze werd veranderd en getrivialiseerd; daarover gaat volgens mij het werkelijke verschil van mening. Vanzelfsprekend ben ik bereid dat nader toe te lichten.