Novelle van Pascal Quignard; Ik verkies het licht boven het goud

Pascal Quignard: Geen ochtend ter wereld. Vertaald door Marianne Kaas. Uitg. Van Oorschot, 78 blz. Prijs ƒ 24,90, geb. ƒ 37,50.

In 1987 schreef Pascal Quignard La leçon de musique. Een essay over de stemwisseling die jongens doormaken in hun puberteit. Het verlies van hun kinderstem, en daarmee zowel van een instrument als van een vertrouwde fysieke eigenschap, is een verlies waarvoor alleen de muziek compensatie kan bieden. Voor Quignard verklaart dat waarom bijna uitsluitend mannen componeren.

Het eerste deel van het essay gaat over Marin Marais. De kleine Marin was vanaf zijn zesde jaar koorknaap in het koor van de koning. In 1672 werd hij weggestuurd uit het klooster van Saint-Germain-l'Auxerrois omdat hij de baard in de keel kreeg en hij werd de leerling van monsieur de Sainte Colombe, die bekend stond als de meest virtuoze gambist van zijn tijd. Maar al na een half jaar keerde hij terug en op zijn 23ste werd Marais benoemd tot Ordinaire de la chambre du Roy.

De beelden die de weinig bekende feiten bij Quignard hebben opgeroepen, gevoegd bij de ontdekking van enkele prachtige composities van Sainte Colombe in 1966, hebben hem vanuit zijn essay over de stemwisseling tot een meesterlijke novelle gebracht. In Geen ochtend ter wereld is de leraar de hoofdfiguur geworden. Sainte Colombe is een sobere, gesloten man, aanhanger van het jansenisme, weduwnaar geworden toen zijn dochtertjes twee en zes jaar oud waren. Sindsdien leeft hij met de beide kinderen in afzondering in zijn huis aan de Bièvre, twee uur buiten Parijs. Vanwege zijn virtuoze, door de hovelingen zeer bewonderde gambaspel, wil Lodewijk XIV hem naar het hof halen. Sainte Colombe wijst het verzoek af. Streng wordt hij erop gewezen dat de wens die Zijne Majesteit te kennen geeft een bevel is.

Het antwoord dat Quignard de musicus in de mond legt is prachtig, en zegt meer dan alle karakterbeschrijvingen: "Mijn eenkennigheid is zo groot, mijnheer, dat ik meen alleen mijzelf toe te behoren. (-) Ik verkies het licht van de ondergaande zon boven het goud dat hij me in het vooruitzicht stelt.'

Er is bijna geen groter contrast denkbaar dan tussen deze steile man en de wereldse Marais, die haakte naar roem. Quignard heeft hun ontmoeting verbeeld, in een taal die ontroert als de muziek die in de tekst centraal staat.

Ik heb de film die naar het boek is gemaakt, en die in Frankrijk een groot kassucces was, niet gezien. Ik aarzel tussen "niet' en "nog niet'. Quignard schrijft niet alleen muzikaal, maar ook filmisch. De zevenentwintig zeer korte hoofdstukken volgen elkaar op als scènes, ook met vooruit- of terugblikken in de tijd. Emoties worden vrijwel alleen met uiterlijke kentekenen aangegeven. Sainte Colombe, zijn twee dochters en Marais worden rood of bleek, beven of schreeuwen, en de drift van Sainte Colombe uit zich in het feit dat hij de gamba van Marais stukslaat op de schoorsteenmantel. Tegelijkertijd balanceert Quignard in een uitgekiend evenwicht van woorden op de rand van wat in de sfeer van het verhaal acceptabel is. De verschijning van zijn overleden vrouw, die Sainte Colombe oproept door zijn muziek, is in het boek overtuigend. Waarom? Omdat de tekst voelbaar maakt wat Quignard schrijft in La leçon de musique: "Elke klank (van een snaarinstrument) wekt op uit de dood, geeft het wonder van de adem terug aan lichamen waaruit de adem is verdwenen.' Verdraagt een dergelijke ijlheid het gematerialiseerd te worden op het witte doek? Elke concretisering van de verstilde manier waarop Quignard beschrijft hoe Sainte Colombe met zijn muziek de verschijning van zijn dode vrouw oproept, lijkt mij het gevaar van banalisering in zich te bergen.

Koorknapenstem

Marin Marais is een jongen van zeventien als hij Sainte Colombe komt vragen of hij diens leerling mag worden. Het onherstelbare verlies van zijn koorknapenstem, een tien jaar lang gekoesterd instrument, is het grote verdriet in zijn leven. "Over de Seine lag een weids, zwaar nazomerlicht, vermengd met rode nevel. Hij snikte en liep langs de oever, terug naar het huis van zijn vader. Hij schopte naar de varkens, de ganzen, de kinderen die speelden in het gras en de gebarsten modder van het strand, botste overal tegenaan.' En om zich te wreken voor de stem die hem in de steek gelaten had, zwoer hij dat hij een beroemd musicus zou worden. Zo kwam hij bij de man die de faam had een instrument te hebben ontworpen dat over alle mogelijkheden van de menselijke stem beschikte: "die van een kind, die van een vrouw, die van een man die, na het breken, dieper wordt.' Maar Sainte Colombes hartstocht voor de muziek had een andere drijfveer: muziek diende niet voor het genoegen van de koning, of om te dansen, maar om stem te geven aan alles wat onuitspreekbaar is tussen leven en dood.

Quignard is een meester in het oproepen van beelden die je bijblijven. In weinig woorden zet hij op een onvergetelijke manier beide musici neer, in hun tijd en in hun passie. Zijn grootste kracht als schrijver ligt naar mijn oordeel dan ook hier, in zijn novellen en essays, hoewel hij in Frankrijk ook succesrijk is met zijn grotere romans als Le salon de Wurtemberg en Les escaliers de Chambord.

Uitgeverij Van Oorschot brengt Geen ochtend ter wereld als een van de eerste uitgaven in een nieuwe reeks: de Franse Bibliotheek. De keuze van de hedendaagse titels in deze reeks getuigt van een zorgvuldige selectie uit het actuele Franse aanbod. Er is dan ook alle reden met belangstelling uit te kijken naar het vervolg van de reeks.