Na staatssecretariaat van 8 dagen; In 't Veld vertrekt, PvdA in problemen

DEN HAAG, 18 JUNI. PvdA-staatssecretaris R.J. in 't Veld (onderwijs) heeft gisteren ontslag genomen op aandringen van zijn minister Ritzen (PvdA). Ritzen vreesde dat het aanblijven van In 't Veld zo veel ophef om diens persoon zou veroorzaken dat de staatssecretaris “niet meer aan zijn werk zou toekomen”. Door het vertrek van de staatssecretaris is de PvdA verder in de problemen geraakt.

PvdA-leider Kok respecteerde het besluit van In 't Veld, nadat hij aanvankelijk zijn steun had uitgesproken voor zijn aanblijven. De fracties van CDA en PvdA beklemtonen dat de coalitie geen gevaar loopt door het aftreden. In 't Veld sprak over een “nachtmerrie-achtige periode van twaalf dagen”, die nu achter hem ligt.

CDA-fractieleider Brinkman zei bezorgd te zijn door de gebeurtenissen, waarbij hij ook de problemen rondom CDA-minister Maij (verkeer en waterstaat) betrok. De PvdA zal voor de post van In 't Veld een nieuwe kandidaat voordragen. Eerder was overwogen om Ritzen de laatste elf maanden van de kabinetsperiode zonder staatssecretaris te laten functioneren. Omstreeks het middaguur was er nog geen nieuwe kandidaat bekend.

Ritzen heeft zich bij zijn advies aan In 't Veld laten leiden door de verwachting dat “de maatvoering en de omvang” van de neven-activiteiten van In 't Veld toen hij hoogleraar was zouden leiden tot grote problemen voor diens geloofwaardigheid. De oppositie noemde het opstappen van de staatssecretaris politiek omvermijdelijk. De PvdA-fractie respecteert het besluit van In 't Veld. CDA-Kamerlid A. Lansink noemde het vertrek “verstandig”. PvdA-leider Kok zei gisteravond laat: “Als ik dit een paar weken geleden geweten had, had ik hem niet gevraagd.” Zowel Ritzen als Kok ontkenden donderdag dat de PvdA door de affaire-In 't Veld gezichtsverlies heeft geleden. “Het is absoluut niet gênant, zolang het volk het niet gênant vindt”, aldus Kok. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens wilde gisteravond niet reageren.

Het vertrek van de PvdA-bewindsman, vorige week beëdigd als opvolger van J. Wallage, die staatssecretaris werd op het ministerie van sociale zaken, kwam gistermiddag als een verrassing. Eerder op de dag had PvdA-leider en vice-premier Kok zijn steun voor de staatssecretaris uitgesproken die in opspraak was geraakt wegens de bijbaantjes die hij als hoogleraar had. “Als jij vindt dat we door moeten gaan, gaan we door”, zei Kok tegen In 't Veld. Ook premier Lubbers steunde In 't Veld, die zelf aanvankelijk niet van plan was af te treden omdat hij vond dat de ophef om zijn persoon wel zou meevallen. “Majeure risico's zijn er niet, want ik ben van oordeel dat er buitengewoon netjes gehandeld is”, zei In 't Veld over zijn verleden tijdens het overleg met de Kamer waarin hij zijn aftreden aankondigde.

Het overleg was door de oppositie aangevraagd naar aanleiding van In 't Velds omstreden opmerkingen en verleden als hoogleraar. In 't Veld werd in de korte tijd (acht dagen) dat hij staatssecretaris is geweest, achtervolgd door twee affaires. Vlak voor zijn aantreden heeft hij in het openbaar scherpe kritiek geuit op het hoger-onderwijsbeleid in het algemeen en de rol daarbij van het parlement in het bijzonder.

Pag.3: "Nevenfuncties geen geheim'

Afgelopen woensdag vestigde een artikel in Vrij Nederland de aandacht op In 't Velds omvangrijke nevenactiviteiten naast zijn baan als hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit. Vooral het feit dat hij full time betaald werd maar niettemin toestemming had om een dag per week voor eigen rekening te werken, leidde tot ophef in het parlement en in de media. Als verantwoordelijke bewindsman voor het hoger onderwijs had In 't Veld juist een regeling moeten instellen om het "bijklussen' door hoogleraren te beteugelen.

Het "overleg' met de Kamer van gisteren bestond uit een half uur durende rede, waarin In 't Veld zijn aftreden aankondigde en uiteenzette dat er over zijn nevenactiviteiten “nooit enige geheimzinnigheid” heeft bestaan en dat de lijst met zijn functies, inclusief zijn activiteiten voor zijn omstreden BV Bestuurlijk Advies, altijd openbaar is geweest. Hij zei dat zijn werkzaamheden ten behoeve van het onderwijs en onderzoek van zijn faculteit “volwaardig en bovengemiddeld” waren en hij voegde daar aan toe dat hij zich bij de werkverdeling zelfs nooit heeft beroepen op zijn recht om een dag per week voor eigen rekening te werken.

In 't Veld benadrukte dat Ritzen het zelfde oordeel had over de feiten: “er is niets verkeerds gebeurd, integriteit is niet in het geding”. Maar omdat Ritzen de toekomstige risico's voor In 't Velds functioneren te groot vond, besloot In 't Veld toch af te treden, ook al had hij aanvankelijk de hoop dat het overleg met de Kamer zou leiden tot “vertrouwensherstel, een stukje opbouw”. Wat betreft de risico's was hij “een beetje onzeker geraakt, omdat gebleken is dat mijn risico-inschatting in het recente verleden ook niet zo adequaat was.” Ritzen zei later op de avond dat voor hem de doorslag had gegeven dat hem in de loop van de dag “heel goed was gebleken dat er in omvang van de neven-activiteiten zich dusdanige risico's van politieke debatten zouden voordoen, die niet over het onderwijsbeleid zouden gaan”.

Toch speelde wel degelijk een inhoudelijke beoordeling van In 't Velds activiteiten een rol. Ritzen zei dat In 't Veld zich weliswaar nauwkeurig aan de afspraken met zijn universiteit had gehouden, “maar het zijn afspraken die niet door iedereen zullen worden gewaardeerd of zullen worden erkend als vanzelfsprekend in onze maatschappelijke omgeving”.

In een interview over de kwestie van de betaalde nevenactiviten van hoogleraren zei minister Ritzen een paar maanden geleden dat hij, toen hij zelf hoogleraar was, het "bijklussen' zag als “een probleem”. Maar eenmaal minister, aarzelde hij om om er iets aan te doen omdat “we de universiteiten al ontstellend veel vragen op op heel veel fronten, terwijl de budgettaire ontwikkelingen niet echt riant zijn.” Vice-premier Kok ging nog een stap verder in zijn afwijzing toen hij gisteren voor de radio zei dat In 't Veld zich weliswaar aan de regels van de universiteiten had gehouden maar “ik ben het niet eens met die regels”. Dit sloot aan bij eerdere opmerkingen van Kok dat "bijklussende' hoogleraren “de maatschappij over de kling jagen”.

In 't Veld betoogde gisteravond dat, als hij beleid had moeten maken inzake "bijklussende' hoogleraren, de universiteiten volledige vrijheid hadden gekregen om hun eigen regelingen in te stellen. “Dan kunnen ze kiezen voor hoogleraren die er in ieder geval altijd zijn of voor hoogleraren die vooral veel publiceren. Die keuze moeten autonome instellingen hebben.” Over de ophef rond het verschijnsel van de nevenactiviteiten zei hij verder: “Je zou het eigenlijk moeten omdraaien. Als een hoogleraar nooit meer een bijbaan zou nemen dan begint iedereen weer te klagen over het isolement van de wetenschap”.

In publicaties als hoogleraar heeft In 't Veld meermalen betoogd dat de scherpe scheiding tussen het publieke en het private domein in de moderne maatschappij niet langer houdbaar is. In werkelijkheid werken bijvoorbeeld veel universiteiten al op een "gemengde wijze', maar de regelgeving is daar nog niet op toegesneden. In 't Veld noemde zich gisteren dan ook een slachtoffer van “de tragische klem” waarin de politiek zich volgens hem op dit punt bevindt.