Michel Rio en de wetten van de roman; Eens zal de vlieger te pletter vallen

De Franse schrijver Michel Rio beseft dat de grote ideologieën uit het begin van deze eeuw voorgoed hebben afgedaan. Maar dat is nog geen reden om jezelf als schrijver tevreden te stellen met de rol van kroniekschrijver van het onbeduidende, vindt hij. Onlangs verscheen zijn roman "Faux pas', over een kille misdadiger-intellectueel, in een Nederlandse vertaling.

Michel Rio: Rêve de logique, Ed. du Seuil, 88 blz., Prijs ƒ 33,75

-: Misstap (Faux pas). Vertaald door Nelleke van Maaren. Uitg. Goossens, 113 blz. Prijs ƒ 27,50.

-: Tlacuilo. Ed. du Seuil, 199 blz. Prijs ƒ 38,25.

Marc Bloch: Apologie pour l'Histoire ou Métier d'Historien. Armand Colin, 1949.

Een van de beschouwingen die de Franse auteur Michel Rio onlangs bundelde onder de titel Rêve de Logique is een in 1987 gepubliceerd interview waarin hij zijn opvattingen over literatuur formuleert. “Ik zie drie voorwaarden”, aldus Rio, “waaraan je moet voldoen om een goede roman te kunnen schrijven: het hebben van kennis, verbeeldingskracht en gevoel voor de muziek van de taal. Kennis is noodzakelijk om een goed onderbouwde visie op de wereld te kunnen ontwikkelen, verbeeldingskracht om een intrige te kunnen bedenken waarin die visie getoetst wordt en taalgevoel de voorwaarde om kennis en verbeelding in een aansprekende vorm te gieten.”

Even waan je je bij het lezen van dit kernachtige programma terug in gelukkiger of althans eenvoudiger tijden. Tijden waarin de eis van een samenhangende wereldbeschouwing niet stuk liep op het besef van de complexiteit van de werkelijkheid, waarin de literatuur geacht werd kennis over te dragen en schrijvers encyclopedische ambities konden koesteren zonder zichzelf daarmee in een bodemloze put te storten.

Rio blijkt zich er echter terdege van bewust dat de grote verklarende mythes en ideologieën die de schrijvers tot aan het begin van de twintigste eeuw op een vanzelfsprekende wijze van een kosmologie en een filosofie voorzagen, voorgoed afgedaan hebben. Dat is echter nog geen reden, vindt hij, om je, zoals sommige hedendaagse auteurs, op te sluiten in een steriele esthetiserende herhaling van die versleten mythes of om jezelf tevreden te stellen met de rol van kroniekschrijver van het minuscule en het onbeduidende.

Tegenover deze defaitistische opties die een schrijver vervreemden van zijn tijd en zijn werk verarmen, stelt Rio een derde keuze, de enige vruchtbare in zijn ogen: als je iets wilt schrijven dat de moeite waard is, dien je je op de hoogte te stellen van de specifieke kennis die deze tijd te bieden heeft en die te vinden is in drie disciplines: de geschiedenis, de biologie en de natuurkunde. Die drie kennisbronnen zijn volgens Rio het uitgangspunt voor een eigentijdse wereldvisie; de biologie en de natuurkunde beschrijven de wetten waaraan de mens en de materie onderworpen zijn, de geschiedenis laat je zien hoe de mens als denkend maar ook als emotioneel en irrationeel reagerend wezen met die wetmatigheden worstelt. De roman is dan in Rio's ogen analoog aan de geschiedenis, is wat hij met een mooie uitdrukking "la face pensive de l'histoire' noemt. Wat de geschiedenis in "ware' verhalen vertelt, stelt de roman met behulp van fictieve situaties aan de orde.

Opmerkelijk in dit interview is Rio's visie op de verhouding tussen literatuur en geschiedenis aan de ene kant en de door de exacte wetenschappen geformuleerde wetten aan de andere kant. De natuurwetten waar Rio hier op doelt, zijn vooral de kringloop van voortplanting en sterfelijkheid en het recht van de sterkste. Deze wetten perken het terrein af waarbinnen de mens kan handelen, waarop hij de vliegers van zijn vindingrijkheid en zijn verbeeldingskracht kan oplaten en voor korte tijd de illusie kan koesteren dat hij aan de beperkingen van zijn bestaan kan ontkomen. Vroeger of later zal echter het touw breken, de wind plotseling wegvallen en de vlieger te pletter vallen. De geschiedenis omschrijft Rio heel in het algemeen als het verslag van al die vergeefse ontsnappingspogingen.

Skelet

De vraag is natuurlijk hoe Rio in zijn eigen werk deze abstracties uitwerkt en aan de door hem gestelde analogie tussen geschiedenis en literatuur vorm geeft. Michel Rio debuteerde in 1982 met Mélancolie Nord. Sindsdien verschenen er nog zeven andere romans van zijn hand, waaronder Faux Pas dat onlangs in een Nederlandse vertaling verscheen, en Tlacuilo, dat het afgelopen najaar werd bekroond met de Prix Médicis. Omdat vooral in Faux Pas het skelet van de theorie op een aantal plaatsen duidelijk zichtbaar door het verhaal heen steekt, leent deze roman zich het beste voor een antwoord op de vragen die Rêve de logique oproept.

In Faux Pas vermoordt de anonieme hoofdpersoon in dienst van een machtige onderwereldfiguur, Alexandre Alberti, een journalist die op het punt staat een onthullend artikel te publiceren over Alberti's organisatie. De moord op de journalist, Brémont, is voor de hoofdpersoon echter slechts een middel om ook Alberti en zijn naaste medewerkers uit de weg te ruimen. Niet omdat hij de wereld wil verbeteren, want dan had hij net zo goed de journalist in leven kunnen laten, maar uitsluitend omdat, zoals hij aan Brémont uitlegt voor hij hem doodschiet, het gevecht tussen intelligentie en macht hem boeit en omdat hij ervan overtuigd is dat het leven geen waarde heeft en je dus niets beters kunt doen dan met de dood spelen.

De hoofdpersoon is een absolute eenling. Hij belichaamt de kille, berekenende rede. Hij is, in de termen van Rêve de logique een "logicus', die er van uitgaat dat het geen zin heeft je te verzetten tegen natuurwetten als sterfelijkheid en het recht van de sterkste, tegen oerdriften als agressie en lust. Daarom accepteert hij ze zonder meer en met behulp van een amoreel spel test hij ze uit. De gedragsnormen waarmee de mens probeert die natuurwetten aan banden te leggen en die vastgelegd zijn in het recht en de religie beschouwt hij als kunstgrepen van een utopie.

Zijn tegenspeler, de journalist, koestert daarentegen een redelijk geloof in de vooruitgang en in de mogelijkheden van een rechtvaardige maatschappij waarin de wetten van de jungle zoveel mogelijk onderdrukt worden. In vergelijking met zijn koelbloedige moordenaar lijkt de journalist een idealist of, zoals Rio zegt, een "dromer'.

Naarmate de intrige zich ontwikkelt, wordt deze tegenstelling tussen logica en droom genuanceerder. Rio's hoofdpersoon neemt uit de bibliotheek van de dode journalist de Apologie pour l'Histoire van Marc Bloch mee. Deze beschouwing die hij als een talisman bij zich blijft dragen, vervult een sleutelfunctie in de roman. Bloch die samen met Lucien Febvre in 1929 de Annales d'histoire économique et sociale oprichtte en daarmee een van de grondleggers van de Nieuwe Geschiedenis werd, maakte tijdens de oorlog deel uit van het verzet en werd in 1944 in de buurt van Lyon gefusilleerd door de Duitsers. Zijn Apologie die hij tijdens de oorlogsjaren schreef, werd postuum in 1949 gepubliceerd.

In zijn Apologie neemt Bloch onder meer stelling tegen de positivistische negentiende-eeuwse geschiedschrijving, die zich concentreerde op belangrijke gebeurtenissen en grote figuren. Hij protesteert met name tegen de exclusieve rol die in die positivistische geschiedschrijving, impliciet, bij de reconstructie en de verklaring van menselijk gedrag voor het "rationeel' handelen lijkt weggelegd.

In het begin van Faux Pas lijkt de misdadiger-intellectueel gemodelleerd naar het rationele beeld van de mens dat Bloch in zijn wetenschappelijk testament als te eenzijdig afwijst. In de loop van de handeling krijgt Bloch echter gelijk, want in weerwil van zijn ratio wordt Rio's hoofdpersoon de speelbal van een emotie die hem van zijn voorgenomen rechtlijnigheid afbrengt. Zijn ijzeren logica loopt vast op het spontane vertrouwen dat het dochtertje van de journalist Brémont hem schenkt en dat als een zandkorrel in een raderwerk zijn hele denkwereld ontregelt. In dat argeloze vertrouwen en de emoties die daardoor bij hem worden opgeroepen, vindt de hoofdpersoon het motief om net zoals Brémont in opstand te komen tegen de natuurwetten, ware het niet dat die weg hem versperd is door wat hij gedaan heeft.

Op het moment dat hij in de mogelijke verwezenlijking gaat geloven van wat hij voorheen als een vruchteloze utopie beschouwde, is het te laat. Rio's held schiet zichzelf een kogel door het hoofd en doet daarmee indirect wat Bloch in werkelijkheid en Brémont in de roman ook deden: sterven voor het ideaal van een menselijke samenleving.

Parodie

Onder de schijn van een als een parodie opgezette thriller gaat in Faux Pas een ideeënroman schuil, waarin duidelijk wordt gemaakt dat zelfs wie de geschiedenis opvat als de beschrijving van alle vergeefse pogingen van de mens om boven de beperkingen van zijn lot uit te stijgen, nog niet noodzakelijk een pessimist is. Het ligt er maar aan waar je je aandacht op richt: op de kleine ruimte waarin je je beweegt tussen geboorte en dood of op de vlieger die triomfantelijk hoog in de lucht daarboven zweeft. De aandacht voor de vlieger put de mens echter niet uit een abstractie, een idee, maar uit de emoties die hem met anderen verbinden. De geschiedenis en de roman nu, vertellen volgens Rio in principe hetzelfde verhaal, alleen in de geschiedenis is de afloop al bekend en liggen de vliegers uiteindelijk hoe dan ook gestrand op de grond; in de roman zijn we bij het moment van oplaten, identificeren we ons met de personages en wachten we met spanning op de afloop.

Faux Pas is een intrigerende roman, strak en sober geschreven, waarin Rio naar mijn mening beantwoordt aan de criteria die hij in Rêve de logique formuleert. De onnadrukkelijke manier waarop Rio de verwijzingen naar de verschillende stromingen binnen de geschiedschrijving in zijn verhaal een rol laat spelen en waarop hij het actuele probleem van de verhouding tussen geschiedenis en literatuur thematiseert, verdient bewondering.

Toch zint het boek mij niet helemaal, en dat heeft te maken met de tweeslachtigheid waarmee het tussen verschillende genres balanceert. Een personage dat bij wijze van gedachtenexperiment een ander koelbloedig door het hoofd schiet en het daarna, bij wijze van vervolg op dit gedachtenexperiment, aanlegt met het gezin van zijn slachtoffer, is als incarnatie van een idee of in een parodie nog wel acceptabel, maar roept als hoofdpersoon van een serieuze liefdesgeschiedenis toch op zijn minst enige vragen en bedenkingen op.

    • Manet van Montfrans