Kubisme en hoekigheid

Kunstschrift. Het kubisme in de gordijnen. 37ste jaargang, nr. 3. Verschijnt zes maal per jaar. 53 blz. en tentoonstellingsagenda. Prijs ƒ 14,75, jaarabonnement ƒ 87,50.

Kunstschrift, het tijdschrift van Openbaar Kunstbezit, dat zes maal per jaar een themanummer uitbrengt, heeft dit keer een interessant, ingewikkeld onderwerp uitgekozen. Onder de titel "Het kubisme in de gordijnen' bespreken zeven auteurs de gevolgen van de ontdekking van Picasso en Braque. In de eerste twee artikelen is nog niets aan de hand. Kunsthistorici Evert van Uitert en Jan van Adrichem bespreken kort en helder de verspreiding van het kubisme onder andere schilders, respectievelijk internationaal en in Nederland. Illustratief zijn de twee stillevens met gemberpot die Mondriaan in 1911-12 maakte na het zien van een aantal werken van Picasso en Braque. "De tweede en grotere versie (-) is een kubistische verbetering van de eerste schetsmatige versie,' schrijft Van Uitert.

Daarna bespreken vier auteurs de invloed van het kubisme op de architectuur, het toneel, de mode en de vormgeving. Die invloed blijkt veel lastiger te traceren. Picasso en Braque waren er omstreeks 1908 op uit, een nieuwe manier om de werkelijkheid af te beelden te vinden. Ze namen afscheid van het centraalperspectief, reduceerden voorwerpen tot simpele geometrische vormen en beeldden een voorwerp op een schilderij af vanuit verschillende gezichtspunten: van een viool lieten ze de krul en profil zien en de klankgaten van voren. Een viool kun je dus alleen op kubistische wijze afbeelden, je kunt geen kubistische viool bouwen. Ook een kubistisch huis, een kubistische jurk, een kubistische schaal lijken daarom onmogelijk.

Uit de artikelen in Kunstschrift blijkt dat het in de toegepaste kunst vooral ging om het overnemen van een aantal middelen die de kubisten gebruikten om hun doel te bereiken, om het kubisme als stijl. In de mode was een geometrisch patroon of een hoekige snit al genoeg om een jurk kubistisch te noemen. Kubisme werd in de jaren tien van een scheldwoord via geuzenaam al snel een modewoord. "In het alledaagse gebruik werd het [kubisme] een stijl voor iedereen die modern voor de dag wou komen, ongeacht of het ging om gordijnontwerpen of schilderijen,' schrijft hoofdredacteur Mariëtte Haveman in haar inleiding. De invloed van het kubisme, leidend tot de "hegemonie van de hoekigheid' is gebaseerd op een creatief misverstand, concludeert Haveman in haar inleiding. Juist de beroemde kritiek op het kubisme van Louis Vauxcelles uit 1908 blijkt tot de meeste creativiteit te hebben geleid: "Hij [Braque] veracht de vorm, reduceert alles, landschappen, figuren en huizen, tot geometrische schema's, tot kubussen.'

Directe invloed van het kubisme op de toegepaste kunst is echter moeilijk aan te wijzen, blijkt uit de artikelen. Zo ontwierp de Nederlandse ontwerper Cornelis van der Sluys in 1919 kubistische behangpatronen. Maar waren zijn geometrische, uit blokjes opgebouwde ontwerpen ondanks de naam die hij ze gaf wel kubistisch? Mienke Simon Thomas schrijft: "Wanneer voor deze ontwerpen een specifieke stroming in de schilderkunst als inspiratiebron aangewezen zou moeten worden, zou dit eerder het werk van de Stijl-kunstenaars zijn dan van het kubisme.'

Ook op het toneel blijkt de invloed van het kubisme zelf niet hevig is geweest. Solange de Boer moet concluderen dat Parade, waarvoor Picasso de decors en kostuums ontwierp, de eerste en enige zuiver kubistische theatervoorstelling is geweest. Andere stromingen, die uit het kubisme zijn ontstaan, zoals het constructivisme, zijn voor de toegepaste kunsten veel vruchtbaarder geweest.