Italo Calvino

Italo Calvino: Het pad van de spinnenesten (Il sentiero dei nidi di ragno). Vert. Henny Slot. Uitg. Bert Bakker, 173 blz. Prijs ƒ 34,90.

"Mijn landschap was iets van mij alleen, een landschap waarover niemand ooit werkelijk had geschreven', schrijft Italo Calvino (1923-1985) in het voorwoord van zijn debuutroman Het pad van de spinnenesten (1946). Vlak na de oorlog wilde hij, net zoals een anonieme orale verteller, weergeven hoe het hem in zijn streek tijdens de Tweede Wereldoorlog was vergaan. Het werd een verzetsroman met de kenmerken van het neorealisme (ongekunstelde stijl, couleur locale, objectieve weergave van de werkelijkheid) over de partizanenstrijd. De hoofdpersoon is het tienjarige straatjoch Pin die per ongeluk verzeild raakt tussen de partizanentroepen op een afgelegen plek in de heuvels. Hij steelt een pistool van de Duitse minnaar van zijn hoerenzus en heeft daarmee een geheime schat. Het is het enige op de wereld dat Pin heeft. Hij beleeft de oorlog op zijn eigen manier, eerst begrijpt hij er weinig van ("wat is illegaliteit dan wel?'), maar later wordt hij een van de zonderlinge, onbetrouwbare en misdadige lieden uit het partizanenkamp. Deze personages worden, ondanks hun aardse banaliteit, welhaast verheven tot mythische figuren in het verzet zonder dat Calvino een heldendicht voor ogen heeft. Calvino bepaalde onbewust met Het pad van de spinnenesten de stijl waarin hij nog jaren romans, verhalen en essays zou schrijven. De ironische observaties, kort maar krachtige zinnen en af een toe heel sprookjesachtige beelden typeren ook zijn latere werk. Alleen werden de onderwerpen waarover hij schreef serieuzer en zwaarder.