Hoogleraar mag terug na "lekkere vakantie'

ROTTERDAM, 18 JUNI. Hoogleraar dr. R.J. In 't Veld is van harte “welkom” op zijn oude stek in de vakgroep bestuurskunde bij de Erasmusuniversiteit (EUR) in Rotterdam. Het College van Bestuur van de universiteit zal binnenkort een gesprek hebben met In 't Veld over de arbeidsvoorwaarden.

Of In 't Veld opnieuw toestemming krijgt vier in plaats van vijf dagen per week als hoogleraar te werken tegen een volledig salaris van 175.000 gulden, daarover wil de woordvoerder van de EUR geen mededelingen doen. In 't Veld heeft overigens voor zijn vertrek een afspraak gemaakt dat hij na het beëindigen van zijn staatssecretariaat weer terug kon keren bij de universiteit.

De dekaan van de faculteit sociale wetenschappen - waar bestuurskunde onder valt - prof.dr. P.B. Lehning zegt zich overvallen te voelen door de vraag of In 't Veld kan terugkeren. De dekaan wijst erop dat de ongebruikelijke inhoud van het arbeidscontract met In 't Veld nu voor het eerst formeel bekend is geworden. “Het was een overeenkomst met het College van Bestuur waar alleen beide partijen en ik als dekaan van wisten. Ik zal nu de interne effecten moeten inschatten”, aldus Lehning die vreest voor jaloezie onder collega's. “Ik moet bovendien rekening houden met het gezicht van de faculteit naar buiten”, aldus Lehning die In 't Veld adviseert in ieder geval “eerst eens lekker op vakantie te gaan”.

Op de Nederlandse universiteiten bestaat al jarenlang een traditie dat hoogleraren en ander wetenschappelijk personeel met toestemming van de werkgever betaalde nevenfuncties verrichten. “Het bijklussen is hier een publiek geheim, het is leven en laten leven. Het beleid van het college van bestuur is in deze volkomen onrealistisch, het gaat nergens over”, zo zei vorig jaar de econoom prof.dr. E. Bomhoff, werkzaam bij de Erasmusuniversiteit, in deze krant.

In de jaren tachtig werden de universiteiten ondermeer door de toenmalige onderwijsminister Deetman en zijn directeur-generaal prof. dr. R.J. in 't Veld aangemoedigd financiële bronnen buiten de universiteit aan te boren, de zogenoemde "derde geldstroom'. Een van de principes van de "ondernemende universiteit' was dat hoogleraren onderzoek moesten bekostigen met gelden van het bedrijfsleven.

In dit klimaat werden universitaire docenten steeds vaker buiten de universiteit actief. De afgetreden staatssecretaris In 't Veld was maar één van de vele hoogleraren met - vaak zeer royaal - betaalde bijbanen. Zo toucheert EUR-hoogleraar Bomhoff privé 1.250 gulden per uur voor lessen op vrijdag in het MBA-programma van Rochester, een exclusieve managersopleiding. En vorig jaar kwam aan het licht dat hoogleraren voor cursussen in werktijd bij de Rotterdam School of Management (RSM) van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) 1.200 gulden per dagdeel ontvingen. Dat geld werd overgemaakt naar de bankrekening van de betrokken docenten, zonder dat de universiteit er een cent van terug zag.

Maar zelfs voor een Erasmus-docent was het aantal - betaalde - nevenfuncties van In 't Veld opvallend hoog. Naast de opdrachten voor zijn particuliere bv had In 't Veld ondermeer een betaald decaanschap van het MPA, een postdoctorale opleiding in de bestuurskunde voor ambtenaren. Verder was hij een veel gevraagd docent bij de stichting interacademiale opleiding organisatiekunde en bestuurskunde (SIOO) en het post-academisch onderwijs bedrijfs- en bestuurswetenschappen (PAO-BB). beide opleidingen verzorgen managementcursussen met daarvoor “marktconform” betaalde universiteitsdocenten.

Het is de universiteitsbesturen een doorn in het oog dat zij niet precies op de hoogte zijn van de omvang van de nevenactiviteiten en dat bovendien het geld dat de "bijklussende' hoogleraar verdient vaak aan de neus van de universiteit voorbij gaat. Colleges van bestuur hebben daarom de afgelopen jaren allerlei regelingen voor nevenwerkzaamheden ingesteld.

Zo moeten volgens de regeling "Werken buiten de EUR' Erasmus-docenten die nevenwerkzaamheden verrichten hun faculteit daarvoor compenseren met een financiële bijdrage of vrije dagen opnemen. Maar uit een inventarisatie van de EUR eind vorig jaar bleek dat maar een kleine minderheid van de docenten zijn nevenwerkzaamheden had opgegeven of een financiële regeling met de faculteit had getroffen. De Rotterdamse universiteit heeft inmiddels haar eigen regeling voor nevenwerkzaamheden verscherpt.

Na een reeks kamervragen over de Rotterdam School of Management installeerde minister Ritzen in maart een onderzoekscommissie onder leiding van mr. H.J. Zeevalking. De oud-staatssecretaris van justitie moet onderzoekenwelke regelingen universiteiten hebben voor nevenwerkzaamheden van hoogleraren. De commissie "nevenwerkzaamheden' “zal nagaan of de colleges van bestuur van de universiteiten regels voor nevenwerkzaamheden voor universitairpersoneel hebben vastgesteld en of die regels worden toegepast.” De commissie moet voor 1 september rapporteren.