Het Nationale Ballet verstrikt in bizarre overvolle voorstelling

Gezelschap: Het Nationale Ballet; premières Deepfield Line; choreografie: Laurie Booth; muziek, geluid en decor: Hans Peter Kuhn; kostuums: Jeanne Spaziani. Passagem; choreografie: Luis Damas; muziek: Johannes Brahms; kostuums: Paula Pinto en Luis Damas. Frankenstein; choreografie: Wayne Eagling; muziek: Vangelis; kostuums: Elisabeth en David Emanuel; decor: Hugh Durrant. Herinstudering Ivesiana; choreografie: George Balanchine; muziek: Charles Ives; kostuums Netty de Swardt. Begeleiding Nederlands Ballet Orkest o.l.v. Andrew Mogrelia; gezien 17/6 Muziektheater Amsterdam, daar nog te zien 19,21,22 en 24/6.

Het nieuwste programma van Het Nationale Ballet leverde, met drie premières en een herinstudering, een veel te lange avond op vol tegenstrijdige gevoelens. Het is op zichzelf een positief uitgangspunt om een moderne choreograaf uit het zogenaamde kleine circuit als Laurie Booth iets te laten maken voor een groot klassiek getraind gezelschap. Ook is het goed om een jonge, nog niet zo bekende buitenlandse choreograaf uit te nodigen. Mensen die andere uitgangspunten en stijlen hanteren bieden uitdagingen aan de dansers en kunnen voor de nodige frisse impulsen zorgen.

De uiteindelijke resultaten bleken in dit geval in beide gevallen echter teleurstellend. Booth, zelf een fascinerende en voortreffelijk bewegende performer met grote improvisatiekwaliteiten, heeft terecht niet geprobeerd de dansers van het Nationale Ballet volledig naar zijn eigen voorbeeld te kneden, maar gaf ze wel afwijkend materiaal en de vrijheid om binnen dat materiaal tot eigen invullingen te komen. Dat pakte maar zeer gedeeltelijk goed uit. Eigenlijk konden van de zes mannen en zes vrouwen alleen Bruno Barat en Pierre Paradis er behoorlijk mee uit de voeten, hoe dapper de overigen ook hun best deden. De choreografische structuur bleef op het grote toneel in het luchtledige hangen met al dat op- en afgedraaf en na een kwartier was het kruit in wezen al verspeeld en toen waren er nog twintig minuten te gaan.

Ook de jonge uit Portugal afkomstige Luis Damas heeft niet genoeg choreografische adem en zeggingskracht om theater en tijd te vullen met dit gebruikte eerste deel van Brahms' concert voor viool. Zijn werk, Passagem, is gezet voor drie paren en heeft een mooie, vloeiende en doorstromende bewegingsstijl. Er zitten fraaie en ook interessante fragmenten in en het wordt goed gedanst, maar het mist een opbouwende spanningsboog.

Tussen deze twee creaties stond de herinstudering van Balanchine's uit 1954 stammende Ivesiane, een choreografie die volkomen afwijkt van het werk dat we van Balanchine gewend zijn. Het heeft een mysterieuze, melancholische sfeer met dat woud van flauw zichtbare figuren waardoor een meisje als een blinde dwaalt, even opgevangen en ondersteund door een weer verloren gaande partner. Of de smachtende man, de armen uitgestrekt naar een witte vrouwenfiguur die als een ongrijpbaar ideaal door de lucht beweegt, getild, gedraaid en gemanoeuvreerd door vier, bijna onzichtbare, mannen. En het slot waarin alle 29 dansers in het half duister op de knieën schuivend het toneel vullen, Alleen in het korte jazzy en canailleuze duet komt de vertrouwde Balanchine te voorschijn met de uit het lood hangende heupen en de hoog opzwaaiende benen. Een intrigerend ballet. Ondanks een zekere gedateerdheid herneming zeker waard.

Met spanning werd uitgekeken naar het spektakelstuk Frankenstein, acht jaar geleden gemaakt door artistiek directeur Wayne Eagling voor het Engelse Royal Ballet waaraan hij destijds als solist verbonden was. Het veroorzaakte toen nogal wat opschudding in de traditionele Engelse danswereld en werd met boe-groep en vernietigende kritieken ontvangen. Het is een op ouderwetse leest geschoeid spektakelstuk. Een heel orkest komt uit de toneelvloer omhoog, vloerdelen stijgen, klappen open of verzinken en de kostuums zijn bont en bizar met wilde pruiken. En er zijn pittige vakkundig in elkaar gezette dansfragmenten vol briljant draai- en springwerk in traditionele klassieke stijl.

Het verhaal: Dokter Frankenstein (Wim Broekckx) schept een monster, in dit geval een zeer fraai monster (Nicolas Rapaic). Hij brengt het tot leven en moet daarvoor boeten met het verlies van zijn lieftallige verloofde (Caroline Sayo Iura). Gemakkelijk amusement, zonder een spat artistieke waarde, spiritueel raffinement of diepgang. Als dit als voorbeeld dient voor Eaglings visie op de danskunst, ziet de toekomst van Het Nationale Ballet er beangstigend uit.

    • Ine Rietstap