Het is geld en anders niets; Chinese avant-garde in Rotterdam

Terwijl Chinese kunstenaars hun best doen om af te rekenen met ouderwetse politieke concepten, leveren zij op een tentoonstelling in Rotterdam juist het bewijs dat die concepten nog lang niet dood zijn. Net als een Engelsman als hij naar zijn werk gaat automatisch een paraplu meepakt, zo dragen de Chinezen de symbolen bewust of onbewust nog altijd met zich mee.

De tentoonstelling China Avantgarde is t/m 22 augustus te zien in de Kunsthal. Geopend di t/m za 10-17 en zo 11-17 uur. Prijs catalogus ƒ 49,50.

Na het zien van de tentoonstelling Chinese Avantgarde in de Kunsthal in Rotterdam verzuchtte mijn Nederlandse metgezel: “Bah, veel te politiek.”

Ook toen deze tentoonstelling van zestien hedendaagse Chinese kunstenaars in februari in Berlijn was te zien, was er kritiek op de keuze van dermate politiek werk. Op deze tentoonstelling, die nog doorreist naar het Museum of Modern Art in Oxford en de Kunsthal in Odense, is werk van zestien Chinese kunstenaars te zien.

Hoewel dat soort werk zeker niet representatief is voor alle Chinese avantgardistische kunst, bezit het op zichzelf genomen een duidelijk gemeenschappelijk karakter. Terwijl de kunstenaars hun best doen om af te rekenen met ouderwetse politieke concepten, leveren zij juist het bewijs dat die concepten weliswaar aan het uitsterven, maar nog lang niet dood zijn. Net als een Engelsman als hij naar zijn werk gaat automatisch een paraplu meepakt, zo dragen de Chinezen bewust of onbewust de politieke symbolen nog altijd met zich mee, alsof het eerste levensbehoeften zijn.

De schilder Yu Youhan bijvoorbeeld, heeft het gezicht van Mao ontleed en opnieuw gecomponeerd, analoog aan de kubistische vrouwenportretten van Picasso. Yan Peiming schilderde een vage Mao-kop in abstract-expressionistische stijl. Een ander werk van Yu Youhan toont een fotorealistische kopie van een reeks oude foto's van Mao. Inhoudelijk gezien zijn het niet zo zeer nieuwe interpretaties, als wel herhalingen van een twintig jaar oude slogan, die vandaag de dag nog steeds opgeld doet. "Voorzitter Mao leeft eeuwig voort in onze harten.'

Er zijn nog meer dingen die voortleven, zoals blijkt uit het volgende tafereel uit een schilderij van Zhao Bendi: een achterlijk ogend meisje danst blootsvoets voor de poort van de Hemelse Vrede, waarboven het portret van Mao hangt. Haar mond staat wijd open. Het is niet duidelijk of ze wil gaan schreeuwen of daarmee wil ophouden. Een man met ontbloot bovenlijf en een zwarte paraplu loopt haastig voorbij. Je zou kunnen zeggen dat er een verwijzing naar het bloedbad van de vierde juni in zit.

Op een ander schilderij van Zhao Bendi zit een bebrilde jongeman zich in bed uit te rekken, tegenover een televisie. Hij ziet er apathisch en verveeld uit. Wat voor propaganda brengen de overheidsmedia nu weer? Een werk van Zhang Peili, getiteld "Chinese body building volgens de stand van 1989', bestaat uit twee rijen televisies, waarop Xing Zhibin, een nieuwslezeres van de centrale televisie te zien is. Al tijdens de Culturele Revolutie was zij de bekendste officiële nieuwslezeres. Vandaag de dag, na Vier Juni, is zij dat nog steeds. In Zhang Peili's werk, echter, zit ze van begin tot eind een woordenboek voor te lezen, met dezelfde intonatie als waarmee normaal gesproken overheidsverklaringen worden voorgelezen: "Water: vloeistof. Rivieren, meren en zeeën. Tegenovergestelde van land...' Gedurende de hele tentoonstelling blijft ze onvermoeibaar doorlezen.

Eendracht

Een ander aspect van de tentoonstelling is de zichtbare ontwikkeling van China van een gepolitiseerde maatschappij naar een samenleving waarin geld de hoofdrol speelt. Politieke symbolen worden vervangen door financiële. Yu Youhan's "Renminbi' (volksgeld) toont vier gigantische Chinese bankbiljetten, waarop de broederlijke eendracht tussen arbeiders, boeren, soldaten en etnische minderheden staat afgebeeld. Het is een getrouwe weergave van het propagandistische karakter van de bankbiljetten, maar in de huidige opvatting is het gewoon geld en niets anders. Het werk "Red humour international' van Wu Shanzhuan bestaat uit een aantal "Tourist Information' formulieren, waarop te lezen valt dat een ieder tegen betaling van 50 tot 1500 gulden de naam van de kunstenaar Wu Shanzhuan kan kopen. Toen ik dat zag, moest ik denken aan de Chinese vice-premier Zhu Rongji die onlangs tijdens een bezoek aan Canada bij een bijeenkomst van Chinese handelsondernemingen ergens zijn handtekening moest zetten en vroeg: “Hoeveel is deze handtekening waard?” De directeur van een Chinees bedrijf gaf een gevat antwoord: “Die prijs kunnen wij pas over honderd jaar vaststellen.” Er is natuurlijk een verschil tussen een vice-premier die zijn naam verkoopt en een kunstenaar die datzelfde doet. Onder invloed van de omvorming van het Chinese maatschappelijke systeem veranderen de communistische partijkaders in kapitalisten. Vandaag is macht geld, morgen zal geld macht zijn. In een artistieke reactie hierop heeft Wang Guangyi een Kodak-filmpje, een pot Maxwell House oploskoffie en taferelen van strijdsessies uit de Culturele Revolutie naast elkaar gezet, zeker niet alleen met het doel om de geschiedenis te bespotten. Zhao Jianren gebruikt beelden en symbolen door elkaar in een mengelmoes van Chinese vazen, Engelse letters. Chinese karakters, advertenties en getallen op een schilderij. De betekenis van het Chinees luidt: "Geurig en verfrissend, verhelpt jeuk en uitslag.' Bestaat er een noodzakelijk verband tussen dit alles?

Ni Haifeng schilderde een jongeman die op de grond ligt, met getallen "5' die als horzels om hem heen zwermen. Het zou een nachtmerrie kunnen zijn. Geng Jianyi heeft twee stoommandjes gevuld met "vleesrolletjes', gemaakt van klein gesneden rubberen binnenbanden. De metafoor is hier nog duidelijker dan in het werk van Lin Yilin, waarin plastic zakjes met water in een zwarte bakstenen muur zijn gevoegd: de gendustrialiseerde materie dringt binnen in het traditionele leven. In een ander werk van Geng Jianyi zijn allerlei soorten schoenen geschilderd tegen een vervallen en verlaten, troosteloze achtergrond. Ze staan in een bepaalde lijn opgesteld en bewegen volgens een bepaald patroon, wat suggereert dat er een zekere orde binnen de chaos is.

Disharmonie

Wat vorm betreft sluit deze tentoonstelling min of meer aan bij internationale trends op kunstgebied. Alleen de grote kale figuren van de schilder Fang Lijun hebben indruk op me gemaakt. Of ze nu gehuld zijn in leren jacks, in Chinese kleding, of in gevangenistenue, en of ze nu boos of blij zijn, geeuwen, lachen of schreeuwen, al die kale figuren vertegenwoordigen een bepaalde vorm van menselijk leven. Het is alsof ik sta te staren naar duizenden jaren Chinese geschiedenis, en opeens ontdek dat zo'n grijnzende kaalkop precies beantwoordt aan mijn verbeelding. Die figuren zijn sedimenten van de geschiedenis, al behoren ze oppervlakkig bezien tot geen enkel concreet tijdperk. In ieder schilderij komen de kale hoofden terug, alleen de achtergrond verschilt: de zee, de wolken, een vrouw, een brug etc. De kunstenaar geeft uiting aan de disharmonie tussen mens en omgeving. Een omgeving vol duurzame dingen als wolken, zand en oude stenen bruggen heeft zulke karakterloze, halve gare misbaksels voortgebracht. Zij ondergaan geen invloed van het voortschrijden der geschiedenis. Die kaalkoppen lijken jong en oud tegelijk. Wezenloos zetten ze hun bestaan voort. Dit magistrale werk ademt dezelfde sfeer als het lied van de beroemde popzanger Cui Jian, getiteld "Met lege handen'.