Handelstekort VS in april opnieuw hoger

WASHINGTON, 18 JUNI. Het tekort op de Amerikaanse handelsbalans heeft in april het hoogste punt sinds december 1988 bereikt. Het politiek gevoelige tekort met Japan is zelfs sinds oktober 1987 niet zo groot geweest, ondanks het dieptepunt van de dollarkoers ten opzichte van de yen.

Analisten hadden verwacht dat het handelstekort juist zou afnemen omdat de import ten opzichte van maart daalde. De uiteindelijk afname van 1 procent was echter lager dan verwacht. Omdat ook de export met 1,3 procent daalde, steeg het tekort op de handelsbalans met 0,3 procent.

Economen wijten de toename van het handelstekort aan de recessie in Europa en Japan waardoor de export naar die markten daalt, en aan de grote stroom gemporteerde goederen die te wijten is aan de geleidelijk expanderende Amerikaanse economie. Deze ontwikkeling is opmerkelijk, want de zwakke dollar zorgt ervoor dat Amerikaanse produkten in het buitenland goedkoper worden en buitenlandse produkten in het land zelf duurder worden.

Afgelopen week hebben Japan en Amerika in Washington geprobeerd het eens te worden over uitgangspunten voor onderhandelingen die moeten resulteren in een halvering van het Japanse overschot. De Japanners verzetten zich echter sterk tegen het vastleggen van kwantitatieve doelen. Onduidelijk is hoe dit meningsverschil tijdig bijgelegd kan worden zodat Clinton en de Japanse minister-president Kiichi Miyazawa op de top van de G-7, begin juli in Tokio, een principe-akkoord kunnen aankondigen.

Het Amerikaanse handelstekort bedroeg in april 10,49 miljard dollar. Daarvan kwam 5,5 miljard dollar voor rekening van Japan, hetgeen 4,4 procent meer was dan in maart. Daarna volgt China, dat ten opzichte van Amerika een overschot heeft van 1,49 miljard dollar. Het handelsoverschot met Europa groeide licht, maar het tekort met Canada steeg van 661 miljoen dollar in maart tot 934 miljoen dollar in april.

De daling in de import werd vooral veroorzaakt door verminderde belangstelling voor buitenlandse consumentengoederen, zoals televisies en videorecorders. Deze daling werd echter gedeeltelijk teniet gedaan door een grotere invoer van auto's, auto-onderdelen en olie. De afname van de export was voornamelijk te wijten aan een grote terugval in de uitvoer van vis en sojabonen. (Reuter, AP)