Feldmans muziek boeiend spel van schaduwen

Concert door Radio Symfonie Orkest o.l.v. Kenneth Montgomery met Miranda van Kralingen (sopraan), Romain Bischoff (bariton). Werken van Torke, Feldman en Górecki. Gehoord: 17/6 Beurs van Berlage, Amsterdam.

Ik had een droom, weliswaar niet zo'n verstrekkende als dr. Martin Luther King, maar toch. Ik droomde dat ik in het Concertgebouw zat en niet in de Beurs van Berlage met zijn voor Morton Feldmans mengende kleurenpracht zo funeste akoestiek, en dat ik luisterde naar het Koninklijk Concertgebouworkest en niet naar het Radio Symfonie Orkest, dat eenvoudigweg de cultuur mist om bepaalde hedendaagse muziek werkelijk flatteus te belichten. Misschien dat met de komst bij het Concertgebouworkest van artistiek leider Jan Zekveld die droom dichterbij is gekomen.

Michael Torke's Copper for Brass Quintet and Orchestra (1988) is recht-toe-recht-aan muziek in vierkwartsmaat met steeds dezelfde kwarten- en kwintenopbouw en te veel vulsel, zoals te gemakkelijke tremolo's en een suikerzoet grazioso als rustpunt. Als het niet spatgelijk en ritmisch verend wordt gespeeld, blijft er weinig van over. De tegenstelling met het solistische blaaskwintet kwam niet uit de verf door de op elkaar geperste opstelling.

Morton Feldmans Coptic Light (1985) heeft zo'n ongekende orkestrale rijkdom, dat je er hoe dan ook altijd wel door geboeid blijft. Het is een uitwerking door de componist van het rechter pianopedaal, verklankt in het grote symfonieorkest als een spel met schaduwen, een chiaroscuro met voortdurende nuanceverschillen. Als in een donkere kamer ontdek je pas geleidelijk in de dichte ruisklanken allerlei verschillen, het heldere getinkel van de piano, de vibrafoon en marimba die werken als een lichtstraal. Het is muziek die als het ware zelf luistert in plaats van de luisteraar. Met dit stuk wilde de componist alle krachten in het orkest mobiliseren voor een groot luisterfeest met spannende timbres.

Opeens realiseerde ik me waarom ik met mijn aandacht voor Torke's muziek, maar ook die voor Henryk Górecki's Tweede Symfonie (Copernicus) voor sopraan, bariton, gemengd koor en groot orkest zo afdwaalde: het is allemaal verticaal gedacht. Górecki kent geen tegenstemmen, geen enkel vlechtwerk, en geen a-metrische figuren, alles klinkt strikt verticaal als een langzame mars. Het is uiterst dramatische muziek - alles in uitersten voorgeschreven: tranquillissimo, cantabilissimo, legatissimo - die meer associaties opwekt met een "Poltergeist' dan een diep religieus gevoel losmaakt. Het eerste deel (16 minuten) is vóór alles griezelmuziek en het tweede (21 minuten) een soort sublimatie ervan, in de sopraanmelodie - indringend voorgedragen door Miranda van Kralingen - niet zonder effect. Het stuk werd door het orkest zeker met inzet uitgevoerd. Over Górecki's Slavische eenvoud is het laatste woord nog niet geschreven. Hij blijft zowel fascineren als afstoten, soms val je voor de onverstoorbaarheid waarmee hij de modale homofonie uitwerkt, dan weer kijk je er doorheen als door loos theater met nietszeggende gestiek: muziek wankelend tussen kunst en kitsch.

    • Ernst Vermeulen