Europese top in Kopenhagen kan vooral psychologische waarde hebben

BRUSSEL, 18 JUNI. Prof. drs. Piet Vos - de eigenzinnige strateeg van de Industriebond FNV onder Arie Groenevelt - heeft zijn gelijk gekregen. Twintig jaar geleden al schreef hij een boekje "Het optillen van de onderkant', waarin hij waarschuwde tegen het uit de markt prijzen van de lager-opgeleiden op de arbeidsmarkt.

En begin jaren tachtig fulmineerde Vos - tot woede van onder andere toenmalig FNV-voorzitter Wim Kok - tegen de automatische koppeling tussen lonen in de vrije markt en ambtenarensalarissen, tegen de automatische prijscompensatie en tegen het almaar verhogen van het minimumloon. “Het lijkt me verstandig ervan uit te gaan dat een verhoging van het minimumloon uiterst plezierig is voor werknemers met een geringe kans op werkloosheid ("hoger-opgeleiden') en uiterst onpleizierig voor de minimumloners zelf, die erdoor naar inactiviteit worden gedreven”, stelde Vos nuchter vast in een november 1982 verschenen preadvies voor de Vereniging voor Staathuishoudkunde.

Het gelijk van de voormalige vakbondseconoom is, anno jaren negentig, terug te vinden in de sombere analyse die de Ierse EG-commissaris Padraig Flynn afgelopen maand publiceerde over de snel groeiende werkloosheid in de Europese Gemeenschap. Op dit moment telt de EG al bijna 17,5 miljoen werklozen, van wie bijna de helft langer dan een jaar zonder baan zit. En nu al staat vast dat dit cijfer de komende tijd alleen maar verder zal stijgen. De Europese economie zal dit jaar - voor het eerst sinds de periode na de eerste oliecrisis in 1973 - met een half procent krimpen, zo maakte EG-commissaris Henning Christophersen deze week officieel bekend. Aan het eind van het jaar zal de werkloosheid zijn opgelopen tot 11,5 procent, het hoogste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog.

Maar ook de opleving (een “bescheiden” groei van 1,25 procent) die zich in de loop van 1994 mogelijk zal manifesteren, is volstrekt onvoldoende om de opwaartse trend van de werkloosheid om te buigen. Zelfs een forse jaarlijkse economische groei van 3,5 procent zal - gegeven het aantal nieuwkomers op de arbeidsmarkt en de produktiviteitsstijging in de bedrijven - niet toereikend zijn om de werkloosheid tegen het eind van dit decennium op een aanvaardbaar niveau van rond de 5 procent te brengen, aldus EG-commissaris Flynn in zijn notitie. “Een sterke economische groei is nodig, maar het werkloosheidsprobleem kan niet alleen door economische groei worden opgelost.”

De conclusie die de commissaris trekt, is dat arbeid in de Europese Gemeenschap veel goedkoper moet worden. Loonmatiging (door de werknemers), maar vooral het verminderen van de loonkosten (voor de werkgevers) moeten er toe leiden dat veel meer mensen aan de slag kunnen. Die ruimte is er ook, want vergeleken met andere gendustrialiseerde landen kent de EG een laag participatieniveau. Nog geen 60 procent van de bevolking in de werkende leeftijd in de 12 lidstaten van de EG heeft een baan. In de Verenigde Staten, in de EVA-landen en in Japan is dat meer dan 70 procent. Elke procent economische groei betekent in die landen veel meer extra banen erbij dan in de Europese Gemeenschap.

De notitie van Flynn komt aanstaande maandag en dinsdag ongetwijfeld aan de orde op de EG-top van regeringsleiders in Kopenhagen. Op die bijeenkomst zullen de economische recessie en de dreigende "sociale explosie' - waarvoor ook de OESO begin deze maand waarschuwde - als één van de hoofdthema's fungeren op de agenda. Erg hoog gespannen zijn de verwachtingen van die besprekingen overigens niet. Daarvoor zijn de economische vooruitzichten te bedrukt en daarvoor zijn de budgettaire mogelijkheden te beperkt, of zelfs geheel afwezig, om iets te doen aan het stimuleren van de groei. Door de tegenvallende belastinginkomsten slagen de meeste lidstaten er al niet in om met hun financieringstekort op koers blijven op weg naar de Economische en Monetaire Unie (EMU) - de daarvoor in Maastricht afgesproken "normen' zijn nog steeds heilig.

Het kernprobleem is eigenlijk, verwoordt een hoge Nederlandse diplomaat de ongemakkelijke stemming in Brussel, dat er voor de EG en lidstaten “geen toverformule” bestaat om zich aan de eigen haren uit de malaise omhoog te trekken. Misschien dat in Kopenhagen wordt besloten om het "Europese groei-initiatief' - gelanceerd op de voorgaande Top in Edinburg - nog wat extra op te poetsen. Maar veel meer dan enkele druppels op een gloeiende plaat kan dat niet toevoegen.

In Edinburg werd onder andere afgesproken om via de Europese Investeringsbank (EIB) extra gelden te stoppen in de aanleg van grote infrastructurele werken. De Europese Commissie heeft al berekend dat het groei-initiatief een direct effect zal hebben van ongeveer 450.000 arbeidsplaatsen in twee jaar. Dat is mooi, maar afgaande op huidige trend zullen er in de EG alleen al de komende twee maanden meer werklozen bij komen.

Volgens de Nederlandse diplomaat zal de komende top in Kopenhagen dan ook vooral “politiek psyschologische” waarde hebben. Het is belangrijk dat de regeringsleiders “een signaal” afgeven dat ze zich “serieus” bezig houden met het probleem van de werkloosheid. En het is van belang dat de lidstaten laten zien dat ze blijven hechten aan een gezamenlijke aanpak, opkomend protectionisme bestrijden en niet toegeven aan “de natuurlijke neiging om in tijden van crisis het eigen straatje schoon te vegen ten koste van anderen”.

Ook wat dat betreft zijn de voortekenen aan de vooravond van de top niet onverdeeld gunstig. In de staalsector sluimeren nog steeds onderhuidse ruzies over Italiaanse en Spaanse overheidssteun. Parijs blijft dwarsliggen in de GATT-onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel. Nederland maakt zich op om een greep te doen in de zogeheten structuurfondsen van de EG, omdat het vindt dat het in het verleden te weinig heeft gekregen. Duitsland heeft zich de woede van de EG-partners op de hals gehaald door op eigen houtje en in weerwil van gemaakte afspraken een overeenkomst met de Amerikanen te sluiten over telecommunicatie. En begin deze week nog waarschuwde de Bank voor Internationale betalingen (BIB) voor handelsfricties doordat sommige landen (zoals Groot-Brittannië) profiteren van devaluatie van hun munt.

Tegen die achtergrond van naargeestige economische perspectieven en latente verdeeldheid lijkt het pleidooi van EG-commmissaris Flynn voor verlaging van de arbeidskosten en flexibilisering van de arbeidsmarkt nogal magertjes af te steken. “Het zijn de bekende recepten”, bevestigt een ambtenaar in Brussel.

Ook de Utrechtse hoogleraar sociologie dr. Hans Adriaansens heeft in de notitie van de Europese Commissie geen "toverformule' ontdekt die de Europese Gemeenschap plotseling weer vleugels zal geven. Maar anders dan sommige critici in Brussel is hij absoluut niet negatief of sceptisch over de voorstellen die Flynn heeft aangedragen. Voor het eerst, zegt hij enthousiast, heeft de EG een visie ontvouwd op een werkgelegenheidsbeleid, waarbij niet wordt uitgegaan van de officiële werkloosheidscijfers, maar van de omvang van de arbeidsparticipatie. Door de nadruk te leggen op verhoging van de arbeidsparticipatie, erkent de EG impliciet dat de omvang van de werkgelegenheid “niet een door God gegeven grootheid is”, maar door de samenleving zelf wordt bepaald.

Als lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft professor Adriaansens meergewerkt aan de in 1990 verschenen studie "Een werkend perspectief', waarin medogenloos werd afgerekend met de fictie van het werkgelegenheidsbeleid in Nederland. Afgaande op de officiële werkloosheidscijfers is het Nederlandse beeld internationaal gezien niet slecht, maar uitgedrukt in termen van arbeidsparticipatie blijkt ons land opeens ver achter te lopen. “Weet u hoe wij in Nederland de werkloosheid hebben bestreden? Door vrouwen buiten het arbeidsproces te houden. Door oudere werknemers in de VUT te stoppen en niet meer mee te tellen. Door mensen in de WAO te duwen en die niet meer mee te tellen. Daar gaat die hele parlementaire discussie nu over. Iedereen vindt het nu fout omdat het stelsel veel te duur is geworden, maar een paar jaar geleden vond iedereen het nog doodnormaal.”

Alle lidstaten, maar zeker Nederland, moeten zich de boodschap vanuit Brussel aantrekken, aldus Adriaansens. Nederland heeft volgens hem veel te lang krampachtig vastgehouden aan de principes die bij de opbouw van de sociale zekerheid in zwang waren, zoals het kostwinnerschap. Hoe goed die principes na de oorlog ook waren, de afgelopen jaren zijn ze grotendeels achterhaald door bijvoorbeeld de individualisering in de maatschappij. Dat verklaart waarom onze minmumloonkosten en het daaraan gekoppelde sociale mimimum hoger zijn dan in onze buurlanden, met als gevolg dat de loonkosten in ons land ook veel sterker zijn gestegen dan elders in de EG. Ondernemers investeerden steeds meer in arbeidsbesparende technieken en steeds meer banen, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, verdwenen. Of ze werden overgeheveld naar het informele circuit, waar geen sociale lasten hoeven te worden afgedragen. De “spannende” uitdaging is om die verloren gegane banen weer terug te krijgen, zegt Adriaansens.

Om arbeid goedkoper te maken, stelt EG-commissaris Flynn onder andere fiscale maatregelen voor. Maar over de wenselijkheid om de sociale uitkeringen te verlagen, zwijgt hij. “Een fundamentele discussie over de sociale zekerheid durft men in Brussel niet aan. Dat is een terrein dat iedere lidstaat nog graag voor zichzelf houdt”, legt een diplomaat uit.

    • Wim Brummelman