Er is geen leed zonder leedvermaak; Het ironische bewustzijn van regisseur en romancier Michael Tolkin

Amerikaanse scenarist en regisseur Michael Tolkin begon met het schrijven van zijn roman The Player om zich los te maken van Hollywood. Tevergeefs. Het boek over een Hollywood-bons werd door Robert Altman met succes verfilmd. Zijn tweede roman Among The Dead is een indrukwekkende literaire prestatie die niets met Hollywood te maken heeft. “Met mijn personages kun je je vereenzelvigen simpel en alleen omdat hun gevoelens menselijk zijn, niet omdat ze zo sympathiek zijn, of zo herkenbaar, of van die mooie gedachten hebben. Ik zal nooit een personage scheppen dat door Tom Cruise gespeeld kan worden.”

Michael Tolkin: Among the Dead. Uitg. Faber & Faber, 229 blz. Prijs ƒ 47,60. De Nederlandse vertaling verschijnt dit najaar bij uitgeverij Bert Bakker.

The Player is eveneens verschenen bij Faber & Faber. Prijs ƒ 18,25. De Nederlandse vertaling verscheen bij Agathon. Prijs ƒ 29,90.

“Kunnen we voor de verandering eens over iets anders dan Hollywood praten,” vraagt studio executive Griffin Mill in Robert Altmans film The Player aan zijn gezelschap in een restaurant, “we zijn ontwikkelde mensen.” Het wordt direct beangstigend stil aan tafel; Mill schiet in een malicieuze lach. Een moment later begroet hij alweer actrice Angelica Huston, die net als zestig andere beroemdheden even zichzelf mag spelen in de film. “Hi Angelica. You're looking great!”

Ook Michael Tolkin, schrijver van de roman The Player, scenarist van de succesfilm The Player, mede-producent en bijrolspeler in The Player, spreekt graag, veel liever eigenlijk, over iets anders dan Hollywood, maar je kunt zien dat het hem moeite kost. Een aanklacht tegen de verwording van de Amerikaanse filmindustrie mag ik het boek dan ook niet noemen. “Mijn ambivalentie jegens Hollywood is niet zoveel anders dan de houding van zoveel mensen ten opzichte van hún werk. Ik koester helemaal niet de illusie dat Hollywood eigenlijk betere films zou kunnen afleveren, of dat zou moeten doen. In mijn boek ging het om schuld en schuldgevoel. Ik wilde een bepaald type persoonlijkheid neerzetten. Hollywood heeft ook heus een genereuze kant. Voor mijn eerste film die ik regisseerde, The Rapture, een moeilijke film over een vrouw die zich bekeert tot het fundamentalistische christendom en gelooft dat de apocalyps gaat plaatsvinden, kreeg ik drie miljoen dollar zonder dat ze ook maar één shot van gezien hadden.”

Tolkin heeft het nog niet gezegd, of hij begint zichzelf oprecht tegen te spreken: “Toen ik vijftien jaar geleden uit New York vertrok om het in Hollywood te gaan proberen, werd ik aangetrokken door de grote films van de jaren zeventig, films als Shampoo en Saturday Night Fever. Die laatste film is echt verrassend goed. Ik wilde films maken die het midden hielden tussen Fassbinder en Spielberg. Maar ik was er nog geen zes maanden of ik zag de laatste grote film die uit Hollywood zou komen: Apocalypse Now. Daarna heeft Hollywood zich volledig laten corrumperen door de sjablonen van Spielberg, George Lucas en Sylvester Stallone. Die meedogenloos positieve inslag was natuurlijk niet alleen kenmerkend voor Hollywood, maar weerspiegelde de geest van het Reagan-tijdperk. Daar werd ik gek van. Nadat ik zes jaar lang tevergeefs had geprobeerd een serieus scenario te slijten, kreeg ik er genoeg van en schreef een commercieel script over de wereld van het skateboarden. Die film is ook gemaakt. Als tegengif begon ik met het schrijven van The Player, om me als het ware van Hollywood los te schrijven. Niet gelukt. Maar wanneer ze de The Rapture niet hadden willen maken, had ik zeker mijn koffers gepakt.”

Achterdochtig

Hoe vast de greep van Hollywood nu ook is (Tolkin heeft zojuist zijn nieuwste film gedraaid, The New Age, met in de hoofdrollen Peter Weller en Isabelle Adjani, een film over "love, death and shopping'), hij is toch ook voorgoed ontsnapt. Tolkin is in Engeland ter gelegenheid van de verschijning van zijn tweede roman, Among the Dead, een boek dat niets met Hollywood of film te maken heeft. Ik spreek hem in een kantoor van Faber & Faber, zijn Engelse uitgever.

Tolkin is een lange man van begin veertig in onberispelijke zwarte kleren, met achter zijn brilleglazen grote, starende ogen, die enigzins achterdochtig op mij gericht zijn. Hij zit er ongemakkelijk bij. Ongetwijfeld heeft dat te maken met zijn wezensvreemde omgeving: Londen, Engeland. Tolkin houdt van Engeland, hij vindt de Engelsen grappig, “maar als de taal anders was geweest, zou ik het waarschijnlijk even eigenaardig vinden als Japan.” Maar waar hij zich vooral onwennig bij lijkt te voelen is het literaire vraaggesprek. “Ik ben altijd bang dat ik geen antwoorden heb.”

Toch is Among the Dead een indrukwekkende literaire prestatie. Het is de beste Amerikaanse roman die ik sinds lange tijd heb gelezen en ook een reusachtige sprong voorwaarts voor de schrijver van The Player. Tolkin heeft een ijzige komedie geschreven over een man wie alles wordt afgenomen; een schrijnend verhaal, uiterst onderkoeld verteld, over de nietigheid van de schuldgevoelens en verlangens van één man in een massacultuur. Het is ook een hilarisch boek - alleen doet iedere lach pijn. In Amerika is Tolkin terecht vergeleken met de Saul Bellow van Seize the Day, maar in zijn grimmigheid, het bijna wrede genoegen waarmee de schrijver zijn personage voortjaagt door de hel van zijn wanhoop, doet Among the Dead evenzeer denken aan Evelyn Waugh. Met die beide, zo verschillende schrijvers deelt Tolkin wat ik maar een ironisch bewustzijn zal noemen. Wat oprecht en ontroerend wil zijn, is tegelijkertijd ook absurd. Er is geen leed zonder leedvermaak.

Frank Gale heet de zondebok-achtige figuur wiens moderne hellevaart door Tolkin tot in de pijnlijkste details wordt beschreven. Among the Dead begint als een gegeven voor een dramatisch filmscenario: Gale is zijn vrouw een halfjaar ontrouw geweest met een getrouwde vrouw. Samen met zijn echtgenote Anna en hun driejarig dochtertje Madeleine heeft hij een korte vakantie in Mexico gepland, waar hij zal proberen zijn huwelijk te redden. In een moeizaam, stroperig briefje dat hij alvast in zijn koffer stopt, biecht hij de affaire op en vraagt Anna om vergiffenis. Tijdens een laatste lunch met Mary Sifka, zijn maitresse, zegt hij hun verhouding op.

Maar hij vertrekt te laat naar het vliegveld en mist zijn vlucht. Via de autotelefoon hoort hij dat zijn vrouw zijn brief bij toeval heeft gevonden; ze vertrekt zonder Frank. Wachtend op het volgende vliegtuig hoort hij dat het vliegtuig met zijn vrouw en dochtertje is neergestort in San Diego. Er zijn geen overlevenden.

Wat volgt is het relaas van een man die zich wanhopig aan iets vast probeert te klampen in een wereld zonder houvast. Niet alleen zijn omgeving, maar zelfs zijn eigen gevoel laat hem in de steek: “Hij gaf zichzelf over aan zijn mogelijke tranen. Niets. Ontsteld schudde hij zijn hoofd omdat hij niet kon huilen. Nu voelde hij verdriet over zijn onvermogen verdriet te voelen.” In een wereld zonder God ressorteert verdriet en verlies onder Elizabeth Kübler-Ross en al op het vliegveld komen de grief counsellors in actie. Het verdriet van Frank Gale wordt ook nog opgeëist door advocaten en journalisten en de vertegenwoordigers van de luchtvaartmaatschappij, die de schade voor de eigen omzet zoveel proberen te beperken. Een herdenkingsdienst is in de eerste plaats een publiciteitsstunt.

Volkomen in de war reist Frank Gale per trein naar het rampgebied. Het vliegtuig is neergestort op een woonwijk en in een van de wrangste scènes van Among the Dead wordt Gale temidden van de massale ravage geconfronteerd met zijn onvermogen een betekenis te vinden in al die uitgebrande of platgeslagen of uiteengereten woningen. Tevergeefs probeert hij, zoals Tolkin hem laat zeggen, "to make something of something.' De apocalyps is compleet. Wanneer hij plotseling zijn eigen koffer ziet liggen en die wil openmaken, wordt hij gearresteerd op verdenking van plundering.

Vanaf dat moment ontwikkelt Among the Dead zich tot een door en door Amerikaanse comedy of horrors, waarbij alles en iedereen zich uiteindelijk onverbiddelijk tegen Frank Gale keert. Door de ingehouden, constaterende zinnen waarmee de schrijver Gale stap voor stap op zijn lijdensweg volgt, wordt melodrama vermeden; het mededogen van de lezer wordt nergens afgedwongen. Tolkins zelfbeheersing zorgt er ook voor dat Among the Dead nergens al te uitzinnig wordt. Hij laat zich niet meeslepen door zijn formidabele gevoel voor satire, hoewel hij stof genoeg heeft: achterblijvers die bij zichzelf vaststellen in welke rouwstadia ze verkeren, een gehaaid advocatenteam dat bij de nabestaanden een ongeremde wraak- en geldlust weet op te wekken, vampiristische media die zich op de intieme brief van Frank aan zijn vrouw storten (en dan aan huisvrouwen vragen of zij hun overspelige man zouden vergeven wanneer hij zo'n brief schreef). In handen van Tolkin wordt het nergens cabaret. Als Among the Dead komisch is, is het hartverscheurend komisch.

Afstandelijk

Wat Michael Tolkin onder andere tot een intrigerend schrijver maakt, is zijn voorkeur voor personages die niet klakkeloos verlengstukken van zijn eigen persoonlijkheid zijn. Tolkin verstaat de moeilijke kunst op een onpersoonlijke manier persoonlijk te schrijven. Afstandelijkheid is daarbij het sleutelwoord. Terwijl Tolkin in werkelijkheid jarenlang heeft geprobeerd in Hollywood als scenarioschrijver aan de bak te komen, lijkt hij er in The Player een sardonisch genoegen in te scheppen de wereld te bekijken door een studiobons die aan een stuk door ploeterende schrijvers het bos in stuurt - en die vervolgens wordt bedreigd door een wraakengel in de persoon van een anonieme afgewezen schrijver. In Among the Dead gaat Tolkin nog een stap verder. In die roman vervangt de schrijver God zelf, de onzichtbare God die de schlemiel Frank met alle zonden van de moderne wereld opzadelt. Het is ook de schrijver die Gale uiteindelijk de hoogst denkbare straf oplegt: betekenisloosheid.

Die neiging om bewust afstand te nemen van zijn personages ziet Tolkin zelf als een reactie tegen Hollywood: “In iedere film kun je een of twee mensen vinden die nadrukkelijk sympathiek zijn, mensen die "ontworpen' zijn voor het publiek om zich mee te identificeren. Met mijn personages kun je je vereenzelvigen simpel en alleen omdat ze menselijk zijn, omdat hun gevoelens menselijk zijn, niet omdat ze zo sympathiek zijn, of zo herkenbaar, of van die mooie gedachten hebben. Ik zal nooit een personage scheppen dat door Tom Cruise gespeeld kan worden. Frank in Among the Dead is een zondebok, in de zin dat hij volkomen onschuldig is en desalniettemin het doelwit van ieders woede wordt. Ik moet bekennen dat ik tijdens het schrijven ook erg veel heb gelachen over al het ongeluk dat ik hem liet overkomen. Mijn vader was een schrijver van sketches en komedies, voor onder andere Sid Caesar, Bob Hope en Danny Kaye. Ik houd enorm veel van zwarte humor. Ik ben ook gek op Stanley Kubrick.”

Dezelfde aversie tegen de oneindige plooibaarheid die van een Amerikaans scenarioschrijver wordt verwacht, heeft van Tolkin een compromisloos romancier gemaakt. Among the Dead is een hard boek, waarin Tolkin de verleiding heeft weerstaan om aan iedere politiek niet-correcte gedachte van Frank Gale een verontschuldigende voetnoot toe te voegen. In zijn wanhoop valt Gale bijvoorbeeld zo nu en dan ten prooi aan wilde seksuele fantasieën over massale orgieën of brute aanrandingen. “Frank vroeg zich af of mensen duizend jaar geleden dit soort gedachten hadden, of vijftig jaar geleden, of twintig jaar geleden, of was het iets nieuws?” De scène waarin Frank de halfverkoolde lichamen van zijn vrouw en dochtertje moet identificeren, worden door geen enkel fraai sentiment verzacht.

“Emerson heeft gezegd: "genie is de terugkeer van je afgekeurde gedachten met een afstandelijke grootsheid.' Dat is een lijfspreuk van mij geworden. Ik weet wel dat niet iedereen mijn personages in al hun verwerpelijke gedachten zal volgen. Zelf vind ik meestal troost in boeken waarvan ik weet dat ze sommige mensen behoorlijk van hun stuk brengen. Maar mij troosten ze, op twee manieren. Allereerst omdat er iets in mijzelf beschreven wordt waar ik me maar half bewust van was, maar ook omdat er iemand is die de bergen van de angst heeft bedwongen, wie het gelukt is orde in de chaos aan te brengen. Gisteren zei een vrouw tegen me: "Ik weet hoe verschrikkelijk dit klinkt, maar ik herkende mezelf volkomen in Frank Gale.' Ik weet wat zij bedoelde. Dat is het soort herkenning dat ik wel nastreef.”

Tragisch

Griffin Mill in The Player, een moordenaar, weet te ontsnappen aan zijn schuldgevoel, maar Frank Gale, die niets gedaan heeft, gaat eraan ten onder. Door zijn tragische onvermogen om vorm te geven aan zijn rouw wordt hij een twintigste-eeuwse Elkerlyc. Tolkin geeft toe dat hij bewust echo's van moderne verschrikkingen heeft laten doorklinken in zijn roman. Het is ook geen toeval dat de vrouw van de jood Frank Anna heet. Heeft hij een soort morele apocalyps willen beschrijven?

“Voorin Among the Dead gebruik ik als motto enkele regels van James Merrill, Een daarvan luidt: "No souls came from Hiroshima u know". Voor de slachtingen en verschrikkingen die in deze eeuw hebben plaatsgevonden is misschien geen passend betoon van rouw meer denkbaar. Wat moeten we doen? Hoe lang moeten we huilen? En aangezien ethiek en moraal gedeconstrueerd zijn, is het heel erg moeilijk je verdriet, je verontwaardiging of je woede zuiver te houden. We worden voortdurend overvallen door twijfel aan onze eigen zuiverheid. De bedoelingen van iemand als Elizabeth Kübler-Ross waren misschien goed, maar het rouwproces in vijf herkenbare en benoembare stadia indelen, dat is een van de ergste dingen die je de mensheid kunt aandoen. Als je met taal al iets kunt bezweren, dan niet met een vocabulaire van minder dat vijfhonderd woorden. In Zuid-Californië is dat alles wat de mensen daar tot hun beschikking hebben. Maar ook de gedachten van Frank Gale schieten tekort. Zelfs in zijn wildste fantasieën is hij niet in staat een gelukkige afloop te bedenken. Die is er ook niet.”

Wat impliciet aanwezig is in Among the Dead, juist omdat het zo opvallend afwezig is, is een verlangen naar geloof. Frank Gale is afkomstig uit een liberale joodse familie, maar wanneer zijn vader hem in zijn nood de steun van het traditionele geloof aanbiedt, blijkt dat slechts te bestaan uit een verzameling uitgeholde frases, die hun betekenis lang geleden hebben verloren. Op de vraag of hij inderdaad hunkert naar een overtuigende metafysische orde, aarzelt Tolkin. Langzaam formuleert hij: “Godsdienst speelt in Among the Dead met nadruk geen rol. In mijn eigen leven is het geloof nu belangrijker dan in de tijd dat ik het boek schreef. Hoewel de wortels van mijn familie in Oost-Europa liggen, zijn het altijd kosmopolieten geweest, geen orthodoxe joden. Ik kan wel zeggen dat ik enigszins ben teruggekeerd naar het geloof, zelfs naar sommige rituelen.

“Het zal nu waarschijnlijk ook een grotere rol spelen in wat ik ga schrijven. In welk opzicht? Ik ben lang op zoek geweest naar een manier om een roman over godsdienst en geloof te schrijven. Die manier denk ik nu eindelijk gevonden te hebben. Dat houdt in dat ik moet schrijven over mijn eigen worsteling met het geloof, dat ik toegeef in een dergelijke strijd gewikkeld te zijn. En aangezien geloof altijd twijfel in zich draagt, is worstelen met geloof niet anders dan geloven. Mij gaat het om het beschrijven van dat proces, om de uitwerking die dat geloof heeft. In mijn film The Rapture ben ik er met opzet van uitgegaan dat de God waaraan die vrouw zich overgaf, ook werkelijk bestond. Dan maakte haar dilemma's en twijfels voor mij pas echt interessant. Maar ik moet erover ophouden. Een van mijn producers waarschuwt me altijd niet over geloof te beginnen. Hij zegt dat ik dan altijd klink als een gestoorde rabbijn.”

    • Bas Heijne