"De Vut is als een rafelend touw'

Oudere werknemers zullen langer moeten werken als de Vut wordt afgeschaft. Maar bekommeren bedrijven zich wel voldoende om hun oudere werknemers? Laatste deel in een korte serie.

BUNNIK, 16 JUNI. De regeling voor de vervroegde uittreding (Vut) beschouwt hij als een rafelend touw. Iedere keer als het concern de Vut-leeftijd met een half jaar verlaagde, begonnen de werknemers er twee jaar eerder naar uit te kijken. Een deel van het personeel telde de jaren tot aan de dag dat zij de onderneming konden verlaten. En dat ging Akzo te ver.

In de discussie rond de afschaffing van de Vut duikt steeds de naam van het chemieconcern uit Arnhem op. Akzo werd in het voorjaar van 1992 beroemd èn berucht toen het als eerste een overeenkomst sloot met de vakbonden om de Vut op de helling te zetten. Beroemd onder werkgevers, die de gedurfde stap toejuichten. Berucht onder de werknemers, die niet blij waren met de voortrekkersrol die Akzo op zich nam.

Noch de vergrijzing van het personeel noch de oplopende kosten van de Vut zijn de reden om de Vut te laten verdwijnen. Als belangrijkste oorzaak voert Akzo aan dat de regeling leidt tot werknemers die hun motivatie langzaam verliezen. “Vanaf hun 45ste kijken medewerkers uit naar de Vut. Terwijl wij ze gedurende een lange reeks van jaren gemotiveerd willen houden”, aldus directeur arbeidszaken R. De Leij.

De vakbonden gingen schoorvoetend akkoord met het op termijn afschaffen van de onder werknemers zeer populaire Vut, zij het onder één voorwaarde. Akzo moest een activerend ouderenbeleid voeren en op deze manier voorkomen dat de "grijze' werknemer met de eindstreep in zicht uitgeput neervalt.

Een werkgroep met daarin vertegenwoordigers van de vakbonden en Akzo Nederland ging aan de slag. Eind 1991 kwamen ze tot de conclusie dat Akzo een ouderenbeleid moet voeren dat ingaat zodra de werknemer in dienst treedt. Regelmatige medische keuringen, scholing en verandering van functie vormen onder meer de ingrediënten. Ook moeten oudere werknemers bereid zijn een stapje terug te doen, het liefst zonder financiële consequenties. Verder voelen met name de vakbonden veel voor extra vrije dagen, werken in deeltijd en het afschaffen van nacht- en ploegendiensten.

Ditmaal zal Akzo slechts schoorvoetend akkoord gaan. Want voor het chemieconcern staat als een paal boven water dat de Vut eerst moet verdwijnen vóórdat Akzo een ouderenbeleid kan voeren. De Leij: “De aanwezigheid van de Vut verhindert een beleid dat zich richt op het behouden van mensen. We slagen er niet in de arbeidsprestatie aantrekkelijk te maken als we het niets doen belonen met een hoge Vut-uitkering.”

Bovendien trekt De Leij de noodzaak van ouderenbeleid sterk in twijfel. “In de jaren vijftig en zestig werkte iedereen tot zijn 65ste. Waarom kan de huidige werknemer vanaf 55 jaar dan niet meer in ploegendienst werken? Omdat de vakbeweging ooit drie 55-plussers heeft gevonden voor wie de ploegendienst te zwaar is geworden.” Het afschaffen van de ploegendienst trekt meer mensen aan die een functie in de dagdienst ambiëren, meent De Leij. En waar moet Akzo dan alle senioren laten die de ploegendienst niet meer aankunnen? “Hele volksstammen op de postkamer, terwijl we die dienst juist hebben uitbesteed.” Bestuurder B. Roodhuizen van de Industriebond FNV valt van verbazing van zijn stoel als hij de uitspraken van De Leij hoort. “Hij neemt afstand van zijn eigen stukken. Vorig jaar was hij het volledig met het CAO-akkoord eens.” Akzo is gefixeerd op het afschaffen van de Vut, meent Roodhuizen, maar gaat voorbij aan een aantal problemen. “Het bedrijf neemt een foto van dit moment. Maar ze kijken te weinig naar de oudere mensen die nog onder de slechte arbeidsomstandigheden hebben gewerkt. Dè zijn op vroegere leeftijd uitgeblust.”

De Leij beklemtoont dat de arbeidsomstandigheden vanaf 1975 sterk zijn verbeterd. De automatisering heeft het zware werk teruggedrongen, het bedrijf heeft arbeidstijdverkorting doorgevoerd, het aantal vakantiedagen is uitgebreid en de werktijd in de ploegendienst ging terug van 42 naar 33,6 uur per week. Dus wat zeurt die vakbeweging nu eigenlijk over ouderenbeleid?

Een groot deel van de oudere werknemers die momenteel in dienst zijn van het chemieconcern, valt overigens onder de huidige Vut-regeling. Pas in 2017 neemt Akzo definitief afscheid van de Vut. Daarmee is het concern bijna twee keer zo lang bezig met het afschaffen van de maatregel als dat het de Vut daadwerkelijk heeft gebruikt. In de toekomst kunnen de medewerkers zelf beslissen of ze willen sparen voor hun voortijdig vertrek. In plaats van een collectieve Vut op 62 jarige leeftijd, kan de werknemer in de toekomst gebruik maken van een "individueel uittredingsrecht' dat vanaf zijn 60ste ingaat. Daar moet hij dan wel zelf voor sparen.

Alle consternatie over het ouderenbeleid ten spijt, heeft de stap van Akzo en de vakbonden dit jaar veel navolging gekregen. In een aantal CAO's hebben de sociale partners afgesproken alternatieven voor de Vut te onderzoeken. Vaak onder verwijzing naar het Arnhemse chemieconcern. Zelf kwam Akzo nauwelijks verder. In de CAO voor dit jaar werden de bestaande afspraken herbevestigd. De werkgroep waarin Akzo en de industriebonden zijn vertegenwoordigd, buigt zich nog altijd over het te voeren ouderenbeleid. De trage voortgang maakt duidelijk dat het afschaffen van de Vut met de nodige zorg omgeven moet worden. Akzo speelt dan wel een leidende rol in de discussie, de werknemers zijn minder tevreden over de voortrekkersrol. Nog vorig jaar stuurden ze de vakbonden bijna naar huis, nadat deze hun "verworven recht' - namelijk de Vut - hadden "verkwanseld'. Ook Akzo realiseert zich dat steun van het personeel onmisbaar is bij het doorvoeren van de plannen.

Voor de vakbonden staat vast dat afschaffen van de Vut hand in hand gaat met een opkomend ouderenbeleid. Maar De Leij rilt als hij het woord hoort. “Ouderenbeleid werkt stigmatiserend. Het heeft te veel weg van tuttelbeleid.” Ook aan die andere term - leeftijdsbewust personeelsbeleid - heeft de directeur sociale zaken een hekel. “Dat zegt alleen iets over de leeftijd en niets over de capaciteiten van de werknemer. We moeten in dit land voorkomen dat individuen worden opgezogen door de collectiviteit.”

    • Yaël Vinckx