De laatste zomer

DAT WAS STAATSSECRETARIS In 't Veld. Acht dagen heeft hij op zijn post gezeten. Een, zoals hij het gisteren zelf uitdrukte, “nachtmerrie-achtige periode” waarin zijn “output” nog nooit zo gering is geweest. De kwaliteitsimpuls heeft niet kunnen leveren, beter gezegd mogen leveren. Want als het aan hem persoonlijk had gelegen, was In 't Veld doorgegaan. Maar het is zijn directe baas, Ritzen, geweest die het risico te groot achtte.

Het ging bij de afweging niet om de vraag of In 't Veld goed of fout is geweest. Hij heeft tijdens zijn hoogleraarschap niet stiekem bijgeklust, zijn bijverdiensten waren ook niet zwart. Alles is, afgezien van het gebruikte briefpapier, geheel volgens de regels gegaan. Zelfs heeft In 't Veld de ochtend nadat hij voor het staatssecretariaat was benaderd minister Ritzen nog impliciet gewezen op de mogelijke spanning tussen zijn eventuele toekomstige functie en zijn verleden. Wat dat betreft: niets aan de hand. Maar als de vrees is dat een bewindspersoon steeds achtervolgd zal worden met zijn activiteiten en uitspraken uit een vorig leven en daardoor in zijn functioneren zal worden belemmerd, rest er in feite slechts één conclusie.

Dat bij de vraag over de positie van In 't Veld ook partij-politieke overwegingen een rol hebben gespeeld is evident. Ook het aanzien van de Partij van de Arbeid was in het geding. En, zoals het verleden meer dan eens heeft bewezen, als de partijpolitiek aan de orde is, gaat het vaak niet om de ratio. Degenen die op dit moment vooral oog hebben voor de electorale potentie van de PvdA, bestempelden In 't Veld eveneens als een risico-factor. Zou hij tegelijk met de rest van het kabiniet zijn aangetreden, dan was er waarschijnlijk hooguit sprake geweest van enkele aanloopproblemen. Maar hoe flauw de vergelijking ook is, aan de ene kant op de bijstand korten en aan de andere kant een "bijklussende hoogleraar' het kabinet binnenhalen, vergt zonder meer weer een heleboel uitleg aan een achterban die jarenlang met veel vertoon van moraliteit is aangepraat dat het prestatiebeginsel niet deugt. Een opportunistisch argument, zeker, maar wel inherent aan het politieke bedrijf.

OP DE KORTE termijn kan deze nieuwe ontwikkeling overigens alleen maar schadelijk zijn voor de PvdA. De hele gang van zaken bevestigt het beeld van een partij die volledig uit het lood is geslagen. Reputaties staan op het spel. Het was te verwachten dat de affaire-In 't Veld de discussie over het leiderschap van Kok zou aanwakkeren. Toch is dit wel heel gemakkelijk. Kok zat bij deze zaak in een "no win-situatie'. Hoe zou het oordeel over de partijleider hebben geluid als In 't Veld was blijven zitten? Inderdaad, Kok heeft aanvankelijk een afwachtende houding aangenomen. Eerst de feiten, dan pas het oordeel was zijn te respecteren standpunt. Achteraf kan hem worden aangerekend dat bij het aanzoeken van In 't Veld niet alle voors en tegens voldoende zijn afgewogen. Maar er was door het gedwongen vertrek van staatssecretaris Ter Veld dan ook een bijzondere situatie ontstaan.

En zo trekt de regeringskaravaan piepend en krakend verder. In het kabinet zijn inmiddels de nieuwste financiële tegenvallers op tafel gelegd en worden de stellingen betrokken. Een beetje spookachtig gaat dit kabinet zijn laatste zomer in.