D'Ancona looft samenvallen van poëziefestivals

Vanavond treden in Den Haag op: Simon Vinkenoog, Roger McGough, Adrian Henri, Billy Childish, Bart Chabot en Herman Brood. Fluwelen Burgwal 18. Aanvang 20.45 uur.

DEN HAAG, 18 JUNI. Hoe zou minister d'Ancona zich eruit redden? De afgelopen maanden was er her en der verbazing ontstaan omdat zij persoonlijk het Haagse Crossing Border Festival voor literatuur en muziek wilde openen, op een moment dat in Rotterdam net het zwaar door WVC gesubsidieerde Poetry International aan de gang was. Maar de minister week geen milimeter. Voor haar, zo zei ze gisteren tijdens haar openingstoespraak, was de samenloop van beide festivals een zeer goede zaak. De deelnemers van het Haagse Festival konden nu een kijkje bij Poetry International nemen, en omgekeerd. Zo zouden ze van elkaar kunnen leren.

Minister d'Ancona wees er op dat haar keuze voor het Haagse Festival onderdeel uitmaakt van haar beleid om het lezen te bevorderen. Ze hoopt dat het festival er door het programmeren van popmuziek en videoprogramma's in slaagt een nieuw, jong publiek voor literatuur te interesseren. Ze vond het ook goed dat het literatuurfestival in de Haagse Kunstpassage werd gehouden. Den Haag had nog weinig op het gebied van literatuur en in het vroegere gebouw van de Staatsdrukkerij was de laatste jaren al vaker ruimte geweest voor "wat elders niet kon".

Tijdens de eerste dag van het Festival was er inderdaad ruimte voor dingen die elders niet goed zouden kunnen. Niet zozeer door het programma. Er waren maar weinig onderdelen die op Poetry International of de Utrechtse Nacht van de Poëzie ondenkbaar zouden zijn: een optreden van de dichteres Carla Bogaards, begeleid door een violist, de Rasterdichter H.C. ten Berge, een verhaal van Anil Ramdas, de soul-zangeres Lennie St Luce. Het andere van het Crossing Border festival zit meer in de vormgeving en de stijl van presenteren. De zaal van de Kunstpassage is met kleurige spots, dia-projecties en een ingenieus waterkunstwerk tot een aangenaam jeugdhonk omgetoverd, met een bierbar en een wiskeystandje van sponsor Jack Daniels. En de presentatie van het programma is, de eerste dag althans, in handen van zonderlingen. Als de opening van het festival tegen vijf uur eindelijk begint, wordt het podium beklommen door een gebrekkig Nederlands sprekende freak die de minister onder meer aankondigt met de woorden: “Een uitspraak van haar die boekdelen spreekt is dat kerels altijd elkaar benoemen. Dat is hard maar waar. Nou meid, dan zal ik jou maar eens benoemen. Hier is ze.”

's Avonds is de presentatie in handen van full-time Ruigoord-bewoner Hans Plomp. Deze figuur heeft kennelijk nog altijd niet zijn heimwee naar de jaren zestig verwerkt. Er is geen aankondiging of hij vertelt het publiek wel iets over het mooie leven in de "the sixties', over de "psychedelische revolutie' nadat er op het Leidseplein LSD-pillen waren uitgedeeld, of over de meimaand van 1968, toen de verbeelding aan de macht zou komen.

De keuze van Hans Plomp als presentator was de enige, maar wel moeilijk te negeren smet op een verder zeer geanimeerde avond. Over de groep Sonic Youth: "die komt uit Amerika, geloof ik'. En over de gerenommeerde Engelse schrijver Rupert Thomson: 'er worden drugs in zijn boeken gebruikt, maar desondanks kon het bij De Bezige Bij verschijnen.'

Het is natuurlijk mooi als een festival zich tegen het establishment afzet, maar het is genant te gaan katten op uitgerekend de enige uitgeverij die met acht schrijvers naar Den Haag is gekomen.

    • Reinjan Mulder