Cuba-crisis op vrije suikermarkt; Europese boeren profiteren van stabiele prijzen in het suikerfort van de EG

Hoe suiker aan de bijnaam "wispelturigste grondstof' komt, werd onlangs aardig gellustreerd in Cuba. Terwijl de nationale suikermaatschappij Cubazucar de slechtste oogstresultaten van de afgelopen dertig jaar bekendmaakte en de prijzen op de grondstoffenbeurs in New York bij gevolg de pan uitrezen, deden de weergoden er nog een schepje bovenop. Slagregens en overstromingen zorgden dat transport van de magere oogst onmogelijk werd. Het bericht dat Cuba de levering van suiker aan zijn klanten anderhalve maand zou opschorten zorgden voor zo'n paniek in New York dat de handel tijdelijk werd stilgelegd om de gemoederen te kalmeren. De klimatologische en politieke gevoeligheid - de slechte oogst in Cuba is een direct gevolg van het wegvallen van de voormalige Sovjet-Unie als leverancier van brandstof - van suiker waren weer eens onomstotelijk aangetoond.

Hoewel de Cubaanse suikercrisis en droogte in producentenlanden als Zuid-Afrika en Australië voor het eerst sinds een aantal jaar dreigen te zorgen voor een suikertekort, is de commotie op de grondstoffenbeurs in New York ('s werelds grootste termijnmarkt voor ruwe suiker) weer weggeëbd. Daar breekt men zich inmiddels het hoofd over een ander probleem. En wel dat van de Braziliaanse witsuiker, een produkt dat het midden houdt tussen ruwe en geraffineerde suiker. Omdat het niet voldoet aan de kwaliteitseisen van de EG mag de witsuiker niet worden verhandeld op de markten in Parijs en Londen. En omdat het geen ruwe suiker is (de witsuiker is één maal geraffineerd) krijgt het ook geen toegang tot de beurs in New York. De schaarste op de suikermarkt doet New York echter aarzelen, omdat de witsuiker door de huidige schaarste goedkoper is dan de ruwe suiker. De kwestie heeft tot een rel tussen klanten en beursbestuur geleid, omdat de eersten geen genoegen nemen met eventuele levering van de inferieure Braziliaanse witsuiker, die erg stoffig is en moeilijk verhandelbaar.

De suikerperikelen en de bijbehorende prijsstijgingen gaan aan de meeste consumenten geruisloos voorbij, want slechts 20 procent van de suikerproduktie in de wereld wordt verhandeld op de vrije markt. Van de ruim 100 miljoen ton suiker die jaarlijks wordt geproduceerd, wordt 75 procent geconsumeerd in de producentenlanden. “Omdat het aanbod op de vrije markt zo beperkt is, is suiker veel gevoeliger voor schommelingen dan bijvoorbeeld koffie of cacao, die in zeer ruime mate aanwezig zijn op de vrije markt”, legt M. Eygendaal, manager bij Limako, uit.

Ongeveer 70 procent van de suiker wordt geproduceerd in industrielanden als de VS, Canada en de EG, die hun producenten goed beschermen tegen aanbod van buitenaf. Het kleine stukje vrijhandel op de suikermarkt dankt zijn bestaan aan het feit dat er ook ontwikkelingslanden zijn die suiker produceren (en die geen geld hebben voor bescherming van hun eigen industrie en dus de vrije markt op moeten) en het feit dat de meeste producenten met een overschot zitten dat ze willen dumpen. Zo exporteerde de EG vorig jaar 900.000 ton naar Oost-Europa.

Ook Nederland heeft, als lidstaat van het suikerfort Europa, weinig of geen last van de suikercrisis elders in de wereld. De Nederlandse industrie (Suikerunie en CSM) en de boeren zitten veilig in de heffingen- en quotaregeling van de EG, die bepaalt welk land hoeveel suiker mag produceren tegen welke prijs. Tot tevredenheid van boer en industrie die al jaren een goede prijs ontvangen voor hun produkt.

Het Europese suikerfort is nagenoeg onneembaar. De EG produceert jaarlijks ongeveer 15 miljoen ton suiker en is daarmee geheel zelfvoorzienend. De suikerverwerkende industrie (zoals de koekjes-, frisdrank en chocoladefabrikanten, die jaarlijks 200 tot 300.000 ton verwerken) is verplicht de suiker te kopen in de EG. Zij zijn de enige die minder gelukkig zijn met het quotasysteem, volgens D.C. van der Woerd van de Nevesuco, de Nederlandse Vereniging van Suikerwerk- en Chocoladeverwerkende Industrie. De EG-suiker is namelijk veel duurder dan die op de vrije markt. Kopen ze hun suiker toch buiten de EG-grenzen dan moeten ze zoveel betalen aan importheffingen dat het de moeite niet loont.

De suikerindustrie heeft maar één angst en dat is een nieuw Gatt-akkoord over vrijere wereldhandel. De suikermuren rond de EG zouden gedeeltelijk afgebroken moeten worden en en ook de export (10 procent) zou omlaag moeten. De suikerprijs zou dalen, de boeren krijgen minder voor hun suikerbieten en een groot deel van de Europese suikerindustrie zou het loodje leggen, zo redeneren de producenten. Het suikertekort dat daarmee zou ontstaan in Europa zou gretig worden aangevuld door de producenten op de vrije markt.

Volgens J. Riphagen van het ministerie van landbouw is die vrees niet terecht. De suikerprijs op de wereldmarkt zou moeten halveren voordat het loont voor de verwerkende industrie om suiker in grote hoeveelheden suiker buiten de EG te kopen. Landbouw heeft samen met de suikerindustrie berekend dat een Gatt-akkoord de suikerprijs in een periode van zes jaar 6 à 7 procent zou doen dalen.

Ook de vrees bij veel producenten dat de EG het quotasysteem zal afschaffen nuanceert Riphagen. “Suiker is het enige landbouwprodukt in de EG waarvan de produktie en de export door de boeren zelf wordt gefinancierd via heffingen. Ik denk dat de EG het quotasysteem nog wel een poos handhaaft. Suikerbieten zijn een gouden eiland in de zee van ellende in de akkerbouw.”