Bouwen aan het vierde Rome

Een echte, strenge deconstructivist is de Amerikaanse architect Franklin Israel niet. Dat de wereld steeds minder zekerheden biedt, betekent niet dat metropoolbewoners dat thuis ook nog eens ingepeperd moeten krijgen. Welwillend houdt Israel rekening met de wensen van zijn klanten.

Franklin D. Israel. Buildings & Projects. Met een inleiding van Frank O. Gehry en essays van Franklin D. Israel en Thomas S. Hines. Uitg. Rizzoli, 224 blz. Prijs ƒ 66,15

Los Angeles is een lelijke stad, vindt de Amerikaanse architect Franklin D. Israel (47). Dat maakt hem wel eens moedeloos. De paar parels die hij er neer kan zetten, vallen in het niet in de zee van verschrikkingen.

Bovendien is het in Los Angeles de laatste jaren steeds moeilijker geworden om als architect het hoofd boven water te houden. De recessie heeft Californië harder getroffen dan de rest van Amerika en het lijkt wel alsof er geen einde aan komt. Israel wordt nog wel veel gevraagd voor tentoonstellingen en interviews en er verschijnen nu ook boeken over zijn werk, maar dat levert nauwelijks werk op. Integendeel, opdrachtgevers zeggen steeds vaker op het laatste ogenblik opdrachten af en van Japan, dat voor steeds meer werk zorgde voor architecten uit Los Angeles, is sinds het uiteenspatten van de "bubble'-economie ook niet veel meer te verwachten.

Kapperszaak

Tot overmaat van ramp kan zijn Nederlandse opdracht, een villa in Den Haag in het kader van het Haagse "Festival 200.000ste woning' aan de Dedemvaartsweg, door geldgebrek en bouwvoorschriften niet worden uitgevoerd zoals hij wilde. Hij had een ingenieuze compositie in gedachten van licht onregelmatige geometrische vormen die bijeengehouden worden door een geknikt dak, maar nu wordt het slechts een vrij gewone doosachtige villa. Nederland is toch al niet het land waar zijn hart naar uit gaat, hoewel hij er in de jaren zeventig een tijdje heeft gewoond en toen de kapperszaak van Christiaan op het Singel in Amsterdam heeft verbouwd. Zijn Nederlandse vrienden werkten nauwelijks in die dagen, vertelt hij, en tegenwoordig is dat nog steeds zo. In Los Angeles mag het dan wemelen van de zwervers, Nederland met zijn riante sociale voorzieningen maakt lui.

Ondanks al zijn gemopper en zijn Newyorkse afkomst voelt Franklin Israel een echte "Angeleno'. In 1977 vestigde hij zich in Los Angeles, op aanraden van Philip Johnson, "the godfather of American Architecture', die voorspelde dat LA de belangrijkste architectuurstad van de Verenigde Staten zou worden. Een van de oorzaken voor het gunstige architectuurklimaat in Los Angeles is natuurlijk de aanwezigheid van de film-, video-, reclame- en platenindustrie, waar vaak mensen werken die zich graag willen onderscheiden met een bijzonder kantoor of huis. Israel begon zijn carrière in LA letterlijk bij de filmindustrie, als art director bij Paramount Pictures, maar de "dirty politics' van de filmwereld werden hem te bar. In 1983 begon hij zijn eigen architectenbureau.

In Franklin D. Israel. Buildings & Projects, het onlangs verschenen boek over zijn werk, vergelijkt Israel Los Angeles met Rome, waar hij een paar jaar verbleef aan de Amerikaanse Academie. Het is een oude gedachte: zoals de Byzantijnen in hun stad het tweede Rome zagen en de Russen in Moskou het derde, zo beschouwt Israel Los Angeles als het "Rome van dit moment'. Zowel het oude Rome als Los Angeles liggen ten westen van een cultuurcentrum dat zijn beste tijd heeft gehad, merkt hij op, vroeger Athene, nu New York. En net zomin als het Rome van de renaissance is het huidige Los Angeles een gesloten geheel met een duidelijk aanwijsbaar centrum. Natuurlijk zijn er evenveel verschillen als overeenkomsten tussen beide steden te noemen, geeft Israel toe, maar dit neemt niet weg dat Los Angeles de "troon onder de zetels van de beschaving' is.

Rusteloos

In de jaren tachtig is deze "troon van de beschaving' de hoofdstad van het deconstructivisme geworden. Dit is vooral te danken aan het succes van Frank Gehry, al mag hij volgens de strengen in de leer, zoals Peter Eisenman, wegens hardnekkige oppervlakkigheid niet worden gerekend tot deze nog altijd laatste architectuurmode. Nergens anders op de wereld staan zoveel rusteloos ogende shopping malls, restaurants, musea en huizen als in Los Angeles. Zelfs het enorme operagebouw in downtown LA is nu in aanbouw naar een "scheef' ontwerp van Gehry.

Israel werd door Philip Johnson gentroduceerd bij Gehry, die de goede gewoonte heeft om opdrachten die hij zelf niet wil, door te schuiven naar veelbelovende jongeren. Anders dan sommige andere architecten die geprikkeld reageren als de naam Gehry valt en het bestaan van zoiets als een Gehry-school ontkennen, erkent Israel ruiterlijk zijn schatplichtigheid aan hem. Er zijn twee architecten die hem diepgaand hebben benvloed, vertelt hij: Robert Venturi - maar dan wel de Venturi uit de jaren zestig die de lof zong van de commerciële architectuur van Las Vegas - en Frank Gehry die hem de chaos van Los Angeles leerde begrijpen. Net als Gehry combineert Israel contrasterende materialen met elkaar, al is hij hierin met zijn voorkeur voor metaal, hout en (plexi-)glas minder extreem dan zijn mentor. Ook de grillige vormen van het deconstructivisme duiken op in Israels werk, zoals in de bar van het Speedway-café in Venice, die bestaat uit onregelmatige geometrische platen van blank hout.

Maar een echte, strenge deconstructivist is Israel zeker niet. Voor hem betekent het feit dat de wereld in het algemeen en Los Angeles in het bijzonder steeds minder zekerheden bieden niet dat de metropoolbewoners dit thuis ook nog eens ingepeperd moeten krijgen. Anders dan de Oostenrijkers van Coop Himmelblau, die sinds 1991 ook een bureau hebben in de hoofdstad van het deconstructivisme, wil hij zijn opdrachtgevers niet laten wonen en werken in "verontrustende, ontheemde architectuur'. “Smog, files en een toegenomen waarneming van het afgrijselijke geweld hebben de gedachte versterkt dat de echte wereld iets is om aan te ontsnappen,” schrijft hij in zijn boek. “Ik wil de thema's van de toevlucht en de behoefte aan ontsnapping visualiseren. Het is de taak van de toekomstige ontwerpers om de stedelijke ruimte terug te winnen en om het beste werk van vandaag als de zaden van een vitalere en humanere omgeving te nemen.” Geen wonder dat in Israels gebouwen steeds weer de bootvorm terugkomt, als balkon, als interieur of in de vorm van de huizen zelf. Ze zijn, misschien wel te duidelijk, een verwijzing naar de Ark, de redding in de oceaan van Los Angeles.

Franklin Israel is ook niet een architect van het Mies-van-der-Rohe-soort, die nauwelijks of geen rekening houdt met de wensen en het budget van zijn klanten. Zo kwam filmregisseur Robert Altman bij hem met het verzoek om zijn huis in Malibu uit te breiden in de stijl van Carlo Scarpa (1906-1978), de Italiaanse architect die erg populair is onder intellectuelen in Los Angeles. Zonder morren voldeed Israel hieraan. Een andere regisseur, de inmiddels op 34-jarige leeftijd overleden Bombyk, was meer gecharmeerd van Rob Mallet Stevens (1896-1945) en kreeg van Israel zonder dralen een overigens niet uitgevoerd ontwerp voor een huis dat aansluit op het werk van de Franse architect die op scheidslijn tussen modernisme en art deco balanceerde. Het toppunt van "klantvriendelijkheid' bereikte Israel in een ook al niet gebouwd ontwerp voor een echtpaar waarvan de vrouw renaissance-specialiste was. Voor hen maakte hij een moderne versie van de zeshoekige Villa Farnese in Caprarola, ontworpen door de Italiaanse maniëristische architect Vignola (1507-1573).

Als zijn klanten geen uitgesproken stijlwensen hebben, zorgt Israel zelf voor aansluiting op de architectuurgeschiedenis, bij voorkeur op die van Los Angeles. Zijn gebouwen zitten vol verwijzingen naar het werk van modernistische Californische architecten, zoals Richard Neutra, Rudolph Schindler en John Lautner. Zelfs elementen uit het werk van Frank Lloyd Wright, die hij eigenlijk een afschuwelijke romanticus vindt, komen wel in Israels ontwerpen voor.

Dorpje

Toch is Israel meer dan een welwillende, erudiete dief. Het voortzetten van de traditie is slechts een van de zes thema's die hij zelf in zijn werk onderscheidt. Dat van de "Cities Within', dat vooral in zijn verbouwingen voor film- en platenmaatschappijen een rol speelt, geeft nog het beste aan wat Israel bedoelt met een "humane architectuur'. De vaak wat aftandse loodsen verandert hij niet in orthodoxe, gladde kantoorgebouwen met gangen en afgesloten onderkomens, maar hij laat de buitenmuren en de oude houten dakconstructies zo als ze zijn, oud en vervallen. In de open binnenruimte plaatst hij verschillende mosterdgele, bruin-oranje en blauwe paviljoentjes, met elkaar verbonden door kleurige, gebogen muren en stalen balken. Zo onstaat er binnen een heus dorpje, een vriendelijke voortzetting van het grootste, grimmigste en lelijkste dorp ter wereld dat Los Angeles heet.