Bevrijd van krakers en kibboets; Herinneringen van Daphne Meijer

Daphne Meijer: Resten van de eeuw. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 284 blz. Prijs ƒ 34,90.

Het lijkt een verdienste in sommige Nederlandse romans om zoveel mogelijk realisme in het decor te stoppen. Freriks, Beurskens en ook Daphne Meijer: wie hun boeken leest - en uit de hoofdstad komt - herkent de straten waar de hoofdfiguren rondslenteren, ze gaan naar dezelfde cafés, en lezen dezelfde kranten. Als die grote herkenbaarheid gebruikt wordt om een schijn van werkelijkheid te verlenen aan wat vervolgens fantasie blijkt, kan de lezer daardoor op een aardige manier op het verkeerde been gezet worden. Maar als ook de gebeurtenissen heel dicht langs de werkelijkheid scheren, lijkt het etiket "roman' slechts een excuus om je bij het vertellen niet voor honderd procent aan de waarheid te houden.

Zoiets is er naar mijn gevoel aan de hand in de debuutroman Resten van de eeuw van Daphne Meijer. Hierin vertellen Dorith Flesschendrager en Jochem van Dam in wisselend perspectief over hun ontmoeting, en de daaruit met horten en stoten voortrollende verhouding. Aanleiding is een stuk dat Jochem voor zijn krant moet schrijven over de idealen van de kraakbeweging, en wat daar nu nog van over is. Dorith was een overtuigd kraakster, die op een gegeven moment vastliep in het milieu. Om te ontsnappen aan de strakke eisen van de groep reist ze af naar een kibboets, waar tot haar ontzetting "de eis om je aan te passen aan het collectief echt tot in het absurde was doorgevoerd'.

Het leven in deze gemeenschap vormt de tweede verhaallijn, de roman in de roman. Het kibboetsbestaan met zijn strikte regels, de ideologische discussies die vaak op een kleinzielige manier over elkaars gedrag gaan en de eindeloze verveling blijkt zo mogelijk nog erger dan het kraakmilieu. "De Israëli's en de buitenlanders draaiden in cirkels om elkaar heen in Dikla. Zij probeerden elkaar te begrijpen, maar dat lukte niet. Pas veel later zou ik begrijpen hoe zij in wederzijdse afgunst en minachting aan elkaar vastgeketend zaten.' Door een gruwelijk voorval in één van de kassen, komt er vaart en spanning in het kibboetsverhaal. Maar ook hier wordt de lezer bestookt met een overvloed aan details. Dit lijkt te komen doordat er nu eenmaal zoveel herinneringen waren die niet onvermeld mochten blijven. Misschien is dat in het belang van de schrijfster, maar het belemmert de voortgang van het verhaal.

Ook de ingevlochten hoofdstukken in Amsterdam, waarin Dorith de auteur van de Dikla-roman blijkt, zijn een hindernis. Ze legt de hoofdstukken die ze over de kibboets geschreven heeft ter goedkeuring voor aan Jochem, die dus hetzelfde onder ogen krijgt als de lezer. Beiden kunnen en mogen oordelen over Doriths onzekerheid: "Dorith vond de zinnen die zij op papier had gezet verre van volmaakt. Zo gewoon. Zo alledaags, niet literair. Ze had ondanks haar eigen scepsis gehoopt dat hij haar in zijn armen zou sluiten en zou roepen dat zij briljant was.'

De verhalen komen samen als Jochem op reportage naar Israel gaat, waar Dorith aan haar roman werkt. Samen bezoeken zij Dikla. Voor de altijd naar objectiviteit strevende Jochem leidt dit ertoe dat hij durft uit te komen voor zijn joodse identiteit. Hij verliest de angst om anders te zijn. Dorith Flesschendrager bevrijdt zich in haar boek van milieus als kraakbeweging en kibboets, waar al te strenge gedragscodes gelden, maar tegelijkertijd toont ze haar behoefte om ergens bij te horen, om een plek te vinden in het jodendom en in de literatuur. Met dat verlangen worstelt de schrijfster Daphne Meijer vermoedelijk ook. Haar Resten van de eeuw gaat weliswaar gebukt onder de last van al te nauwkeurige herinneringen, maar is in stilistisch opzicht wel degelijk een knap geschreven boek.