"Belangen en rechten van de mens verweven'

WENEN, 18 JUNI. De rechten van de mens zijn weer helemaal terug in het Amerikaanse buitenlandse beleid. President Clinton heeft de versterking van de democratie en bescherming van de rechten van de mens tot pijlers van de buitenlandse politiek en de ontwikkelingssamenwerking gemaakt.

De keuze van Warren Christopher tot minister van buitenlandse zaken blijkt achteraf symbolisch te zijn geweest. Hij was degene die de eerste overkoepelende werkgroep voor de rechten van de mens leidde die ooit door een Amerikaanse regering werd ingesteld. Dat was onder Jimmy Carter - door Clinton bewonderd en in Wenen deze week gevierd.

Over de reserves die indertijd in Westerse hoofdsteden en elders over Carters getuigenispolitiek bestonden praat vrijwel niemand meer. En zeker de Amerikaanse afgevaardigden in Wenen niet, die de rechten van de mens verkopen alsof ze nooit anders hebben gedaan.

De aanvoerder van hen is Timothy Wirth, tot vorig jaar senator voor Colorado en nu raadsadviseur op het ministerie van buitenlandse zaken. Hij ziet geen conflict tussen bevordering van de rechten van de mens en de meer traditionele doeleinden van buitenlanse politiek, zoals veiligheid en economische belangen. En hij wenst ook geen rangorde in belangen aan te brengen: “We denken dat ze met elkaar verweven zijn.”

De verlenging van de handelsstatus van "meest-begunstigde natie' (MFN) van China, waartoe de regering Clinton onlangs na veel aarzeling besloot, staat hier volgens hem niet haaks op. “Clinton is duidelijk geweest. Voor het eerst in meer dan tien jaar voeren de Verenigde Staten een helder beleid tegenover China.”

Dat de president zich als kandidaat herhaaldelijk tegen verlenging van de voorkeursbehandeling jegens Peking had uitgesproken in verband met de aanhoudende schendingen van de mensenrechten en, zoals deze week in the Washington Post werd aangetoond, na een hevige lobby van het Amerikaanse bedrijfsleven door de bocht ging, doet daar volgens Wirth niets aan af. “De president staat onder voortdurende druk van lobbyisten, niet alleen industriëlen maar ook leden van het Congres en van groeperingen die de naleving van de rechten van de mens trachten te bevorderen.”

Hij onderstreept dat de situatie van de mensenrechten in China - Amerika's grote tegenspeler op de conferentie in Wenen - een jaar lang met grote aandacht zal worden gevolgd en dat de zaak volgend jaar opnieuw zal worden beoordeeld. De maatstaf voor een nieuw positief besluit zal zijn of er een duidelijke verbetering op het terrein van de mensenrechten is waargenomen.

Ook een ander Aziatisch land dat de Amerikaanse inspanning op de Weense conferentie met wantrouwen volgt, heeft de speciale belangstelling van de Verenigde Staten gewekt: Indonesië. “Washington is diep bezorgd over de situatie van de rechten van de mens in Oost-Timor en laat dat ook aan de regering in Jakarta weten”, zegt Wirth. Hij bevestigt dat de president zelf zich met deze kwestie bezighoudt. (De Portugese minister van buitenlandse zaken, Jose Manuel Duraro Barroso, maakte vorige week bekend dat Clinton persoonlijk bij de Indonesische regering om opheldering zou vragen over de omstandigheden op Oost-Timor.)

Wirth kondigt bovendien aan dat de tweede man op het ministerie van buitenlandse zaken, onderminister Clifton Wharton, naar Jakarta zal reizen voor overleg over deze kwestie. “Als dit alles zijn uitwerking mist, kunnen we ook hier onze toevlucht nemen tot wijziging van de gunstige handelsstatus.”

In het geval van bondgenoot Turkije voert Washington een ander beleid. In plaats van dreigen met straf wordt hier een beloning in het vooruitzicht gesteld. In Ankara bood Christopher eerder deze week een uitbreiding van de samenwerking aan, met meer hulp en meer handel, maar wel op voorwaarde dat het land betere prestaties levert op het terrein van de mensenrechten, met name ten aanzien van de Koerden. De Turken speelden snel daarna daar al op in, merkte Wirth, want toen hij de Turkse delegatieleider ontmoette, verstrekte deze meteen informatie over een nieuwe commissie voor de rechten van de mens in Turkije.

De Westeuropese bondgenoten zijn het eens met de Amerikaanse accentverlegging in de buitenlandse politiek, constateert Wirth, al blijven er aan Amerikaanse kant wensen bestaan: “Wij willen hardere druk uitoefenen op een land als Iran dan de Europeanen, die gevoeliger zijn voor handelspolitieke overwegingen. Ook wat Libië betreft geldt dit. Wij hebben ons ertoe verplicht de twee verdachten van de bomaanslag op het PanAm-toestel boven Lockerbie uitgeleverd te krijgen en we hopen dat we voor dit doel op de de steun van de Europeanen kunnen blijven rekenen.”