Vroeger

In een blokje overlijdensadvertenties valt mijn oog op 1934. Iemand was in 1934 geboren. Ik weet nog dat 1934 ontzettend lang geleden was.

Zelf ben ik van '46, verwekt in het optimisme van de bevrijding. Laten we zeggen dat je een jaar of zes nodig hebt voor het eerste besef dat aan het heden een verleden hangt. Dan zitten we in het begin van de jaren '50 - toen buren en familieleden, grote mensen allemaal, nog bij elkaar kwamen om verhalen op te halen. En zeker de helft van die verhalen begon met: “In de oorlog...”

De rook van sigaretten brandde in je ogen. De geur van brandewijn stak in je neus. Je hield je op de achtergrond. Bedtijd was allang geweest.

In de oorlog, dat was de oertijd. Al die mensen die de oorlog hadden meegemaakt waren onvoorstelbaar veel ouder dan ik. De oorlog stond als een soort scheidingsgebergte in het landschap van mijn jeugd.

En vóór de oorlog was nog verder weg, een onbekend en onbereikbaar land. Wat vóór de oorlog werd genoemd zat dieper dan de bodem van een echoput.

Nu is iemand van voor de oorlog gestorven. Van 1934 tot 1993 - 59 jaar. Twaalf jaar ouder dan ik. Twaalf jaar is best een lange tijd, het hele leven van een hond. En toch denk ik: maar twaalf jaar; 1934 komt langzaam dichterbij.

    • Koos van Zomeren