Vertrek naar kou en regen

Almanak 1992 -1993 Uitgegeven door: Stichting activiteiten studenten met Antilliaanse en Arubaanse affiniteit (StiASAA). p/a Universiteit Twente, telefoon: 053 - 331045

Elk jaar als begin augustus de "bursalen-plane' met studenten naar Nederland is vertrokken staan de Curaçaose kranten weer vol met foto's van snikkende familieleden. Na de stress van het eindexamen en de vreugde over het behaalde HAVO of VWO-diploma volgen al snel de tranen van het afscheid. Zo jong nog, en dan alleen naar dat grote Nederland. Op kamers wonen, zelf boodschappen doen, voor het eerst op de fiets, kou, regen en met honderden studenten in een collegezaal. Veel ouders laten hun kinderen met gemengde gevoelens gaan.

Een kleine vierhonderd Antilliaanse jongeren maken jaarlijks de oversteek om in Nederland aan een hogeschool of universiteit te gaan studeren. Na de gezamenlijke vliegreis acclimatiseren ze nog twee dagen in een Holiday Inn, dan zwermen ze uit naar de studentensteden in het land. De meesten hebben geen idee waar ze terecht zullen komen, ze kunnen op de kaart net aanwijzen waar Enschede, Breda of Groningen ligt.

Het is niet eenvoudig om eindexamenleerlingen van de drie HAVO/VWO-scholen op Curaçao een verantwoorde studiekeuze te laten maken en ze een realistisch beeld te geven van het studentenleven in Nederland. Daarover zijn de decanen van Radulphus College, het Stuyvesant College en het Maria Immaculata Lyceum (beter bekend als het "Mil') het roerend eens. Ze zijn bijeen in de ruime werkkamer van Claudette York, behalve decaan op het Stuyvesant College ook docent maatschappijleer.

In de stellingkasten liggen de kleurrijke folders waarin Nederlandse universiteiten en hogescholen zich van hun zonnigste kant laten zien. Aan de muur hangt een grote kaart van Nederland. Zo'n kaart is onontbeerlijk, meent Wim Kamps, leraar Engels en decaan van het Radulphus College, want de leerlingen hebben vaak geen idee waar bepaalde steden liggen en wat de afstanden in Nederland zijn. ""Ze willen bijvoorbeeld graag in de buurt van Rotterdam wonen omdat ze dan dicht bij familie zitten, maar zich inschrijven aan de universiteit van Nijmegen.'' Kamps vindt het een groot gemis voor de Curaçaose scholieren dat ze niet, zoals hun Nederlandse leeftijdgenoten, de Open Dagen kunnen bezoeken om de sfeer van een universiteit of hogeschool te proeven en zich te laten voorlichten over de studierichting van hun keuze. Ze moeten alle informatie uit de folders halen, ""en die zien er natuurlijk allemaal even mooi uit''. Ook de decanen zelf kost het moeite om op zo'n afstand de laatste ontwikkelingen in de gaten te houden. ""Natuurlijk, we weten dat de sfeer in het HBO de laatste jaren drastisch is veranderd'', zegt Gerrie Lendering, decaan en docent textiele werkvormen op het Mil, ""maar hoe het op al die hogescholen toegaat kan ik mijn leerlingen ook niet tot in detail vertellen.'' Toch denken de drie decanen niet dat daarin de belangrijkste oorzaak ligt van de slechte start die veel Antilliaanse studenten in het Nederlandse hoger onderwijs maken. Die moet volgens hen ondermeer gezocht worden in de cultuurschok die de jongeren ondergaan als ze in de studentenstad van hun keuze aankomen. Vrijwel alles is anders dan ze gedacht hadden. Wim Kemps: ""Pas tegen Kerstmis beginnen ze een beetje te wennen. Dan hebben ze al wel een paar maanden achterstand opgelopen.'' Antilliaanse studenten komen niet alleen in een vreemd land terecht, ze zijn ook beschermder en minder zelfstandig opgevoed dan de Nederlandse kinderen. Ook het onderwijssysteem op Curaçao is schoolser van opzet en vraagt minder eigen inititatief van de leerlingen. Plotseling wordt er van hen verwacht dat ze zelf dingen gaan uitzoeken en in groepjes kunnen samenwerken. De werkdagen zijn bovendien lang, want Antilliaanse leerlingen zijn gewend om alleen 's morgens naar school te gaan.

En dan is er natuurlijk het probleem van de taal. De beheersing van het Nederlands is bij de meeste studenten ronduit slecht, weten de decanen. ""Het is voor hen een vreemde taal die alleen in het onderwijs wordt gesproken'', legt Claudette York uit. ""En ook daar steeds minder. Naarmate er op de scholen meer Antilliaanse leraren komen, wordt er in de klas vaker op Papiaments teruggegrepen.'' Behoorden de leerlingen op Curaçao tot een toplaag die in staat was om een Nederlandstalig HAVO- of VWO-diploma te halen, als ze eenmaal in de Nederlandse collegebanken zitten moeten ze tot hun schrik vaststellen dat ze door hun taalachterstand al snel tot de groep van "allochtone' studenten worden gerekend.

De laatste jaren wordt er van alles georganiseerd om de overgang voor deze studenten makkelijker te laten verlopen. Elke student-in-spé is verplicht om voor vertrek naar Nederland een twee weken durend programma te volgen. Door aandacht te besteden aan typische kenmerken van de Nederlandse samenleving, aan studievaardigheden en zelfredzaamheid probeert men de jongeren beter voorbereid aan hun studie te laten beginnen. In Nederland worden ze begeleid door de Stichting Studiecommissie Nederlandse Antillen (SSNA ) die in elke regio een gedelegeerde heeft bij wie studenten kunnen aankloppen als er problemen zijn met de studie of op het persoonlijke vlak. Een aanwinst vinden de drie decanen de Almanak die door Antilliaanse studenten is samengesteld. Naast recepten voor stampot en macaroni, biedt deze Almanak veel wetenswaardigs over het Nederlandse studentenleven, het klimaat, de uitverkoop, het verkeer, financiële zaken, huisvesting, op tijd komen en de openlijke manier waarop er over seks wordt gesproken. Ook de mentaliteit van de Nederlander wordt op de snijtafel gelegd: ""Ze hebben moeite om over hun gevoelens te praten'', schrijft een student die de jongerejaars wil waarschuwen voor de minder prettige kanten van Nederland. Hij vervolgt: ""Ook heerst er een sterk concurrerende ik-cultuur. Hun rationeel-zijn komt vaak onverschillig over, hun zakelijkheid als hard en onpersoonlijk en hun economische houding als krenterig en asociaal.'' Geen wonder dat Antilliaanse studenten een flink deel van hun inkomen aan telefoonkosten kwijt zijn.