"UNITA heeft altijd naar een vreedzame oplossing gestreefd'

JORGE VALENTIM, vertrouweling van de Angolese verzetsleider Jonas Savimbi, gaf gisteren in Brussel uitleg over de rol van de Angolese oppositie UNITA, die algemeen wordt beschouwd als spelbreker in het vredesproces. “De Antwerpse diamantairs willen graag zaken met ons doen.”

BRUSSEL, 17 JUNI. Het was een kolfje naar de hand van Jorge Valentim, de welbespraakte vertrouweling van de Angolese verzetsleider Jonas Savimbi. Terwijl Savimbi's UNITA wereldwijd wordt verketterd als de grote spelbreker in het Angolese vredesproces, werd hij door zijn chef op pad gestuurd om het buitenland uit te leggen wat de Angolese opstandelingen bezielt. Gisteren maakte Valentim zijn opwachting in Brussel. En dat deed hij met de allure van een minister van buitenlandse zaken.

De Nationale Unie voor de Totale Onafhankelijkheid van Angola verkeert in een curieuze positie. Op het slagveld boekt ze succes na succes, maar politiek gezien wordt de beweging meer en meer een paria. Zo gingen zelfs de Verenigde Staten, die de UNITA sinds het midden van de jaren zeventig met raad en daad ter zijde hadden gestaan, vorige maand over tot de erkenning van de linkse regering in Luanda.

Met een vertraging van negen maanden straften de Amerikanen daarmee de UNITA, die ze verantwoordelijk stelden voor het weer oplaaien van de burgeroorlog. Was het immers niet Savimbi geweest die na de democratische verkiezingen van vorige herfst had geweigerd zich bij zijn nederlaag neer te leggen? En was het niet dezelfde Savimbi geweest die voortdurend de inspanningen van VN-bemiddelaar Margaret Anstee, het laatst tijdens onderhandelingen in de hoofdstad van Ivoorkust Abidjan, had gefrustreerd?

Jorge Valentim reageert furieus op deze voorstelling van zaken. Het Amerikaanse besluit is een dwaling, ingegeven door verkeerde informatie. Zonder twijfel zal de regering-Clinton hierop terugkomen. “De UNITA heeft altijd naar een vreedzame oplossing gestreefd. Het is juist de regering die heeft gekozen voor de militaire optie en die tracht de UNITA weg te vagen.” Om dit te staven haalt Valentim, die formeel de rang van "minister van informatie' heeft, een uitlating aan van een hoge regeringsmilitair die zou hebben verklaard dat het wat UNITA aangaat tijd werd voor een "Endlösung'.

De gruwelijkheden van de regering begonnen volgens Valentim al begin oktober toen in Luanda een bloedbad werd aangericht onder UNITA-aanhangers. Dat het inderdaad bloedige optreden van de regeringstroepen in Luanda volgde op nieuwe offensieven van de UNITA in de provincie en de weigering de verkiezingsresultaten te aanvaarden, verzwijgt de "minister van informatie' echter gemakshalve.

Daarna was het hek van de dam en ruimde de regering ook in tal van provinciesteden UNITA-mensen uit de weg. Valentim, die forse vergelijkingen niet schuwt, gebruikt in dit verband de term "genocide'. De zaken zagen er op dat moment voor UNITA, dat niet langer kon rekenen op omvangrijke buitenlandse steun, somber uit. “We zagen ons genoopt ons zeer snel te reorganiseren”, aldus Valentim.

Tijdens de slag om Huambo, de tweede stad van het land, keerde het tij zich. De UNITA-strijders slaagden er begin maart in na 55 dagen van keiharde strijd en duizenden doden de regeringstroepen uit de stad te verdrijven. Sindsdien heeft de beweging militair gezien steeds de overhand gehouden. Doordat ze in de provincie Lunda Norte ook de beschikking kregen over grote diamantreserves, werd het gemakkelijker de oorlog te financieren. “Handel in diamanten drijven we nog niet”, houdt Valentim vol. Maar een gloednieuwe plastic draagtas van een Antwerps diamantconcern van een van de mensen uit Valentims gevolg vertelt een ander verhaal. “De Antwerpse diamantairs willen graag zaken met ons doen”, wil deze UNITA-functionaris wel kwijt.

In totaal heeft de UNITA nu driekwart van het Angolese grondgebied onder controle. De toestand van de regering in Luanda is inmiddels zo precair dat men er vorige week bij nader inzien een plan verwierp om de noodtoestand in het land uit te roepen. Zolang je immers hooguit een kwart van het land in handen hebt, maak je je met een dergelijke maatregel slechts belachelijk, begreep men in Luanda.

Aan de militaire successen van de UNITA is het vermoedelijk ook te danken dat Westerse landen nog steeds contact houden met de beweging. “Iedereen wil met ons spreken”, verklaart Valentim voldaan, een bewering die enige tijd later door hemzelf wordt ontkracht met de onthulling dat de Europese Gemeenschap hem uitdrukkelijk niet had uitgenodigd voor een gesprek.

In de wetenschap dat zijn beweging er militair sterk voorstaat, onderstreept Valentim keer op keer dat de UNITA bereid is tot concessies. Maar terugkeren naar de status quo van voor de verkiezingen, zoals de regering nog steeds wil, is voor Savimbi en de zijnen onaanvaardbaar. De internationale gemeenschap ziet zich hier voor een soortgelijk dilemma geplaatst als in Bosnië. Moet en mag agressie worden beloond? “We zullen Huambo in geen geval teruggeven aan de regering”, zegt Valentim. “Wel zijn we eventueel bereid om een demilitarisering van alle steden in Angola te aanvaarden.”

Ondanks de circa 400.000 doden die de Angolese burgeroorlog sinds het midden van de jaren zeventig heeft gekost en zijn beschuldigingen van "genocide' aan het adres van de regering, blijft Valentim met grote hardnekkigheid beweren dat er een regering van nationale verzoening moet komen. “We doen graag mee aan zo'n regering, maar dan moeten we daarin wel een substantiële rol krijgen met enkele belangrijke ministersposten. En de internationale gemeenschap moet garant staan voor de naleving van zo'n overeenkomst. Dat moet dan niet alleen een papieren garantie zijn, maar er zouden blauwhelmen van de VN moeten worden gestuurd”, zegt Valentim.