Uitgewezen Palestijnen rekenen nu nergens meer op

MARJ EZ-ZOUHOUR, 17 JUNI. Zes maanden na hun uitwijzing naar Libanon bivakkeren 396 Palestijnen uit de door Israel bezette gebieden in een sfeer van sombere gelatenheid in een soort niemandsland tussen de Libanese en Israelische linies in de Zuidlibanese bergen. De aanvankelijke hoop dat ze vóór het aflopen van de door Israel gestelde termijn van een jaar naar huis zouden terugkeren, lijkt vervlogen.

“Wij verwachten niets meer, van niemand: noch van de zogeheten Arabische broeders die ons hebben verraden, noch van de onderhandelaars van Washington”, zegt de Palestijnse woordvoerder sjeik Abdel Aziz Rantisi. “Ons lot is tijdens de laatste zitting van de onderhandelingen (in Washington) zelfs niet ter sprake gekomen (..) De hele wereld heeft ons vergeten.”

Half december werden 415 moslim-fundamentalistische Palestijnen naar Libanon uitgewezen na de moord op 13 december op een ontvoerde Israelische politieman. Van hen zijn er inmiddels 19 gerepatrieerd, om medische redenen of omdat zij per vergissing waren uitgewezen. De maximale duur van de verbanning werd later door de Israelische regering van twee tot een jaar teruggebracht in het kader van de (met succes bekroonde) inspanningen het vredesoverleg in Washington weer op gang te brengen. In datzelfde kader bood Jeruzalem aan 126 van de Palestijnen onmiddellijk te laten terugkeren, maar dat werd indertijd door de ballingen zelf van de hand gewezen.

“Alweer zes maanden? Door het routineuze leven dat we hier leiden verliezen we ons gevoel voor tijd”, zucht Mohammed Shehader. “Elke dag groeit ons verlangen naar huis terug te gaan. Niemand droomt meer van een gelijktijdige terugkeer, ondanks resolutie 799 van de VN (die op 17 december de onmiddellijke terugkeer van de uitgewezenen eiste). Wij zouden bereid zijn een gefaseerde terugkeer te accepteren, maar zelfs dat schijnt ons te worden geweigerd.”

Hun kamp, aanvankelijk niet meer dan een aantal in de sneeuw verspreide tenten, is inmiddels goed georganiseerd en genstalleerd. De Palestijnen beschikken over vijf internationale telefoonlijnen, waarvan een door een Libanese dorpeling wordt geëxploiteerd die 2 dollar per minuut vraagt voor telefoongesprekken met verwanten in de door Israel bezette gebieden. Degenen die het zich konden permitteren hebben zwart-wit televisie in hun tenten. Maar Rantisi merkt op dat de voedselvoorziening in kwantiteit en kwaliteit is achteruitgegaan, “De Libanese organisaties die ons steunen kunnen het niet meer betalen. Wij krijgen nog maar twee keer per week vlees.”

In de "cafetaria' van het kamp verkoopt Hussam Jamjoum tegen kostprijs in het naburige Libanese dorp aangeschafte waren. “Ik denk aan mijn vrienden op de universiteit”, zegt hij. Ze studeren over enkele dagen af, en ik zit hier nog zes maanden vast. Maar afgezien daarvan: we hebben het ergste achter de rug, met de kou en de sneeuw. De komende zes maanden zullen minder moeilijk zijn.” (AFP)