Sprinkhanenplagen

Panos Dossier: Grasshoppers and locusts. The plague of the sahel. Uitgave van Panos publications, Londen. 114 pag, illustraties. Prijs ¢8 7,95. ISBN 1-870670-24-8 Ook te bestellen bij Milieuboek Amsterdam, tel. 020-6244989. Prijs ƒ 29,30 excl. verzendkosten.

"Toen het op z'n allerslechtst ging,'' zei de Mauretaanse herder Fatimetou Mint Mohamed el Mokhtar, ""toen hoorden we dat het flink geregend had in Essahwa. Het was een lange, moeilijke reis. Toen we aankwamen waren we dolblij dat onze tocht niet vergeefs was geweest. Het land zag helemaal groen. Maar toen kwamen de sprinkhanen! Ze vraten alles volledig kaal. Ze begonnen zelfs aan onze tenten, dus moesten we wel verder trekken. We konden alleen overleven door onze kamelen te doden, eerst de ene, die we helemaal opaten en toen daar niets meer over was, een volgende. Al die tijd was het een race tussen ons en de sprinkhanen, wie het eerst bij het volgende groene gebied zou zijn...''

Sprinkhanenplagen zijn zo oud als het Bijbelboek Genesis en nog altijd even verschrikkelijk. Een gemiddelde zwerm van zo'n 30 miljoen insekten verwoest binnen een etmaal een hoeveelheid gewassen waar 120.000 mensen een dag van hadden kunnen leven.

De afgelopen twintig jaar zijn kapitalen besteed aan noodhulp in de vorm van grootscheepse bespuitingen vanuit vliegtuigen. Er zijn satellietwaarschuwingssystemen opgezet en dorpsbrigades gevormd.

Toch is het probleem daarmee niet opgelost. Tussen 1986 en 1988 was de Sahel getuige van een van de ergste sprinkhaanepidemieën van de afgelopen dertig jaar, die op het hoogtepunt ruim veertig landen in zijn greep hield, een vijfde van het aardoppervlak. Alleen al in Senegal werd meer dan twee miljoen hectare kaalgevreten en 10 procent van de nationale oogst verwoest.

Donorlandden trokken opnieuw de beurs en besteedden tussen '86 en '88 voor ruim 250 miljoen dollar aan noodhulp. Maar als de ramp voorbij is, trekken de donoren en de journalisten zich terug. Buiten crisistijd gebeurt vrijwel niets om het waarschuwingssysteem en de bestrijdingsdiensten op een hoger plan te brengen, zodat de volgende keer eerder en efficiënter alarm kan worden geslagen. Deze gang van zaken wordt aangekaart in het pas verschenen Sprinkhanendossier van het Panos Instituut.

De kaft van het boekje krioelt van de sprinkhanen, een onafzienbare wriemelende massa, waaronder je nog maar vaag het silhouet van boom of struik kunt vermoeden. Panos is een internationale organisatie, die zich vanuit Londen, Parijs en Washington inzet voor een beter algemeen begrip van duurzame ontwikkeling.

De sprinkhanenproblematiek vormt in dat opzicht een hele kluif. Neem alleen al het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In hun enthousiasme om mensenlevens te redden en oogsten veilig te stellen hebben westerse donorlanden de Sahel de afgelopen jaren volgepropt met enorme voorraden vaak uiterst giftige bestrijdingsmiddelen. In het boekje wordt levendig beschreven hoe die vaten nu in voedselschuurtjes en andere rommelige opslagplaatsen liggen door te roesten. Etiketten zijn gescheurd of zoekgeraakt, zodat geen mens meer weet wat nu DDT was en wat Dieldrin.

Tragisch is het lot van de Noordsomalische stad Hargeisa, die jarenlang een strategische rol speelde in de anti-sprinkhaancampagnes langs de Rode Zee. Door het oorlogsgeweld zou zo'n 20.000 liter onverdunde bestrijdingsmiddelen uit de opslagplaats zijn weggelekt naar de rivier, die dwars door de stad stroomt. Omdat de waterleiding in Hargeisa verwoest is, drinkt de bevolking nu dit giftige water.

Trouwens, ook de kans om door het consumeren van sprinkhanen vergiftigd te raken is bepaald niet denkbeeldig. De sprinkhanen die op de markt van Niamey in Niger als eiwitrijke hapjes worden aangeboden zouden nooit aan de WHO-normen voldoen als die al bestonden voor sprinkhaan-met-dieldrin.

Volgende plaag

Hoe heeft het zover kunnen komen? En wat doen we tegen de volgende plaag, die ongetwijfeld al weer voor de deur staat? Dat zijn de vragen die in Grasshoppers and Locusts centraal staan. Het is helder, bij vlagen haast poëtisch geschreven, met stemmige zwart-witfoto's van het Afrikaanse platteland en mooie kleine portretjes, zoals dat van de hierboven geciteerde herder.

Het boekje begint met een overzicht van de cyclus van de sprinkhanenplagen, die met de regelmaat van de klok terugkeren en al door Plinius worden beschreven. Deze eeuw zijn er vier of vijf grote uitbraken geweest. Vaak leidt de eerste regen na een jarenlange droogte tot een populatie-explosie. De dieren hebben vochtige grond nodig om hun eieren af te zetten en de oprgoeiende jongen moeten groene planten kunnen eten, daarom planten de soorten zich alleen in regenachtige tijden voort. Als het na jarenlange droogte ineens overvloedig regent, kunnen verscheidene generaties sprinkhanen na elkaar opgroeien. Dat leidt tot het ontstaan van zwermen, die nieuwe broedgebieden veroveren.

Waar de voortplantingsgebieden liggen, hangt dus af van de seizoensregens, en waar de zwermen terechtkomen, van de overheersende windrichting. In de lente regent het vooral in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Iran en Pakistan. Daar ontstaan de zwermen, die naar het zuiden en westen trekken naarmate hun geboortegronden heter en droger worden. Ze bedreigen dan de Sahel. Tijdens de zomerregens in de Sahellanden planten de dieren zich daar weer voort, ook zijn er zwermen die weer naar het zuidoosten trekken om van de moesson in Pakistan en India te profiteren.

Na de zomervoortplanting trekken de meeste zwermen terug naar het noorden en het noordwesten. 's Winters volgt een nieuwe voortplantingsronde langs de kusten van de Rode Zee, waar vanouds de meeste zwermen vandaan kwamen. In Oost-Afrika vindt voortplanting plaats tijdens de lichte regenval tussen oktober en december en de zware regens van februari tot juni.

Hieruit valt niet moeilijk in te zien dat het bestrijden van de sprinkhanen ook en vooral een informatieprobleem is. Waar moet je wanneer bestrijden? In de Sahellanden, waar de afstanden gigantisch zijn en de wegen vaak onberijdbaar, terwijl de post notoir onbetrouwbaar is en een telefoongesprek vanuit de hoofdstad naar Europa gemakkelijker tot stand komt dan eentje in het binnenland, valt dat allemaal niet mee. De dorpsambtenaar, die de gifvaten beheert, kan op zijn gesoleerde post nauwelijks inschatten of hij nu al moet ingrijpen - en zijn voorraad verbruiken - of wachten op grotere rampen, met het risico dat het dan te laat is. Daarbij zal hij eerst aan zijn baantje denken, dan aan zijn dorp en dan pas aan het milieu.

Bovendien kampt men niet alleen met de vraatzuchtige periodiek terugkerende zwermen (in het Engels als locusts aangeduid), maar ook met de alledaagse grasshoppers, andere sprinkhaansoorten die geen of minder zwermen vormen, maar al knabbelend dag in dag uit waarschijnlijk meer schade aan de gewassen aanrichten dan de spectaculaire trekzwermen.

De biologie van de vele sprinkhanen vormt een verhaal apart en een van de fascinerendste onderdelen van Grasshoppers and locusts. De veranderingen die de beestjes, niet alleen in gedrag, maar ook in uiterlijk ondergaan, zijn enorm. De sprinkhanen veranderen zelfs zozeer dat men lange tijd heeft gedacht dat de treksprinkhanen geheel andere soorten waren.

Verder in het boekje uitgebreide aandacht voor traditionele en moderne sprinkhaanbestrijdingsmethoden. Het dilemma van de chemische bestrijding komt uitvoerig aan bod. Daarnaast worden andere technieken geëvalueerd, zoals het graven van greppels door dorpsbrigades. Bij een systematische aanpak kan men de enorme oprukkende groepen van nog niet vliegende, onvolwassen hoppers die hun vijfde vervelling nog niet hebben voltooid, vrij eenvoudig in hun opmars stuiten. In Niger is een heel netwerk van zulke dorpsbrigades va de grond gekomen.

Ook wordt gewerkt aan biologische bestrijdingsmethoden - die de sprinkhanen uitschakelen door ze te besmetten met een schimmelziekte - en aan gentegreerde bestrijding, waarbij men afhankelijk van de situatie nu eens uit het ene en dan weer uit het andere vaatje tapt, ook letterlijk.

Het uitgebreide overzicht van regionale en nationale organisaties, multilaterale en bilaterale donorprojecten en de rol van non-gouvernementele organisaties vormt niet het fleurigste deel van het boek, maar heeft ongetwijfeld zijn nut. De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking komt er niet slecht vanaf. De belangrijkste boodschap luidt dat sprinkhanen niet alleen in tijden van rampspoed, maar ook juist daarbuiten, veel meer aandacht verdienen. Dit dossier vorm daarbij een aanrader.

    • Marion de Boo