Schuddend kijken

De meeste Nederlanders laten onder het tandenpoetsen de waterkraan, die werd opengedraaid voor het benatten van de borstel, voluit open staan, onderzoek heeft dat aangetoond. Men vindt het onzin om in de twee minuten dat het poetsen duurt de kraan dicht en opnieuw open te draaien voor het mondspoelen.

Het màg niet natuurlijk. Bekend is hoe de waterleidingbedrijven steeds meer moeite hebben om vervuild grond- en oppervlaktewater in fris drinkwater om te zetten en een korte berekening leert dat met het tandenpoetsen per jaar en per gezin makkelijk een kuub drinkwater voor niets de goot in gaat.

Anderzijds: wie dagelijks zó dicht en zó lang met zijn gezicht vlak bij een stromende waterkraan verkeert komt tot observaties en overpeinzingen waarvan milieubewustere poetsers doorgaans verstoken blijven.

In de aardigste waarneming wordt de dynamiek van het stromende water gecombineerd met de dynamiek van het tandenpoetsen. Wie de tanden nog stevig in de mond heeft zitten en het gebit blootstelt aan een borstelfrequentie van, zeg, zo'n 30 complete poetsbewegingen per 5 seconden (een frequentie van 6 hertz dus) krijgt dingen te zien waarvan tragere poetsers en waterbespaarders geen weet hebben.

Het gaat om de intrigerende cirkelvormige "hydraulic jump' zoals die op bijgaande foto is weergegeven. Op zichzelf is het optreden van zo'n helder begrensde cirkelvormige ondiepte in een wasbak of gootsteen vol water al een fysische analyse waard, in dit geval gaat het uitsluitend om de fijne snelle waterrimpelingen die zich, zo lang het water stroomt èn het poetsen voortduurt, van de rand van de cirkel naar de verre periferie uitbreiden. Of lijken uit te breiden, want zodra het poetsen stopt verdwijnen de rimpels. Dat is natuurlijk de allereerste vraag: wordt hier iets zichtbaar dat gewoonlijk verborgen blijft, of neemt men iets waar dat er helemaal niet is? Gaat het poetsen gepaard met een optische illusie?

De literatuur heeft van de specifieke waarneming nog geen melding gemaakt, maar in AW-kring geldt hij als bevestigd. De voornaamste aanwijzing daarvoor komt van de gewoonlijk eveneens cirkelvormige gootsteenafvoer die nooit cirkelvormige rimpels te zien geeft, hoe hard of zacht men ook poetst. De waargenomen rimpels zijn dus echt, al is het best mogelijk dat er veel meer zijn dan men ziet.

De gelegenheidstheorie is dat het tandenpoetsen en het ermee samenhangende hoofdschudden de gewone "continue' gezichtswaarneming verandert in iets dat men een "intermitterende' waarneming zou kunnen noemen: een zelfde reeks momentopnames als men verzamelt wanneer een object of scène door een intermitterende lichtbron (een stroboscoop dus) wordt belicht.

Minnaert heeft iets soortgelijks beschreven in de paragraaf "het stilstaande autowiel' in het eerste deel van zijn "Vrije Veld'. Tot een sluitende verklaring van een verwante waarneming (samenhangend met "een krachtige, dansende tred') komt hij niet, maar hij houdt het erop dat lopen (of poetsen, dus) de oogbol aan het slingeren brengt en dat de bolbeweging van tijd tot tijd toevallig samenvalt met allerlei bewegingen in het blikveld.

Daartegen pleit de AW-waarneming dat de beschreven rimpeling ook zichtbaar wordt als men een hand met gespreide vingers snel vlak voor het gezicht heen en weer beweegt en tussen de vingers door kijkt.

Van het een kwam het ander. Opeens stond weer de oude Triotrack-pickup op tafel die van fabriekswege was voorzien van een zogeheten stroboscopische schijf waarmee de juiste hoeksnelheid van de draaitafel was in te stellen.De rubberen bekleding van de draaitafel was voorzien van drie brede, concentrische ringen die van binnen naar buiten achtereenvolgens in 77, 133 en 180 segmentjes waren opgedeeld. Bij een draaisnelheid van respectievelijk 78, 45 of 33,3 toeren per minuut lieten deze steeds 100 segmentjes per seconde aan het oog van de waarnemer voorbijtrekken. Even vaak als het licht van een op het 50 hertz elektriciteitsnet aangesloten gloeilamp of TL-buis in die tijd aan en uit gaat. Waaruit de illusie ontstaat dat steeds één ring stilstaat. De stroboscopische meetmethode is afhankelijk van het samenvallen van twee intermitterende verschijnselen. Hij berust op interferentie.

Welnu, een kleine moeite om ook even het hoofd te schudden boven de draaiende draaitafel. Het volslagen wegvallen van het typische vage stroboscopische beeld kwam als een verrassing. Opeens was de schijf met al zijn segmenten weer in detail te zien. De gehele schijf wel te verstaan, niet het deel dat toevallig met de hoofdbeweging in fase was.

Lezer! Dit lijkt allemaal miereneukerij. Bedenk toch dat het maar een tandenpoets-waarneming is en dat wij, al pratend en voorzien van de meest primitieve hulpmiddelen, zojuist aannemelijk hebben gemaakt dat het intermitterende van de waarneming niet, zoals Minnaert nog aannam, komt van het in fase bewegen van oogbol en object maar dat de momentopnames van de omgeving plaats vinden in de omkeerpunten van de oogslingering.

Met de de Triotrack zó goed verlicht op tafel deed zich voor het eerst sinds jaren de mogelijkheid voor om een andere opwindende waarneming te verifiëren. Zowel het Vrije Veld, als het vaker opgevoerde Flying Circus, maakt melding van een geheimzinnige benvloeding van de optische waarneming door geluid, in het bijzonder gebrom, gezoem of geneurie (humming, in het Circus) dat men zelf voortbrengt. Wie de bovengenoemde segmentjes van een draaiende stroboscopische schijf, desnoods met wat bijregeling van het toerental van de schijf, schijnbaar heeft stilgezet, kan ze weer aan het draaien krijgen door "met een diepe mannenstem' de diepe G van 100 Hz te brommen.

Minnaert noemt de waarneming alleen volledigheidshalve, hij zelf kreeg het effect niet te zien. Opvallend is dat hij de stroboscopische schijf in daglicht, dus niet onder 50 Hz-licht, plaatste. Ook Jearl Walker van het Circus schrijft continue licht voor. Het hielp niet, brommende AW-leden zagen niets bijzonders in de koffergrammofoon gebeuren.

    • Karel Knip