Ron Vawter zet twee tegenpolen fabelachtig neer

Voorstelling: Roy Cohn/Jack Smith van Gary Indiana door Ron Vawter. Regie: Gregory Mehrtens. Gezien: Felix Meritis, 16/6, Amsterdam. Nog te zien: t/m 27/6, aldaar. Res. 6262321.

Het vaste premièrepubliek was gisteravond weggebleven, zo bevestigde de staf van het Amsterdamse theater Felix Meritis. Degenen die er anders altijd als de kippen bij zijn bleken nu toch grotere liefhebbers van hun portemonnee dan van kunst. Omdat de opbrengst van de Nederlandse première van de solovoorstelling Roy Cohn/Jack Smith naar het Aidsfonds ging, kostte het toegangskaartje voor een keer minimaal honderd gulden. En dat bedrag bleek te hoog om de zaal vol te krijgen. De acteur Ron Vawter, die zelf aids heeft, speelde voor een groot aantal lege stoelen. Al die zogenaamde kunstaanbidders moesten zich schamen.

Vawters prestatie was er niet minder om. Zijn voorstelling portretteert twee Newyorkse homoseksuelen, die beiden in de jaren tachtig aan aids overleden. Roy Cohn, in de jaren vijftig de rechterhand van communistenjager Joseph McCarthy, was een buitengewoon succesvolle advocaat, die de religieuze, culturele en politieke elite van New York tot klant had. Ondanks zijn eigen homoseksuele levensstijl ontpopte hij zich in de jaren zeventig tot een van defelste tegenstanders van gelijkberechtiging van homoseksuelen.

Jack Smith was zijn tegenpool. Excentriek avantgardist, buitensporig estheet, maker van de cultfilm Flaming Creatures (1962), en nichterig middelpunt van zijn eigen theatervoorstellingen die soms wel zes uur lang duurden. Zoals Cohn zich kameleontisch aanpaste aan de zeden van de meerderheid, zo onaangepast was Smith.

Roy Cohn/Jack Smith, geregisseerd door Gregory Mehrten, is ook het portret van een fabelachtig acteur. De enscenering is op zichzelf niet bijzonder te noemen, integendeel zelfs. In beide documentaire, realistisch getoonzette en met enigszins suffe decortjes gestoffeerde portretten is het artistieke experiment ver te zoeken. Wat de voorstelling sensationeel maakt is het spel van Vawter. Hij is een klassiek acteur, zoals er nog weinig zijn. Hij valt samen met zijn vertolking, hij laat zichzelf en zijn publiek geen ruimte meer voor relativeringen of ironische afstand. Daarom is niets van wat hij doet pose - iedere stembuiging, het geringste gebaar dient zijn interpretatie van een personage en niet de présence van een acteur.

En dat terwijl zijn personages bijna uitsluitend uit koketterie bestaan. Vawters Cohn is een rabiate patser, met een uitmuntend retorisch talent, dat zijn Archie Bunker-achtige redevoering voor The American Association for the Preservation of the Family zowaar nog geloofwaardigheid verschaft. Zijn Smith vond ik helderder dan de vorige keer dat ik de voorstelling zag. Tot op het hilarische af verliest Vawter zich in slepend uitgeproken gedachtenflarden, intussen in de weer met kralen, sieraden, strikken en andere opsmuk of in woede uitbarstend over een verdwaalde kakkerlak. De kunstenaar Smith die in de jaren zestig al zo strikt persoonlijk zijn eigen impulsen volgde op toneel, heeft moed gehad. De in Smith's hippielappen gehulde Vawter, die bij het in ontvangst nemen van het applaus geen moeite doet zijn door een huidaandoening ontsierde blote benen te bedekken, evenaart die moed.

    • Pieter Kottman