Op de vlucht voor het nieuwe Zuid-Afrika

JOHANNESBURG, 17 JUNI. Het huis is verkocht, de dozen zijn gepakt. Dr. Janette Lindesay wandelt haar laatste marathon door de lange gangen van de universiteit. Nog een afscheidsreis om haar land gedag te zeggen, en dan emigreert ze begin augustus met haar echtgenoot naar Australië. Op de vlucht voor het nieuwe Zuid-Afrika.

Lindesay komt er eerlijk voor uit: ze is ziek van het geweld en ziet weinig perspectief voor onderzoek in haar vakgebied - de klimatologie - als ze straks sterker moet concurreren om overheidsgeld met basiszaken als huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen. “Het is vreselijk droevig om je land te verlaten. Maar ik geloof niet dat het hier snel goed komt. Er is zo'n diepe frustratie en woede onder een groot deel van de bevolking - en begrijpelijk. Ik zie niet hoe de leiders de zwarte jongeren onder controle kunnen houden. Een 14-jarige die iemand met een autoband en benzine in brand heeft gestoken, wordt niet ineens een gewoon mens omdat Nelson Mandela president is”.

Janette Lindesay (34) staat model voor wat velen in Zuid-Afrika, blank èn zwart, vrezen: de uittocht van blanke intellectuelen die de onzekere toekomst achter zich laten. Ze is hoofddocent geografie aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg en leidt de Onderzoeksgroep voor Klimatologie. Internationaal maakte ze naam als deskundige in klimaatsveranderingen. Lindesay is betrokken bij het internationale onderzoeksproject van het Duitse Max Planck-instituut naar de opwarming van de atmosfeer, met als specialisatie de verbranding van savannah-gras in Afrika. Binnenslands geldt ze als een autoriteit in regenval-fluctuaties en de oorzaken van droogte.

Ze staat ook model voor de Engelstalige liberalen, die het niet eens waren met de apartheid maar zich nu teleurgesteld afwenden. Na de euforie over de vrijlating van Mandela moesten ze erkennen dat met het einde van de apartheid niet het multi-raciale paradijs is uitgebroken. Geweld, recessie en afkeer van “Derde-Wereldstandaarden” die ze zien opdoemen, doen velen weer denken aan emigratie, zeker na de moord op ANC-leider Chris Hani en de uitbarsting van geweld daarna. Ze overwegen zich te voegen bij de Zuidafrikaanse enclaves in de buitenwijken van Melbourne, Perth of Vancouver, waar de volksaard met een braai op zondag en een blik op de rugby-uitslagen wordt gekoesterd.

Lindesay leeft in Johannesburg het leven van de meeste blanken: zwaar beveiligd achter een muur, met tralies voor de ramen en een alarminstallatie. Dat leven, gevolg van de golf van geweld en criminaliteit, wil ze niet meer. “Ik heb een hoge levensstandaard, maar een lage kwaliteit van leven. Je bent nooit veilig. Het geweld weegt zwaar op je psyche, het dwingt je om een schild rond je emoties op te trekken. Dat moet je menselijkheid aantasten. Je bent je er niet van bewust totdat je in een ander land woont. Twee jaar geleden verbleef ik bij vrienden in Australië. We zagen geweld in Zuid-Afrika op de televisie, en ze vroegen me: "Hoe kun je daar in godsnaam leven?' Toen realiseerde ik me, dat het voor mij normaal was geworden. Het was een bevrijdende ervaring: ik besefte dat het niet normaal was, dat ik ook in een ander land kon wonen.”

Haar echtgenoot, een computerdeskundige, dacht er al langer over. Zijn broers en zussen leven in Canada, zijn ouders volgen binnenkort. Veel van de vijf miljoen blanken in Zuid-Afrika leven sinds de wieg met een vertrekplan. Golven van blanke emigratie deden zich voor bij de Soweto-opstand in 1976 (15.000) en tijdens de noodtoestand van de jaren tachtig (13.000). Het zijn vooral de hoger opgeleiden met geld die kans zien weg te komen. Professor Lawrence Schlemmer van het onderzoeksinstituut Human Science Research Council schatte begin dit jaar dat een kwart miljoen jonge blanken overwegen het land te verlaten. Vooralsnog komen uit andere Afrikaanse landen en Europa meer opgeleide mensen het land binnen. In 1991 emigreerden 4.256 mensen uit Zuid-Afrika, ruim achtduizend minder dan het land (legaal) binnenkwamen.

Janette Lindesay weet dat ze zich nooit Australische zal voelen. Ze groeide als dochter van een Engelse moeder en een Nederlandse vader op in Swaziland, het mini-staatje in het oosten van Zuid-Afrika, met zwarte kinderen op een zwarte school. Ze noemt zich “een blanke Afrikaan” en kan met moeite beschrijven wat dat betekent. “Het is de ruimte, een gevoel van weinig mensen, van een korte geschiedenis van Europese beschaving. Het is ook de kleur van het landschap en de speciale geur van de Afrikaanse bush. En de mensen. Als ik in het buitenland ben, mis ik de zwarte mensen. Het is een cultuur die nooit de mijne zou kunnen zijn, maar die deel is van mijn achtergrond”.

De verknochtheid aan het continent is niet voldoende om te blijven. “Dit is thuis, maar ik blijf blank. Ik ben cultureel gezien absoluut een Westers persoon, ik ben opgegroeid met Winnie de Poeh. We zien hier nu al langzaam maar zeker dingen afglijden: de banken, het postkantoor, de service. Ik wil niet in de Derde Wereld leven. Leuk om te bezoeken, maar ik heb het gezien en ik vind het niet aangenaam. Ik ben wel een Afrikaan, maar geen Afrikaanse martelaar.”

Lindesay ziet de achteruitgang op de universiteit. Er is geen geld voor een “supercomputer” die nodig is voor toepassing van klimaatmodellen. Klimatologie zal niet hoog op de lijst komen, wanneer de eerste zwarte regering de massale armoede en werkgelegenheid te lijf moet. Ze vindt dat terecht, maar constateert dat ze daarmee in Zuid-Afrika in een doodlopende straat is beland. “De liberale universiteiten, die tegen de apartheid hebben gestreden, zien zich voor een groot dilemma gesteld. De meerderheid van de zwarte bevolking ziet ze als hun enige toevlucht. Er is een toevloed van zwarte studenten die een vreselijk slechte vooropleiding hebben gehad. Zestig procent van de eerste-jaarsstudenten geografie is zwart, in het tweede jaar is dat nog maar tien procent. Ze hebben nog nooit een landkaart gezien. Bij de geringste hoop dat ze meekunnen laat de universiteit ze toe, maar er zijn veel zwarte studenten die het niet halen. Het is slecht voor de universiteit en slecht voor de studenten, die zich gefrustreerd en beledigd voelen. Ik weet absoluut niet hoe je dit moet oplossen. De uitdaging is om mensen les te geven die boven mij uit kunnen stijgen. Die mogelijkheid zal ik steeds minder krijgen”.

Het ANC maakt zich zorgen over een mogelijke blanke exodus. Nelson Mandela heeft blanken opgeroepen Zuid-Afrika niet in de steek te laten, maar te helpen het land op te bouwen. Secretaris-generaal Cyril Ramaphosa probeerde op verzoek van een krant twee potentiële emigranten, een onderwijzersechtpaar, om te praten. Hij noemde blanken die weglopen voor de moeilijkheden, terwijl ze jarenlang hebben geprofiteerd van het systeem, laf. “Misschien ben ik laf”, zegt Lindesay. “Ik ben bang voor het geweld, ik zie niet in waarom ik mezelf en eventueel mijn kinderen daaraan zou moeten blootstellen. Ik wil hier geen kinderen opvoeden. De politieke leiders kunnen me geen reden geven om te blijven. Ze kunnen me niet garanderen dat mijn onderzoek over vijf jaar niet wordt opgeheven omdat het niet in het belang is van de massa van het volk. Dit land is niet anders dan andere landen in Afrika.”

Veel mensen geven haar gelijk, zoals de zwarte man die naast haar in de rij stond bij de bank toen ze haar rekening kwam opzeggen. Hij had zijn kinderen naar Perth gestuurd, mooie stad, en veilig. Lindesay heeft een baan gekregen bij de universiteit van Canberra, als docente en onderzoekster. Er staat een supercomputer. Wat gaat ze volgend jaar, bij de eerste algemene verkiezingen, op een Zuidafrikaans consulaat in Australië stemmen? “Mandela. Hij is een groot leider. Ik stem ANC.”

    • Peter ter Horst