Nederlandse mariniers blijven tot het eind van het jaar in Cambodja

DEN HAAG, 17 JUNI. Nederlandse mariniers moeten langer in Cambodja blijven en samen met de Fransen als laatsten terugkeren eind van het jaar om de terugtocht van andere bataljons mogelijk te maken.

Eind augustus begint het vertrek van de 20.000 VN-militairen. Dat staat in een geheim rapport van UNTAC (het VN-gezag in Cambodja), dat op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York aan diplomaten is verstrekt.

Omdat Nederlandse eenheden de taak van andere landen moeten gaan overnemen en meer verspreid raken over het land wordt het veiligheidsrisico voor hen groter, zeggen militaire experts op Defensie. De verhoogde staat van paraatheid, die is ingesteld nadat een Nederlands konvooi door de Rode Khmer werd aangevallen, is nog steeds van kracht. De Nederlandse mariniers hebben als opdracht VN-personeel te beschermen, gebouwen en wapenopslagplaatsen te bewaken.

Eind volgende week vertrekt minister Ter Beek naar Cambodja om zich op de hoogte te stellen van de nieuwe siutuatie. In de Tweede Kamer heeft hij enkele weken geleden gezegd niet uit te sluiten dat Nederland gevraagd zal worden door de nieuwe Cambodjaanse regering een bijdrage te blijven leveren.

In defensiekringen wordt betwijfeld of Nederland daartoe in staat is. Er zijn geen mariniers meer beschikbaar om naar Cambodja te worden uitgezonden. Enkele weken geleden is geopperd om het eerste bataljon van de Luchtmobiele Brigade uit te sturen maar de eenheid heeft nog omvoldoende training om de zware taak in het noordelijke deel van Cambodja, waar de rebellerende Rode Khmer nog steeds actief is, op zich te nemen.

Tijdens de overgangsfase in Cambodja vormen volgens de zojuist uit Cambodja teruggekeerde overste P. Cammaert, de slecht betaalde rondzwervende milities, goed bewapende eenheden die vrachtauto's en bussen aanhouden en geld afpersen, en strak geleide Rode Khmers die niet delen in de macht in Phnom Penh voor de Nederlandse mariniers in Cambodja het grootste gevaar. “Je mag ze geen moment de indruk geven dat je slaapt want dan weten ze je te vinden”, zegt Cammaert. Bij de commando-overdracht heeft hij zijn opvolger met nadruk gewezen op plotseling opduikende gevaren in de overgangsfase. Eind augustus vertrekken de Bangladeshi uit het noordwesten van Cambodja en enkele weken later de Maleisiërs. Nederland moet dan een gebied beveiligen dat bijna drie keer zo groot is als het terrein dat het aanvankelijk kreeg toegewezen.

Cammaert is er zeker van dat het nieuwe bataljon haar taak aan kan maar hij wijst erop dat verrassingen niet mogen worden uitgesloten. Op het gebied van commandovoering en controle krijgt zijn opvolger het moeilijk. Cammaert maakt zich ook zorgen over het materieel van de mariniers. Tot nu toe was Nederland goed uitgerust maar het wordt langzamerhand tijd voor groot onderhoud.

Dat de mariniers hun taak ruim aan konden in Cambodja danken zij aan het feit dat zij regelmatig onder de meest moeilijke omstandigheden oefenen, aldus Cammaert. Binnen enkele weken wordt door het teruggekeerde bataljon weer in Schotland geoefend. Met een rigide schema staan de mariniers over enkele maanden klaar om elders ingezet te worden. Die training is volgens Cammaert een absoluut vereiste voor vredestaken die onder moeilijke omstandigheden moeten worden uitgevoerd.