Kruimeldealer is met tientje al blij

Het klonk als een noodkreet. Directeur A. van der Zalm van een basisschool in de Haagse Schilderswijk-west vroeg vorige week aandacht voor de problemen in zijn buurt. Zijn leerlingen werken soms als drugskoerier. Vandaag de derde aflevering in een korte serie over de Schilderswijk: de hulpverleners.

DEN HAAG, 17 JUNI. Buurtbewoners spreken hem aan met "je', "jij' en "Jans'. Hij komt regelmatig bij de mensen thuis en als er in zijn wijk een feest wordt gegeven, gaat hij altijd even langs “om aanspreekbaar te zijn”. Wijkagent J. Nijzing werkt sinds negen jaar in de Schilderswijk en hij vindt het “de mooiste buurt van Den Haag”. “Het is een wijk die leeft. Maar het is ook een buurt met problemen.”

Dagelijks behandelt hij zo'n zeventien klachten van buurtbewoners, variërend van de overlast van een junk of van een koffiehuis tot meldingen over illegaal slachten in een achtertuin. Het grootste deel van de dag surveilleert hij op straat, waar hij veel met kinderen te maken heeft. “De huizen zijn klein, dus de kinderen spelen meestal op straat. Hun ouders verwachten dat ik op hen let. Op school past de meester op, thuis de ouders, op straat de agent. Ze zijn verbaasd als ik hun kinderen geen draai om de oren geef wanneer ze kattekwaad uithalen.”

Met injectienaalden, drugs en foto's van de gevolgen van drugsgebruik gaat hij regelmatig langs de scholen in zijn wijk, om voorlichting te geven. “Onlangs had een kind zich verwond aan een naald die op straat slingerde. Ik ben onmiddellijk naar die school gegaan voor een informatiebijeenkomst.” Dat kinderen worden gebruikt om kleine hoeveelheden drugs rond te brengen, zoals de laatste tijd - maar ook al vier jaar geleden - op het bureau wordt gemeld, gelooft hij niet. “Kinderen komen wel eens naar me toe met: "Hé Jans, daar liggen spuiten' of: "Daar wonen junks'. Verder niet.”

Andere hulpverleners denken er anders over. “Kinderkoeriers, dat is niet iets van de laatste tijd, het gebeurt al jaren”, zegt René Kamphuis, medewerker van het methadonteam van het Centrum Verslavingszorg Zeestraat. “Verslaafden noemen vaak als een van de redenen om af te kicken dat ze zich schamen om voor een tientje een balletje los te peuteren bij een kind dat als tussenhandelaar optreedt. Dat vinden ze afschuwelijk en mensonterend.”

Kinderen worden al jarenlang gebruikt als dealer en als heler, zegt ook Jan-Pieter Bouma van het Bed- of Bajesproject voor verslaafden die in aanraking komen met de politie. “Kinderen zijn uitermate geschikt als drugskoerier, want ze zijn minder verdacht dan volwassenen. Bovendien zijn ze al blij met een tientje.” Volgens Kamphuis zijn er niet alleen in de Schilderswijk kinderkoeriers. “Ook elders in Den Haag werken tieners als dealer. Het levert hen tenslotte meer op dan een krantenwijk.”

"Kruimeldealers' noemt jongerenwerker Kees Nieuwenhuizen hen. Sinds vorig jaar september heeft hij acht jongens onder zijn hoede, die hebben gedeald in de Schilderswijk. Ze zijn ongeveer zeventien jaar en hebben zelf aangegeven dat ze ermee willen stoppen. “Ze hebben vaak geen legaal inkomen en dealen puur om hun huur te kunnen betalen. Ze gebruiken zelf niet”, zegt Nieuwenhuizen. Via de leerwerkbank Schilderswijk, een beroepsopleiding van zes tot acht maanden, probeert hij de jonge dealers op het juiste pad te brengen. “Drie zijn er teruggevallen, de andere vijf zijn voorlopig goed weggekomen.”

Op het plein naast buurthuis de Burcht schommelen schoolkinderen in de regen. Hans Zonneveld, coördinator van het buurthuis, kijkt uit op de speelplaats die kinderen het Rooie Plein hebben gedoopt - naar de rode hekken die er omheen staan. Zonneveld werkt al 27 jaar in de Schilderswijk, maar hij heeft nooit gezien dat kinderen drugs aannamen. “Ik heb ze ook nooit horen zeggen dat ze pakjes rondbrengen. Maar het kan best zijn dat sommige kinderen het zo gewoon vinden, dat ze het niet de moeite waard vinden om het mij te vertellen.”

Hij ziet wel eens dat kinderen bolletjes drugs pakken, die dealers verstoppen in putjes op het Rooie Plein of in de vork van een boom. “Dit is geen buurt voor kinderen”, vindt Zonneveld. “De junks en andere problemen zijn veel te dichtbij. Kinderen noemen bijna iedereen die op straat loopt een dealer. Als ze 's ochtends op het schoolplein komen, liggen daar levenloze junks te slapen. De wijk zou een aardig drugspreventieproject zijn, maar ze is niet om in te wonen.”