Kok steunt In 't Veld in affaire "bijklussen' hoogleraren

DEN HAAG, 17 JUNI. PvdA-leider Kok heeft vanochtend tijdens een spoedoverleg met staatssecretaris R.J. in 't Veld (onderwijs) en minister Ritzen (onderwijs) zijn steun toegezegd aan de vorige week aangetreden PvdA-staatssecretaris. Volgens Kok is de belastingbetaler “niets te kort gekomen” door de nevenactiviteiten van In 't Veld. De geloofwaardigheid van In 't Veld is gisteren in het geding gekomen, doordat bekend werd dat hij als hoogleraar bestuurskunde in Rotterdam ten minste één dag per week besteedde aan opdrachten voor zijn particuliere bv, terwijl hij wel zijn volledige salaris als hoogleraar behield. De regeringspartijen CDA en PvdA toonden zich “bezorgd” over de nieuwe affaire rond de nieuwe staatssecretaris. Volgens de woordvoerder van In 't Veld is een voortijdig vertrek “niet aan de orde”.

De oppositiepartijen in de Kamer hebben nog niet op zijn aftreden aangedrongen, maar menen wel dat zijn geloofwaardigheid in het geding is. Volgens D66 heeft In 't Veld sowieso een “politieke kras” en VVD-woordvoerder Franssen zei: “Hoogleraren met een jaarsalaris van 175.000 gulden moeten zich aan de regels houden, net als de bijstandsmoeder. Hier is misschien niet tégen maar wel heel inventief mét de regels omgegaan en dat zal toch volkomen uitgezocht moeten worden.” In het weekblad Vrij Nederland wordt deze week onder meer beschreven hoe In 't Veld vorig jaar briefpapier van de Erasmusuniversiteit gebruikte om voor zijn eigen BV opdrachten te verwerven.

In 't Veld zou vanmiddag al met de Kamer over deze nieuwe affaire rond zijn kwestie spreken, tijdens overleg dat gepland was om met hem te spreken over zijn kritische uitlatingen als hoogleraar over de Kamer en het kabinetsbeleid. In 't Velds positie is in het geding, omdat juist hij als staatssecretaris voor het hoger onderwijs maatregelen moet instellen ter beteugeling van het "bijklussen' door hoogleraren. De oppositie in de Tweede Kamer heeft geëist dat hij in ieder geval dit gedeelte van zijn portefeuille overdraagt aan minister Ritzen.

Kok is door de nieuwe affaire in een moeilijk parket geraakt, omdat hij in december vorig jaar tijdens een pleidooi voor meer normen en waarden expliciet de "bijklussende hoogleraar' noemde als een verschijnsel dat hard moet worden aangepakt. Kok: “Op die manier jagen we de samenleving over de kling.”

Vanmorgen antwoordde In 't Veld op schriftelijke vragen van het Kamerlid Franssen (VVD) dat zijn arbeidscontract met de Erasmusuniversiteit (vijf dagen betaald, vier dagen werken) niet in strijd is met de “geldende rechtspositieregels”. In 't Veld verdedigt zich verder door er op te wijzen dat uit een recente evaluatie van zijn voormalige vakgroep blijkt dat zijn onderwijsactiviteiten “bij de geldende normen meer is dan 100 procent”. Ook zijn wetenschappelijke publicaties deden niet onder voor dat wat gebruikelijk was aan zijn faculteit.

Pag.3: PvdA bezorgd over affaire

Via zijn woordvoerder heeft In 't Veld verder laten weten dat hij alle uren die hij als zakenman “in de baas zijn tijd werkte, meer dan kostendekkend” heeft terugbetaald aan de universiteit. In de antwoorden op Franssens vragen noemt In 't Veld het gebruik van het briefpapier van de Erasmus-universiteit voor het verwerven van privé-opdrachten “niet zorgvuldig”. Volgens hem was uit de brieven echter wel duidelijk dat het hier geen universitaire aangelegenheid betrof.

In een reactie zei een woordvoerder van het fractiebestuur van de PvdA vanmorgen "bezorgd' te zijn over de affaire. “Als zijn geloofwaardigheid door anderen in twijfel wordt getrokken is dat altijd een probleem”, aldus een ander PvdA-Kamerlid. Voor nader commentaar wacht de fractie het overleg met de Kamer af. CDA-woordvoerder Lansink zei vanmorgen dat het er op lijkt dat In 't Velds verleden hem nu in de weg komt te staan. Overdracht van het beleid inzake de bijklussende hoogleraren aan minister Ritzen, zoals D66 wil, levert volgens Lansink “een vreselijk raar rijtuig” op: “In die kwestie komt onherroepelijk de wijze van bekostiging van de universiteiten aan de orde en wat blijft er dan nog over van zijn taken, omdat Ritzen ook al het beleid inzake de studiefinanciering heeft behouden?” Lansink zei vooral “het mentale aspect” belangrijk te vinden: “Heeft In 't Veld nu het idealisme om zich in te zetten voor de samenleving of niet?”

PAG.3 NIEUWSANALYSE, PAG.9 HOOFDARTIKEL