Kok schrikt van situatie in Oekrane; In Kiev heerst politieke en economische verlamming

JALTA, 17 JUNI. Buiten de schijnwerpers van de nationale politiek trad Wim Kok, vice-premier en minister van financiën, drie dagen op als Nederlands staatsman in de Oekrane. Daar heeft hij van dichtbij kunnen vaststellen dat de begrippen recessie en politieke strubbelingen in de één na grootste republiek van de ex-Sovjet-Unie een andere betekenis hebben dan in Nederland.

“Het was een nieuwe ervaring voor mij en ik ben nogal geschrokken”, zegt Kok terugkijkend op een bezoek waarin hij de hoofdstad Kiev en Jalta op de Krim heeft aangedaan. De armoede is veel erger dan hij had verwacht, de hervormingen verlopen veel moeizamer dan hij had gehoopt. Een groepje bejaarde mannen op het havenplein in Jalta aan de de Zwarte Zee vertelde hem dat de economische omstandigheden nu stukken slechter zijn dan een paar jaar geleden en dat de kosten van levensonderhoud duizelingwekkend snel stijgen.

“De mensen twijfelen waarom al die veranderingen nodig zijn”, stelt Kok vast. “Het risico bestaat dat ze de achteruitgang wijten aan de hervormingen, terwijl juist het gebrek aan hervormingen de oorzaak is. Wij moeten proberen ze een perspectief voor verbetering te bieden.”

Het bezoek van een Nederlandse minister, kort na bezoeken van de Duitse bondskanselier Kohl en de Amerikaanse minister van defensie Aspin, draagt daartoe bij, meent Kok. De Oekrane voelt zich achtergesteld bij Rusland wat betreft Westerse aandacht en de komst van buitenlandse politici wordt beschouwd als een vorm van nationale erkenning. “Ze zijn ontvankelijk voor politici uit het Westen”, aldus Kok. Hij voerde gesprekken met president Leonid Kravtsjoek, premier Koetsjma, de machtige parlementsvoorzitter Pljoesjtsj, de hervormingsgezinde vice-premier Pinzenik, met minister van financiën Pjatatsjenko en anderen. In Jalta werd de Nederlandse delegatie ondergebracht in de gastverblijven van de oud-Sovjet-leiders.

Het bezoek van Kok aan de Oekraine vond plaats omdat dit land, dat zich anderhalf jaar geleden afscheidde van de Sovjet-Unie, deel uitmaakt van de Nederlandse kiesgroep in het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Dit schept een band die Nederland volgens Kok kan benutten: “Op een aantal terreinen telt onze stem in de Oekrane zwaarder dan in Rusland”, zegt hij. “In Rusland zijn we een van de velen en in de Oekrane heeft Nederland een bijzondere klank. Men wil veel van ons leren en staat open voor Nederland.” In internationale fora zoals de komende EG-top zal Nederland bepleiten dat de Westerse aandacht voor de ex-Sovjet-Unie zich niet eenzijdig richt op Rusland, maar evenzeer op de Oekrane en andere republieken.

Kok maakt zich grote zorgen over de halfslachtige Europese houding ten aanzien van Oost-Europa en de republieken van de ex-Sovjet-Unie. “We moeten ons de gewetensvraag stellen of we die nieuwe landen (economische) ruimte durven te bieden”, zegt hij. West-Europa moet zijn grenzen voor Oosteuropese produkten openen. “Dat is van cruciaal belang”, beklemtoont Kok en hij denkt daarbij onder meer aan landbouwprodukten. “Als we dat niet doen en de hervormingen in deze landen mislukken, dan blijft het Westen niet schadevrij. Bovendien is voor het behoud van een draagvlak voor de hervormingen nodig dat wij onze politieke verbondenheid aan het vernieuwingsproces gestalte geven.”

De Oekrane maakt een onheilspellende politieke en economische crisis door. Tijdens het bezoek van Kok debatteerde het parlement vruchteloos over voorstellen om een referendum te houden over de verdeling van de politieke macht. Het is volstrekt onduidelijk wie de macht uitoefent: de president, de premier of het parlement. Mede als gevolg van dit machtsvacuüm dat al een maand duurt, staat het hervormingsproces stil.

Internationale steun van het IMF of de Wereldbank is uitgesloten zolang deze verlamming voortduurt. Kok: “De hervormingen hangen af van de politieke situatie. Er moet eerst duidelijkheid komen over de vraag wie verantwoordelijk is. Nu bestaat er een driehoek van machteloosheid waarin president Kravtsjoek, premier Koetsjma en het parlement gevangen zitten.” Hij zegt de indruk te hebben dat het parlement de hervormingen blokkeert en dat de premier en president onvoldoende gewicht hebben om de conservatieve krachten in het parlemen tegen te houden.

Tegelijkertijd staken de mijnwerkers de steenkolenmijnen in het strategische oostelijke Donets- en Donbas-bekken. Volgens premier Koetsjma zal de staking, als deze nog lang duurt, leiden tot een ineenstorting van de economie en als niet spoedig de economische noodtoestand wordt uitgeroepen, dreigt het gevaar van een dictatuur. Kok, die zich over de staking op de hoogte liet stellen, zegt dat deze niet alleen gaat om salariseisen, maar vooral om politieke eisen. “Het is niet zo maar een staking, het gaat om diep gevoeld ongenoegen.”

De situatie van de kernraketten in de Oekrane heeft eveneens een grote emotionele lading. “Ze gaan fanatieker om met het nucleaire onderwerp dan ik gedacht had”, stelt Kok vast. De voorlopige weigering van de Oekrane om het START-1-verdrag voor vermindering van de strategische kernwapens te ondertekenen, houdt ook de uitvoering van het verdergaande Russisch-Amerikaanse START-2-verdrag op. In al zijn gesprekken heeft Kok herhaald dat Oekrane slechts kan rekenen op internationaal respect en steun als het een constructieve bijdrage levert aan de oplossing van de nucleaire kwestie. Na de opdeling van de Sovjet-kernmacht staan nog 176 intercontinentale kernraketten op Oekraëns grondgebied.

De meeste indruk op Kok heeft een groepje kinderen gemaakt die hij op straat in Jalta aansprak. Het bleken licht getroffen slachtoffertjes van Tsjernobyl die een paar dagen met vakantie naar de Zwarte Zee waren gestuurd. Toen Kok ze vroeg wat ze van Nederland wisten, antwoordden ze tulpen, kaas en "jullie zijn rijk'. “Dat laatste heb ik maar een beetje gerelativeerd”, zegt Kok in het besef dat hij zich een dag later weer intensief met de problemen op Nederlandse schaal zal moeten bezighouden. “Op zo'n reis van drie dagen leer je meer dan van weken in Den Haag”, stelt hij vast.