Knesset stelt debat over martelen uit

TEL AVIV, 17 JUNI. Op voorstel van minister van justitie David Liba'i heeft de Israelische Knesset gisteren de stemming over een wetsvoorstel tegen martelen van Palestijnse gevangenen uitgesteld. De minister verzocht het parlement zich een oordeel over het wetsvoorstel voor te behouden totdat een commissie van onderzoek zal bepalen of de Israelische wetgeving dienaangaande dient te worden gewijzigd. Het vrouwelijke parlementslid Tamar Gozansky van Hadash, de communistische partij, die het wetsvoorstel had ingediend, ging met uitstel van de stemming akkoord. Parlementariërs van de drie regeringspartijen, de Arbeidspartij (Yael Dayan), Merets en Shas hebben hun handtekening onder het wetsontwerp gezet.

Liba'i betoogde gisteren dat het een moeilijke zaak is een evenwicht te vinden tussen Israels veiligheidsbelangen en de mensenrechten. Volgens hem is er geen aanleiding voor Israel een speciale wet tegen martelen aan te nemen, zelfs niet sinds de regering-Shamir in 1991 een internationale conventie daartegen ondertekende. In het Israelische strafrecht zijn volgens deze socialistische bewindsman voldoende paragrafen tegen martelen opgenomen en diegenen die zich daaraan schuldig maken worden gerechtelijk vervolgd.

Officiële Israelische ontkenningen over martelen van gevangenen staan op zwak ijs doordat de commissie Landau in 1987 bepaalde dat “gematigde fysieke druk” op Palestijnse gevangenen om veiligheidsredenen is toegestaan. Tijdens een deze week in Tel Aviv belegde conferentie tegen martelen bleek dat Israelische artsen verklaringen afgeven dat te ondervragen Palestijnen die “gematigde fysieke druk” volgens de definitie van de commissie-Landau ondergaan niet in levensgevaar komen te verkeren. Desalniettemin zijn de afgelopen jaren verscheidene Palestijnen tijdens ondervraging door de veiligheidsdienst overleden. In dergelijke gevallen moet lijkschouwing bepalen of de dood het gevolg is van toegepaste ondervragingstechnieken of een andere oorzaak heeft. Het plaatsen van zakken over de hoofden van Palestijnse gevangenen, opsluiting in een kleine cel, de "ijskast', behandelingen met koud en warm water en het veroorzaken van slapeloosheid zijn volgens Palestijnse getuigenissen routine bij ondervragingen.

De zich thans in Duitsland bevindende Israelische advocate Felicia Langer was in de jaren zeventig een der eersten die gewag maakte van zware mishandeling van Palestijnse gevangenen door de Israelische binnenlandse veiligheidsdienst, de Shin-Bet. Zij publiceerde daarover een op Palestijnse getuigenissen gebaseerd boek onder de titel "Met eigen ogen (gezien)'.

Tijdens de bijeenkomst tegen martelen in Tel Aviv publiceerde het in Gaza gevestige centrum voor geestelijke gezondheid de bevindingen van een onderzoek van 500 Palestijnen die in Israelische gevangenissen zijn ondervraagd. Daaruit blijkt dat 96 procent van de door de Shin-Bet ondervraagde Palestijnen aan extreme kou werd blootsgesteld, 92 procent lang moest staan, 77 procent gedurende enige tijd geen voedsel kreeg, en 66 procent op de geslachtsdelen werd geslagen. Ook maakt deze studie gewag van gebruik van elektrische schokken tijdens ondervraging van Palestijnen door de Shin-Bet.

Omdat er geen parlementaire controle is op de behandeling van Palestijnse gevangenen door de Shin-Bet - parlementsleden wordt volgens Gozansky de toegang ontzegd tot de plaatsen waar de Shin-Bet Palestijnen ondervraagt - wordt er vanuit de Knesset druk op de regering uitgoefend om martelen wettelijk verbieden. Het gaat de indieners van het wetsontwerp tegen martelen erom om de aanbevelingen van de commissie-Landau betreffende het toestaan van “gematigde fysieke druk” op Palestijnse gevangenen buiten de wet te stellen.

Vanuit de rechtse oppositie wordt krachtig geageerd tegen ontkrachting van de aanbevelingen van de commissie-Landau. “Hebben we soms niet het recht om een gevangen Palestijnse terrorist, die weet waar een binnen tien minuten afgaande bom in het centrum van Tel Aviv is geplaatst onder druk te laten verklaren waar die bom ligt”, vroeg het Likud-parlementslid Michael Eitan zich in een radio-debat met Tamar Gozanksky af. “Is het redden van onschuldige mensenlevens niet belangrijker dan de rechten van deze terrorist?” “Nee”, antwoordde Gozansky. “Ik ben tegen martelen, om welke reden dan ook.” Volgens haar wordt het martelen van Palestijnse gevangenen, en soms ook van Israeliërs, door de Shin-Bet “beschermd door een muur van zwijgen”.