Internationaal Theaterschool Festival; Mooie zang en veel geklauter in Orpheus

Internationaal Theaterschool Festival: Orpheus door Theaterschool Amsterdam i.s.m. Hilversums Conservatorium. Regie: Leonard Frank; muziek: Louis Andriessen; libretto: Lodewijk de Boer; decor: Jos Groenier. Gezien: 14/6 Frascati Amsterdam. Nog te zien: 22 t/m 26/6 Doelenzaal Amsterdam.

Leren studenten die een theateropleiding volgen tegenwoordig nog wel wat? Sommige regisseurs die in de praktijk met hen te maken krijgen menen van niet, anderen vinden daarentegen dat ze gedegen worden opgeleid. Wie zich zelf een oordeel wil vormen kan nu terecht in de Amsterdamse Nestheaters die ter gelegenheid van het jaarlijkse Internationaal Theaterschool Festival deze en volgende week het domein zijn van pas afgestudeerde regisseurs, aankomende acteurs, en studenten van dans-, mime-, muziek- en kleinkunstscholen uit binnen- en buitenland.

Eindexamenkandidaten en studenten uit het tweede en derde jaar treden op in zelfgemaakte produkties, in solovoorstellingen, maar ook in stukken als Hamlet en Elektra. Studenten van de Amsterdamse Theaterschool kozen voor een moderne klassieker: samen met afgestudeerden van het Hilversums Conservatorium presenteren ze zich deze dagen onder leiding van regisseur Leonard Frank in Orpheus, een muziektheaterproduktie van Louis Andriessen (muziek) en Lodewijk de Boer (libretto) die in 1977 voor het eerst werd uitgevoerd bij toneelgroep Baal.

De keuze van dit stuk maakt de produktie tot een van de meest ambitieuze projecten van het festival, waaraan bovendien is meegewerkt door belichter Reinier Tweebeeke en decorontwerper Jos Groenier die van metalen buizen een gestileerd bos fabriceerde. Dat is weliswaar allemaal mooi en prachtig, maar aan de andere kant is het de vraag of de studenten niet het slachtoffer zijn geworden van hun eigen ambities. Tijdens de try-out die ik zag bleken de goede bedoelingen en de grote inzet van de uitvoerenden in elk geval nog niet automatisch tot een overtuigende voorstelling te leiden.

Alsof de combinatie zang en spel nog niet lastig genoeg was, werden de spelers gehinderd door snoeren van microfoons, lange jassen die om hun benen fladderden en klauterpartijen in een wiebelende stellage. Dat de meeste zangpartijen desondanks nog heel behoorlijk klonken valt dan ook te prijzen, al ligt dat voor een deel aan de muziek zelf: indringende, op rock- en gangsterfilmmuziek genspireerde klanken.

Meer moeite had men met het acteren dat in veel gevallen nog schools en stijf was. Dat is jammer aangezien in deze Orpheus, waarin De Boer de hoofdpersoon niet als een mythische held voorstelt maar als een zelfingenomen narcist die zijn geliefde Euridice beschouwt als zijn bezit, het drama minstens zo belangrijk is als de muziek. Andriessen en De Boer gingen ervan uit dat emotie net zo goed in tekst als in muziek valt uit te drukken. Dat geldt echter niet voor de enscenering van Leonard Frank om de eenvoudige reden dat de gezongen teksten vaak onverstaanbaar waren.