"Iedereen let op zijn eigen potjes en budgetten'

Het doel van de sociale vernieuwing, zo bleek gisteren uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, is niet bereikt. Niet dat de gemeenten stilzitten, maar op rijksniveau wordt nog te veel langs elkaar heen gewerkt. “Het doorbreken van die schotten is essentieel voor het slagen van de sociale vernieuwing.”

ROTTERDAM, 17 JUNI. “Sociale vernieuwing is geen spoedcursus toveren. Maar het komt hier langzaam wel van de grond.” Lia Schipper is contactambtenaar van de gemeente in de oostelijke binnenstad van Amsterdam. Sinds twee jaar is ze bezig met de sociale vernieuwing in die “vreemde mengelmoes van totaal verschillende buurten” die samen haar werkgebied vormen.

Gebrek aan winkels, gebrek aan voorzieningen voor ouderen, de totale afwezigheid van plaatsen waar kinderen kunnen spelen. Het zijn gezamenlijke problemen die nu door de sociale vernieuwing worden aangepakt. De politie, de scholen en de buurthuizen werken samen in een sport- en spelproject voor kinderen. Een paar honderd kinderen die eerst met hun ziel onder hun arm over straat zwalkten worden nu dagelijks door een rondtrekkende kar met spelletjes bezighouden.

Ouderen voor wie tot voor kort geen voorziening bestond, komen nu een paar keer per week samen om te eten. “Je vangt dan verschillende vliegen in een klap”, zegt Schipper. Totaal vereenzaamde ouderen die hun huizen niet meer uitdurfden krijgen opeens weer een sociaal verband, waardoor niet alleen het isolement maar ook de angst wordt doorbroken. “We schrokken ons echt wezenloos toen we op een van de eerste middagen die we voor ouderen organiseerden te horen kregen dat een aantal van hen werd gentimeerd: Je moet me geld geven anders gebeurt er iets met je, was de dreiging van een paar onbekenden.” De politie werd ingeschakeld en het "probleem' werd de gevangenis ingeholpen.

Kinderen, ouderen, misdaad, sport, eten - alles heet sociale vernieuwing sinds het kabinet-Lubbers de strijd tegen de verloedering van de samenleving is aangegaan. Rotterdam is de bakermat van deze strijd, zeggen ook de vernieuwers uit de andere gemeenten. De term dook in 1987 voor het eerst op in de Rotterdamse gemeenteraad. Naar aanleiding van de nota "Het Nieuwe Rotterdam' van de commissie-Albeda vroeg men zich af of achterstandsgroepen voldoende profiteerden van de opleving van het economisch zojuist uit een diep dal geklommen Rotterdam. Professor Idenburg toog aan het werk om het begrip "sociale vernieuwing' inhoud te geven.

Een jaar later sloeg de slogan aan bij het derde kabinet-Lubbers. Tweede-Kamerlid Van der Vlies van de SGP noemde het de specie tussen de coalitieblokken CDA en PvdA. Critici meenden dat het enkele andere eigenschappen met cement gemeen had: je kon het in elke gewenste vorm gieten en er de meest uiteenlopende zaken mee aan elkaar lijmen.

In de zomer van 1990 tekende minister Dales (binnenlandse zaken) het startconvenant sociale vernieuwing in de Rotterdamse Opzoomerstraat. De straatbewoners waren de modelburgers van het sociaal vernieuwde Rotterdam: Ze namen zelf graag het heft in handen en in overleg met de locale autoriteiten maakten ze hun straatje schoon, veilig en drugsvrij. De Maasstad looft tegenwoordig voor mooie initiatieven "van onderaf' de Opzoomerzegel uit, die de bewoners kunnen besteden aan een overheidsdienst naar wens: een plantenbak, een veegbeurt door de Roteb, extra surveillance door de politie.

In Rotterdam is het enthousiasme voor de sociale vernieuwing bijna vleesgeworden in G. de Kleijn, die leiding geeft aan het projectbureau aan de Coolsingel. Hij beschouwt haar als niet minder dan een wending in het denken, een nieuwe zucht naar experimenten die, zo wordt nadrukkelijk gesteld, ook wel eens mogen mislukken. De steekwoorden van de sociale vernieuwing - deregulering, decentralisatie, maatwerk, activering, preventie, initiatieven van onderop, integrale aanpak - vullen tegenwoordig als een meditatieve mantra elke ambtelijke nota die in Rotterdam wordt geproduceerd.

Maar De Kleijn denkt dat sociale vernieuwing inmiddels, althans op gemeentelijk niveau, meer is dan een verandering in het ambtelijk jargon. “Neem nu de Ans-Parel-verklaring.” Het betreft het ondertekenen van een verklaring, die is genoemd naar de uitbaatster van café Het Tappunt in Crooswijk. “Die zei: "Als de vuilnismannen van de Roteb een stiptheidsactie houden, doen wij dat ook en pakken we ons huisvuil volgens de regel in'. Toen hebben wij vertegewoordigers van straten in de gelegenheid gesteld in de bibliotheek de Ans-Parel verklaring te ondertekenen, waarvoor je vijf rollen vuilniszakken meekreeg. Driehonderd mensen hebben namens hun straat ondertekend, 30.000 vuilniszakken. En uit een steekproef kregen we de indruk dat hun straten ook schoner waren.”

Ook in Den Haag loopt de sociale vernieuwing “aardig”, zegt projectleider M. Duijm iets zuiniger. Op straat wandelen inmiddels "algemeen toezichthouders' - banenpoolers, die volgens Duijm fungeren als “de oren en ogen van de boswachter, de klachtenbalie en de reinigingsdienst”. Sinds anderhalf jaar hebben alle stadsdeelkantoren in Den Haag een eigen klachtenbalie, waar de burger zijn lijstje met wensen over openbare ruimten kan inleveren. Het streven is om elke klacht over een losliggende steen, een grafitti-beschildering, zwervend vuil of hondepoep binnen een week te verhelpen.

Maar, en dat is wat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in zijn rapport constateerde, het blijkt elke keer een hels karwei betrokken instanties als het GAK, de sociale dienst, het arbeidsbureau en woningbouwcorporaties tot samenwerking te krijgen. Duijm deelt dan ook de kritiek van het SCP dat er tot op heden vooral organisatorische afspraken zijn gemaakt over samenwerking. Keer op keer blijkt in Den Haag dat “iedereen wil samenwerken, maar geen van de instanties wil zijn macht afstaan”, zegt Duijm, “of ze hadden zelf een nèt iets andere aanpak in hun gedachten. Het doorbreken van die schotten is essentieel voor het slagen van de sociale vernieuwing.

Ook in Amsterdam loopt Schipper op tegen een verkokerd ambtenarenapparaat, iedereen met zijn eigen belangetjes, potjes en begrotingen. “Neem nu het sport- en spelproject. Dat gaat door de handen van minstens tien ambtenaren op verschillende afdelingen. Iedereen probeert zo'n project dan voor zichzelf binnen te halen. "Ja maar dat past toch binnen ons potje vandalisme-preventie', roept de een. "Typisch iets voor de schoolconcierge bij onderwijs', zegt de ander. Terwijl een derde weer wat ziet in de financiering van speeltjes.” Volgens Schipper is dit nu precies wat door de sociale vernieuwing had moeten verdwijnen. “Je moet zo'n project niet uit elkaar plukken en proberen in het keurslijf van het bestaande beleid te persen dat veraf van de wijken en de mensen bedacht wordt.”

Voor Amsterdam zijn de problemen van de sociale vernieuwing vooral een kwestie van broodnodige bestuurlijke vernieuwing die in het versteende ambtenarenapparaat doorgevoerd zou moeten worden. Nog dit weekeinde noemde burgemeester E. van Thijn het totale gebrek aan samenwerking tussen zijn ambtenaren de grootste ziekte van Amsterdam.

Maar gun het tijd, zegt de voor de vernieuwing verantwoordelijke ambtenaar B. Mosterd van Arnhem. Deze gemeente behoort tot de 37 die in 1990 de spits afbeten. In Arnhem heeft men zeker twee jaar nodig gehad om tot tastbare resultaten te komen. Ambtenaren hadden moeite de bestaande paden te verlaten en inzicht in hun budgetten te geven, bewoners in de wijken moesten wennen aan het feit dat er van hen zelf ook activiteiten gevraagd werden. Ze stonden wantrouwend tegenover "weer een paar nieuwe plannen'. Maar juist vorige maand zijn met bewoners van de oude wijken - de lievelingsbuurten van de sociale vernieuwing - afspraken gemaakt over het onderhoud van de wijk. En de gemeente stelt pogingen in het werk arbeidsbemiddeling, ouderenzorg over zo weinig mogelijk schijven te laten verlopen: de 1-lokets-filosofie. Er komt begeleiding voor schoolverlaters. Mosterd: “De basis ligt er nu.”

En dan is er de kritiek van het SCP dat de sociale vernieuwing op rijksniveau vooral tot bestuurlijke resultaten heeft geleid. “Ik zit niet te wachten op bestuurlijke resultaten”, zegt wethouder K.W. Swaak van sociale zaken. “Belangrijker zijn de effecten op de buurt.” K. Hermanides, projectleider sociale vernieuwing van Groningen is het met hem eens. “Of geld wel of niet in een Brede Doel Uitkering zit, vind ik één van de minst interessante discussies.”

Rotterdammer De Kleijn vindt het spijtig dat de sociale vernieuwing op rijksniveau is doodgelopen, maar ziet het toch vooral als een gemeentelijke zaak. Aan de teleurstellende voortgang in Den Haag tilt hij niet te zwaar. “Bij de rijksoverheid valt de sociale vernieuwing al sinds 1990 tegen. De politici hebben er even bovenop gezeten en daarna toegestaan dat de ambtenaren zich weer in de loopgraven terugtrokken.” Wel denkt De Kleijn dat er bij de gemeenten “meer lucht en enthousiasme” zou zijn als de departementen ernst hadden gemaakt met deregulering: “Neem bijvoorbeeld de banenpools. Wij worden door de Haagse regelgeving gedwongen banenpoolers alleen in de krimpende collectieve sector in te zetten, terwijl we hier in Rotterdam veel hadden kunnen bereiken in de marktsector. Met voldoende fantasie omzeil je die regels wel, maar het kost onnodig veel energie.”(Met bijdragen van Karin de Mik, Frank Poorthuis, Marjon van Royen, Rob Schoof, Coen van Zwol)