Hoogleraar: industriepolitiek van overheid is geldverspilling

AMSTERDAM, 17 JUNI. "Onthouding.' Als een zedenmeester spreekt prof. dr. H.W. de Jong zijn gehoor van bankiers toe. De overheid moet geen actief industriebeleid voeren. De overheid is niet gekwalificeerd zich bezig te houden met de financiering van ondernemingen. “Dat is iets voor bankiers. (-) Het industriepolitieke spel van de overheid leidt tot ongelukken.”

Had de overheid vliegtuigonderneming Fokker en automobielproducent Daf dan failliet moeten laten gaan?, vraagt de Jong's opponent prof. dr. M.J.L. Jonkhart, directeur van de Nationale Investeringsbank. “Ja”, luidde het resolute antwoord van emeritus-hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam.

De bankiers in het Amsterdamse Okurahotel schuiven ongemakkelijk op hun stoel. “Industriepolitiek is verspilling van geld”, vult De Jong aan. Het Nederlands Instituut voor het Bank- en Effectenbedrijf had een antwoord op zijn congresthema "Financiering van duurzame groei'.

Als de overheid iets voor het bedrijfsleven wil doen dan moet ze gunstige concurrentievoorwaarden creëren, zo vindt de Amsterdamse hoogleraar. En hij noemde de klassieke trits: scholing, infrastructuur, gezonde overheidsfinanciën (lees: lage belastingen en sociale premies). Op dit punt was Jonkhart het, uiteraard, met hem eens. Maar de directeur van de Nationale Investeringsbank vindt dat in uitzonderlijke gevallen en onder strenge voorwaarden de overheid een noodlijdende bedrijf moet steunen. Een visie die volledig aansluit bij die van minister Andriessen (economische zaken).

De NIB-directeur ventileerde na deze lovende woorden, ook zijn bedenkingen tegenover het overheidsbeleid. Minister Andriessen wil een bedrijf in nood wel steunen, mits de banken ook een duit in het zakje doen. Maar wanneer een bedrijf aanklopt bij de overheid, hebben de banken er meestal grote bedragen in gestoken. Moeten zij dan - meestal tegen hun eigen kredietbeleid in - nog meer geld investeren om gelijk op te gaan met de overheid?, zo vroeg Jonkhart zich af. “Dit is de echte discussie over het Nederlandse industriebeleid”, aldus de NIB-directeur. “Daf zal niet de laatste zijn.”

Jonkhart zei dat uit een NIB-enquête bleek dat het merendeel van de ondernemers de steunverlening aan één bedrijf afwijzen. “Minder direct, ondernemers hebben meer behoefte aan faciliteiten waarbij onderzoek en ontwikkeling fiscaal worden gestimuleerd.” Het kabinet inventariseert, onder druk CDA- en PvdA-fractie in de Tweede Kamer, de mogelijkheden investeringen in speur- en ontwikkelingswerk te stimuleren. De Jong toonde zich niet verbaasd over de resultaten van de NIB-enquête. “Ondernemers weten drommels goed dat ze uiteindelijk toch zelf de rekening betalen.”

Ook prof. dr. R.A.H. van der Meer, lid van de raad van bestuur van verzekeringsmaatschappij Aegon, vindt dat het industriebeleid van de overheid beperkt moet zijn tot het scheppen van goede concurrentievoorwaarden. “De markt dwingt discipline af en zorgt ervoor dat het bedrijfsleven zijn eigen huis op orde houdt”, schrijft Van der Meer in zijn pre-advies.

De Nederlandse kapitaalmarkt moet zich spiegelen aan de Amerikaanse en niet aan de Duitse. In Duitsland zijn bedrijfsleven en bankwezen nauw met elkaar verweven. “Industriële en financiële bedrijven zijn daar elkaars bondgenoten in moelijke tijden”, constateert Van der Meer. In de VS werkt de discipline van de markt. Het rendement van het kapitaal is zo het hoogst. “Institutionele beleggers zijn primair beleggers en géén beschermheren.”