Het "weergaloze belang' van Hongkong; Nog geen resultaten bij overleg Peking en Londen

Het gaat goed met de onderhandelingen tussen China en Groot-Brittannië over de invoering van meer democratie in de kroonkolonie. Tenminste: dat is de mening van sir David Ford, de tweede man in de hiërarchie van Hongkong, die dezer dagen in Europa is. Gisteren werd de vijfde ronde van besprekingen afgesloten.

BRUSSEL, 17 JUNI. De Britse delegatie beklom vóór het begin van de besprekingen over Hongkongs toekomst de Chinese muur, zodat - zoals de Britse ambassadeur in China, tevens hoofdonderhandelaar, Sir Robin McLaren tegen verslaggevers zei - iedereen “fit” zou zijn en “klaar om aan de slag te gaan”. De Chinese onderminister van buitenlandse zaken, Jiang Enzhu, sloot zich gretig bij de beeldspraak aan: de klim zou symbool staan voor het overleg dat “tot steeds grotere hoogten” leidt.

Optimistische geluiden alom over de dialoog tussen Londen en Peking, die in de ogen van de Britten tot zo veel mogelijk en wat betreft de Chinezen tot zo min mogelijk democratie moet leiden vóór Hongkong in 1997 overgaat in Chinese handen. Maar het optimisme wordt niet ondersteund door concrete resultaten: het gisteren in een sfeer van geheimzinnigheid afgesloten overleg heeft niet tot overeenstemming geleid, nieuwe onderhandelingen zullen volgen.

Sir David Ford (58), de Chief Secretary van Hongkong, is ervan overtuigd dat China uiteindelijk akkoord zal gaan met een deel van de democratische hervormingen in Hongkong. Sir David is een militair van huis uit, maar al sinds 1968 verbonden aan het civiele apparaat van de regering van Hongkong - en dat is te merken. Hij drukt zich uit in het voorzichtige, omslachtige amtenarenjargon. “Ondanks de negatieve atmosfeer bij het begin van de besprekingen, in april, zijn we nu aan de warmere kant aanbeland”, zegt hij. Peking kan in zijn ogen de onderhandelingen niet gebruiken om democratische vernieuwingen te vertragen, maar hij weigert te zeggen in hoeverre er voortgang is bereikt.

Het in oktober 1992 door gouverneur Chris Patten gelanceerde plan beoogt het verhogen van het aantal rechtstreeks gekozen leden van de 60 afgevaardigden tellende wetgevende raad van Hongkong (Legco), die als parlement fungeert, van 20 naar 39 in 1995. Dat is twee jaar voordat Hongkong een Speciale Administratieve Regio (SAR) van China wordt. Bovendien stelt Patten een machtsverschuiving voor van de uitvoerende organen (de gouverneur en zijn instellingen) naar Legco, een idee dat lijnrecht indruist tegen het centralistische gedachtengoed van Peking.

Ford ontkent dat de komst van Patten als gouverneur, vorige zomer, de verhouding met Peking op de spits heeft gedreven. China ging er steeds vanuit dat met de Joint Declaration in 1984 alles was geregeld. “In de Joint Declaration was niet opgenomen hoe Hongkong tòt 1997 moest worden geregeerd, hoe de democratie er uit zou zien. We hebben niets gedaan wat in strijd is met de overeenkomsten. China is mogelijk teleurgesteld over het feit dat de voorstellen verder gaan in democratisch opzicht dan hun lief is, maar we hebben er geen afspraken mee gebroken. De plannen waren onafhankelijk van de persoon van de gouverneur.”

Niet bekend

De Chief Secretary zegt dat de bevolking van Hongkong in groten getale achter Patten staat, iets wat uit opiniepeilingen keer op keer blijkt. Maar in de machtige zakenwereld van Hongkong wordt getwijfeld aan de harde lijn ten opzichte van Peking, sterker nog: een invloedrijk deel van de industriële wereld heeft het op een akkoordje met de communisten gegooid, onder meer door de oprichting van de New China Hongkong Group, eerder dit jaar. Ford zegt stellig: “Een omgeving waarin een stabiel politiek systeem, met een onafhankelijke rechter bestaat, is onze basisgedachte. Daarin kan ook de zakenwereld het beste gedijen.” Hij wijst op de enorme economische groei die Hongkong heeft doorgemaakt de afgelopen jaren en schrijft dat mede toe aan het democratische systeem.

Ford heeft geen antwoord op de vraag waarom Londen pas aan het eind van het koloniale bestuur met vergevorderde plannen voor een democratisch systeem voor de kroonkolonie is gekomen. Tot 1991 werden de leden van Legco niet rechtstreeks gekozen en vanaf dat jaar nog altijd maar een deel. Daarna kwamen de Britten, op de drempel van de overgang, met hun nieuwe plannen.

Beter laat dan nooit, redeneert Ford, die onderstreept dat Hongkong in 1997 niet volledig Chinees bezit wordt, maar er slechts mee wordt verbonden. In het Brits-Chinese akkoord is immers bepaald dat Hongkong tot 2047 een geheel eigen systeem mag houden, zowel op economisch als politiek gebied. Een uitbreiding van de democratie is een recht dat de Britten en de huidige regering van Hongkong hebben, meent Ford.

Dat China het tegenhouden van de aanleg van het nieuwe vliegveld van Hongkong, een megaproject waarvoor een stuk zee wordt ingepolderd voor de kust van het eiland Chek Lap Kok, zou gebruiken als drukmiddel, ontkent Ford. “China stelt zich zeer duidelijk op voor de bouw van het vliegveld, maar we kunnen de zaak niet in een ochtend onder het koffiedrinken regelen.”

Welke positie Hongkong in communistisch China zal krijgen is niet te zeggen, vindt Sir David. Alles kan worden "uitgeonderhandeld' en later toch weer anders blijken te zijn. “Ik heb afgeleerd uitspraken te doen over de toekomst van China.” Hij citeert met genoegen uit een reisgids van honderd jaar geleden: “Hongkong is van weergaloos belang als Brits bezit. De invloed op het naburige keizerrijk (China) is moeilijk, zo niet onmogelijk te voorspellen.”

    • Lolke van der Heide