Het eind van de droom van Bosnische "Jan zonder Land'

GENÈVE, 17 JUNI. De bijeenkomst was discreet bedoeld, in een villa in een van Genèves sjieke buitenwijken, waar diplomatenvrouwen met de tweede auto van het gezin af en aanrijden naar ruim bemeten villa's. Maar dat was buiten de waard gerekend: al spoedig was het landhuis Le Saucy omringd door cameralieden op aluminiumtrapjes, die er niet tegenop zagen zich met een in de haast aangeschafte hegschaar een beter zicht te verschaffen op wat achteraf een uniek spektakel bleek: de opheffing van Bosnië-Herzegovina.

Dat het daarom zou gaan bij deze nieuwe gespreksronde tussen de Servische president Slobodan Milosevic, de Kroatische president Franjo Tudjman en de Bosnische president Alija Izetbegovic, viel daags tevoren al te vermoeden uit opmerkingen van internationaal bemiddelaar David Owen. Officieel heette het "Vredesplan Vance-Owen' voor het sinds meer dan een jaar door een thans driezijdige burgeroorlog verwoeste Bosnië-Herzegovina nog van kracht, al was het dan vorige maand ten langen leste door de Bosnische Serviërs afgewezen. Maar Owen sprak toch al liever van een "vredesproces', iets met een eigen dynamiek dus.

En aan de kaart met de opdeling in tien provincies van het oorspronkelijk plan moest men ook niet al te zwaar meer tillen, gaf Owen te verstaan. “Niet wij verscheuren die kaart, maar de partijen zijn daarmee bezig, terwijl wij spreken”, zei Owen in een verwijzing naar de actuele Servische, moslim- en Kroatische militaire acties.

Maar of Owen al rekening hield met het gezamenlijke Servisch-Kroatische initiatief dat in Le Saucy ter tafel kwam, dat blijft voorshands een onbeantwoorde vraag, omdat beide bemiddelaars zich na afloop verre hielden van de pers. De Kroatische president Franjo Tudjman deed het voorstel later op de middag uit de doeken, tijdens een triomfantelijk getoonzette persconferentie in de gloednieuwe Kroatische ambassade bij de Verenigde Naties in Genève. Servië en Kroatië zullen elk - het moeizame onderhandelen via stromannen als Radovan Karadzic van de Bosnische Serviërs en Mate Boban van de Bosnische Kroaten heeft kennelijk een einde genomen - een voorstel doen voor de opdeling van Bosnië-Herzegovina in drie staten, een Kroatische, een Servische en een moslim-staat, verenigd in een federatie of confederatie. Het maakt niet zoveel uit hoe het beestje heet, als er maar verdeeld wordt.

Dit plan lijkt het definitieve einde van de droom van Alija Izetbegovc, de "Jan zonder Land' van deze vredesbesprekingen, dat hij president was van een vorig jaar door de internationale gemeenschap erkende staat. Al bij de erkenning bestond dat land niet, in ongeveer tweederde van het territorium had Izetbegovic' regering niets te vertellen en maakten Servische of Kroatische militair-politieke gezagsdragers de dienst uit. Maar Izetbegovic dacht dat als je internationaal erkend werd, de internationale gemeenschap ook iets zou doen om je staatsgezag te vestigen, en is daarin geleidelijk maar grondig teleurgesteld.

Izetbegovic, onverminderd pleitbezorger voor de eenheidsstaat Bosnië-Herzegovina, die eigenlijk ook het plan-Vance-Owen al te ver vond gaan, had de bui zien hangen en de afgelopen weken herhaaldelijk aangekondigd geen heil te zien in verdere onderhandelingen, al helemaal niet in een nieuwe Londense conferentie, zoals secretaris-generaal van de Verenigde Naties Boutros Boutros-Ghali had voorgesteld. Geconfronteerd met het feit dat hij in villa Le Saucy geheel alleen stond, hield hij zich groot, voorzover dat van buiten zichtbaar was. Hij verliet de conferentie, naar eigen zeggen wegens Servische aanvallen op Gorazde - een praatje voor de vaak omdat op dat moment al bekend was dat hij vandaag afspraken in Bonn en Madrid had.

Hij zal daar ongetwijfeld weer worden gefêteerd met woorden van compassie en steun, maar in feite is het spel uit voor "Jan zonder Land', althans internationaal en diplomatiek. Izetbegovic is zonder twijfel de meest tragische politicus uit de Joegoslavische burgeroorlog: aanvankelijk voorstander van het behoud van het oude Joegoslavië en tegen de onafhankelijkheid van het vanouds politiek wankele en gewelddadige Bosnië-Herzegovina, liet hij zich overhalen uit vrees voor vergaande Servische dominantie in een nieuw, gereduceerd Joegoslavië. Izetbegovic' pogingen het ergste geweld door een akkoord met het toenmalige Joegoslavische Volksleger te verhinderen, liepen stuk op de vechtlust, niet alleen van de Serviërs, maar ook van de radicale elementen in zijn eigen moslim-partij, de SDA, en op provocaties van de Kroaten, die hun eigen Bosnische oorlog tegen de Serviërs eind vorig jaar al hadden beëindigd en de moslim-politicus vervolgens keihard lieten vallen.

Zelfs al zou Izetbegovic ermee instemmen president te worden van het thuisland dat Serviërs en Kroaten de moslims willen laten - niets wijst overigens in die richting - dan nog zou hem dat vermoedelijk niet lukken. Een krachtige stroming moslim-politici, verpersoonlijkt door bijvoorbeeld de in Teheran opgeleide minister van buitenlandse zaken Haris Silajdzic en vice-president Ejup Ganic, wenst de oorlog met alle middelen voort te zetten tot de eindoverwinning. En ook aan gematigde zijde heeft Izetbegovic ernstige tegenstand te duchten: in de moslim-enclave rondom Bihac regeert in feite niet de regering in Sarajevo, maar Fikret Abdic, voorzitter van het plaatselijke landbouwcombinaat Agrokomerc en als zodanig nog maar enkele jaren geleden de grote man achter het grootste fraudeschandaal in de Joegoslavische geschiedenis. Deze leider, vroeger nog eens door Izetbegovic weggentrigeerd aan de top van de SDA, gaat prat op naar verhouding goede verhoudingen met omringende Serviërs en Kroaten en heeft Izetbegovic' staat geenszins van node.

Het enige lichtpuntje voor de moslim-leider zijn de recente moslim-offensieven tegen de Kroaten in Centraal-Bosnië en de begeleidende etnische zuiveringen. Die vormen natuurlijk wel een welkome afwisseling na een jaar smadelijke nederlagen tegen de Serviërs, maar inmiddels gaan deze acties wel lijnrecht in tegen Izetbegovic' eigen doctrine van een multinationaal Bosnië en lijken de leiders in Sarajevo er de laatste resten internationale steun voor de eenheidsstaat Bosnië-Herzegovina mee te hebben verspeeld. De strijd gaat niettemin krachtig verder, nu vooral om ex-Joegoslaviës grootste wapenfabriek, in Novi Travnik.

President Tudjman van Kroatië maakte overigens duidelijk dat deze moslimveroveringen geen eeuwigheidswaarde kunnen hebben. Nadat Izetbegovic had geprotesteerd dat zijn moslim-staat geen uitweg naar de zee zou hebben, had men hem uitgelegd dat er wel meer staten zijn zonder uitweg naar de zee, “Zwitserland bijvoorbeeld, waar wij ons thans bevinden”. Maar Kroatië is de kwaadste niet, liet Tudjman weten, de Kroatische havenstad Ploce kan een vrijhandelsstatuut krijgen. Met geen woord maakte Tudjman gewag van Gorazde en de andere enclaves die de moslims in Oost-Bosnië nog in handen hebben. In de Servisch-Kroatische optie kortom, komen de moslims er aanzienlijk bekaaider af dan in het plan-Vance-Owen, al verklaarde de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic zich eerder op de dag tot "territoriale concessies' bereid.

De Servische president Milosevic verklaarde na de bijeenkomst dat Izetbegovic “zekere reserves' had geuit tegenover de Servisch-Kroatische plannen, volgens Tudjman had de moslim-leider gezegd dat hij “met zijn leiding moest overleggen”. “Welke hij daarmee bedoelt is niet helemaal duidelijk”, aldus de Kroaat.

Zowel Milosevic als Tudjman meende echter dat er bij de oplossing van het probleem Bosnië grote vooruitgang is geboekt. Zo kan men zich in Zagreb en Belgrado weer met belangrijker zaken gaan bezig houden, in casu de directe Servisch-Kroatische confrontaties in Kroatië waarover - alle constructieve werk bij het isoleren van Izetbegovic ten spijt - nog geen schijn van overeenstemming lijkt te bestaan. Owen en Stoltenberg zijn uiterst bezorgd over een mogelijke hervatting van de Servisch-Kroatische oorlog van 1991. De Servisch-Kroatische tegenstelling, meent Owen, is het centrale probleem in ex-Joegoslvië, en zonder een oplossing op dit punt is geen duurzame vrede denkbaar.

    • Raymond van den Boogaard