Gould wekt spotlust met voorstel voor nieuwe terminologie

De bekende Amerikaanse paleontoloog Stephen Jay Gould heeft met een voorstel voor een nieuwe genetische nomenclatuur spot en ergernis gewekt in het kamp der moleculair-genetici. Het gewraakte artikel, geschreven samen met Jürgen Brosius van de Mount Sina School of Medicine in New York, verscheen november vorig jaar in de Proceedings van de (Amerikaanse) National Academy of Science. Het beschrijft een "volledige' en "respectvolle' nomenclatuur voor pseudogenen en ander "junk DNA' (rotzooi-DNA).

Pseudogenen zijn imperfecte, gemuteerde kopieën van bestaande, functionele genen die niet kunnen worden afgelezen en dus niet werken. "Junk DNA' is de verzamelnaam voor al het functieloze DNA in het genoom (bij de mens misschien wel 90%). Brosius en Gould vinden deze termen, gesmeed door moleculair-biologen, veel te denigrerend klinken.

Ze stellen daarom een radicaal nieuwe "genomenclatuur' voor, waarin elk stukje DNA, ongeacht functie of de lengte, wordt aangeduid met een naam die eindigt op nuon. Afhankelijk van het type DNA-element komt hier dan een voorvoegsel voor. Zo verdienen pseudogenen volgens het tweetal de naam potonuons, omdat ze potentieel een belangrijke rol spelen bij de generatie van nieuwe moleculaire variatie in de evolutie. Als uit een potonuon een DNA-sequentie coderend voor een nieuwe functie mocht ontstaan, dan verdient deze de naam xaptonuon; blijft hij daarentegen zonder functie, dan zouden we hem naptonuon moeten noemen.

""De invoering van onze geünificeerde, voledige en conceptueel neutrale taxonomie,'' zo schrijven Brosius en Gould, ""zou de huidige integratie van moleculaire en evolutionaire studies kunnen bevorderen en versnellen - een wensdroom die alle biologen moeten koesteren.'' Ze weten echter heel goed dat hun voorstel weinig kans van slagen heeft. ""We zijn ons,'' vervolgen ze, ""er goed bewust van dat terminologische artikelen in de wetenschap een weinig populair genre vormen (en dat collega's ons werk om deze reden zouden kunnen negeren).''

Deze vrees voor negeren blijkt echter ongegrond: in de brievenrubriek van Nature veegde Dan Graur, een vooraanstaand onderzoeker op het gebied van de moleculaire evolutie, vorige week de vloer aan met het idee van de beide moleculaire outsiders. Graur rept van een ""navrante grap'', uitgehaald door ""twee anderszins respectabele onderzoekers'' en beticht het tweetal in enkele alinea's waar het sarcasme en de minachting vanaf druipen, van nodeloze "Newspeak' voor ""volledig aanvaardbare'' molecualair-biologische termen. ""Ik kan,'' besluit hij, ""me al voorstellen hoe ik aan mijn studenten college zal geven ... : "Het peule-potonuon, ofschoon duidelijk poto-exaptief, bleek uiteindelijk een naptonuon omdat het niet gecoöpteerd kon worden in xaptonuöniteit.' In de onsterfelijke woorden van Koningin Victoria, "We are not amused.' ''. (PNAS USA, nov. 1992; Nature, 10 juni).