Gesloopt? Het Maupoleum heeft een kwastje nodig

Het "Maupoleum' in Amsterdam wordt gesloopt. Het gemeentebestuur van Amsterdam stemde gisteren in met de plannen voor een nieuw gebouw van architect Teun Koolhaas.

AMSTERDAM, 17 JUNI. “Wordt het Maupoleum gesloopt?” De gepensioneerde architect Piet Zanstra weet nog van niets. Nog geen vijfentwintig jaar geleden zette hij aan de Jodenbreestraat in Amsterdam de betonnen kantoorkolos neer. Het heet eigenlijk het Burgemeester Tellegenhuis, maar in de volksmond werd dat al snel het Maupoleum. Een samentrekking van de naam van de project-ontwikkelaar Maup Caransa en het woord "mausoleum'. De "graftombe van Caransa' wordt wel beschouwd als het lelijkste gebouw van Amsterdam.

“Wie zegt dat het lelijk is? Het is typisch een gebouw dat architecten mooi vinden. En voor wie bouw je nou eigenlijk? Voor het publiek of voor je collega's?” Zanstra leunt achterover in de bank en legt zijn handen in de nek. “Het gebouw is overigens destijds met gejuich door de schoonheidscommissie ontvangen.”

“Heel onplezierig”, vindt Zanstra het dat zijn gebouw gesloopt gaat worden. “Heel onplezierig.” Het is niet zijn schuld, zegt hij, dat het Maupoleum daar zo plompverloren aan de rand van de Nieuwmarktbuurt ligt. Hij ontwierp het in de veronderstelling dat er een vierbaansweg langs zou komen. Tot zijn verdriet wees de gemeenteraad, onder grote druk van bewoners, in 1972 de aanleg van die snelweg af. Dàt is volgens hem de reden waarom het Maupoleum van meet af aan een “doodgeboren kindje met een lam handje” is geweest.

Tot vorig jaar was het bijna 150 meter lange gebouw het onderkomen van de faculteiten economie en ruimtelijke ordening van de Universiteit van Amsterdam. “Een ramp”, zegt planoloog G. Middelkoop over het werken in het Maupoleum. “Het was een kleine schande dat wij als planologen in zo'n mislukt gebouw zaten. De collegezalen waren volledig inpandig en de airconditioning was niet berekend op een zaal vol studenten. Vallen die normaal gesproken na een half uur in slaap, in het Maupoleum gebeurde dat al na twintig minuten.” Een studente planologie vertelt hoe zij iedere dag even de lift naar de vierde verdieping nam. Daar kon zij door het enige toegankelijke raam zien wat voor weer het buiten was.

“Het was ook niet bedoeld voor de universiteit”, zegt Zanstra. “Er zouden kantoren inkomen.” Hij had het allemaal zo anders bedoeld: een modern kantoorgebouw langs een vierbaans snelweg met op de begane grond een winkelboulevard van allure. Maar het "stralend overdekte winkeltracé' is nooit uit de verf gekomen. De stoffenhandelaren op de begane grond hadden helemaal geen behoefte aan de grote etalageramen die Zanstra voor hen had ontworpen. Ze ontvingen hun klanten op afspraak. Die enorme ramen waren alleen maar lastig. De meeste handelaren plakten ze af. In de loop van de jaren verdwenen de stoffenhandelaren, die generaties lang in de Jodenbuurt waren gevestigd, uit de galerij van het Maupoleum. En nu wordt het gebouw dan gesloopt. Nog geen vijfentwintig jaar nadat het werd gebouwd.

“Eindelijk”, glundert Auke Bijlsma. Hij is een van de buurtbewoners die in de jaren zeventig altijd actie heeft gevoerd tegen de grote bouwplannen van de gemeente. “Dat blok beton is voor ons altijd een voorbeeld geweest. We schrokken ons rot toen het er eenmaal stond. Opeens werd pijnlijk duidelijk hoe de binnenstad er uit zou gaan zien als de kantoorbouw verder zou oprukken.”

Piet Zanstra: “Ik moet nog maar zien dat er iets beters voor in de plaats komt”. Dat is aan architect Teun Koolhaas. Op de plaats van het Maupoleum mag hij het nieuwe onderkomen voor de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en een filiaal van Albert Heijn ontwerpen. Het nieuwe gebouw wil hij “laten reageren op de omgeving”. De Jodenbreestraat zal weer smaller worden. Het Maupoleum zal, zo vreest hij, met de grond gelijk worden gemaakt.

Nu wonen nog zo'n vijftig studenten in de betonkolos die bijna de halve Jodenbreestraat beslaat. Nadat de universiteit in april vorig jaar vertrok, richtte de Stichting Ad Hoc Beheer er studentenwoningen in. Begin 1994 zullen zij plaats moeten maken voor de slopers. Over een ding zijn de meeste studenten het altijd eens geweest: je kunt beter wonen in het Maupoleum, dan dat je er tegenaan moet kijken. “Onzin”, vindt Zanstra. “Het heeft misschien een kwastje nodig.”