Fietsen rond Schagen

De fietsroute "Schagerkogge' van Frans Diederik en Evert van Ginkel (ISBN 90 73 104 10 6) is te koop bij de VVV in Schagen (02240-98311) en de ROB in Amersfoort (033-634233), waar ook informatie over andere TRAP-routes verkrijgbaar is.

Een strijd om droge voeten: zo zou je onze vaderlandse geschiedenis in een zin kunnen samenvatten. Sinds de middeleeuwen zijn de waterschappen in de weer geweest om met dijken, duinen en gemalen het water op afstand te houden. Langs een aantal overblijfselen van dit gevecht tegen het water heeft de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in de streek rond Schagen een fietsroute van 37 kilometer uitgezet.

De TRAP-route (Touristisch Recreatief Archeologisch Project) voert langs overblijfselen van het prehistorische en middeleeuwse landschap, vooral terpen en dijken. Terpen is een groot woord. Meestal zijn het niet meer dan lage heuveltjes in het weiland, net groot genoeg voor een boerderij met erf. Ook de middeleeuwse dijken, die nog steeds de slingerende loop van veel wegen bepalen, steken nauwelijks boven de weilanden uit. Na het lezen van de routebeschrijving blijkt een onopvallende verhoging in het weiland een plek te zijn die al in de Romeinse tijd werd bewoond.

De kop van Noord-Holland, nu een keurig geordend "typisch Hollands' landschap met kaarsrechte sloten, verre einders en eeuwige tegenwind, was 5000 jaar geleden een door stormvloeden geteisterde woestenij met onbewoonbare moerassen. Het land moet er ongeveer zo hebben uitgezien als nu het Verdronken Land van Saeftinge in Zeeuws-Vlaanderen, doorsneden met kreken en bezaaid met veenbulten.

Vroeger waren archeologen voornamelijk geinteresseerd in de resten van de materiele cultuur, zoals aardewerk, huisresten en gebruiksvoorwerpen; de laatste decennia richt de wetenschap zich meer op de vraag hoe de mens in zijn omgeving wist te overleven. Aanvankelijk bewoonden de Noord-Hollandse boeren alleen natuurlijke hoogten langs de kreken. In de tiende eeuw begonnen zij sloten te graven om de afwatering van de soppige hoogveenbulten, die het grondwater als een spons vasthielden, te verbeteren. Het water in de bovenste veenlaag stroomde weg, die daardoor geschikt werd voor landbouw. Maar door inklinking daalde het niveau van het veen, zodat na verloop van tijd de boeren weer tot hun knieen in de modder stonden. De sloten moesten verder worden uitgediept, het veen klonk nog meer in en de grond werd weer drassig. Die cyclus herhaalde zich tot het maaiveld was gezakt tot beneden het niveau van het buitenwater. Sloten graven hielp toen niet meer. Voortaan moesten dijken en terpen uitkomst bieden. De basis van het huidige landschap was gelegd.xp Na Schagen gaat de weg in een boog naar het Westen, naar de dorpjes Haringhuizen, Lutjewinkel, Kolhorn en Barsingerhorn.

Hoewel langs de route zuilen staan opgesteld met informatie, is de TRAP-gids onmisbaar om te begrijpen waar je doorheen fietst. Veel van de veranderingen hadden echter beter kunnen worden uitgelegd aan de hand van kaarten, dan alleen met tekst. De routebeschrijving is niet altijd even duidelijk. In de bakstenen buitenwijken van Schagen is een verkeerde afslag snel gemaakt. Maar dat is eerder op het conto van de stedebouwkundige ontwerpers van de laatste dertig jaar te schrijven, dan op dat van de auteurs van de gids.

    • Ger Wieberdink