Embargo moet junta Hati overtuigen dat het menens is

MEXICO-STAD, 17 JUNI. Met de nieuwe sancties tegen Hati heeft de internationale gemeenschap de druk op de militaire junta om tot een herstel van de democratie te komen nu tot een maximum opgevoerd. Alleen een militaire interventie zou nog verder voeren. Gisteren stemde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties unaniem voor een compleet embargo tegen Hati, indien de machthebbers in het land niet binnen één week aanstalten maken tot een serieuze dialoog die zal leiden tot de terugkeer van de verdreven president Jean-Bertrand Aristide.

Het door de Veiligheidsraad voorgestelde embargo houdt in dat niemand meer olie en wapens mag leveren aan Hati en dat alle financiële transacties met het land moeten worden beëindigd, met uitzondering van humanitaire hulp. “Hati is nu op een belangrijk kruispunt aangekomen”, zei gisteravond de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Madeleine Albright. En Canada liet weten al een oorlogsschip klaar te houden om het embargo te controleren.

Een olie-embargo tegen Hati kan de doodssteek betekenen voor het heersende regime, ofschoon het nog maar de vraag is of dit op zeer korte termijn al het geval zal zijn, zoals de verbannen president Aristide zelf zegt te verwachten. Volgens diplomaten in Port-au-Prince zouden de militairen de afgelopen tijd de olievoorraad tot op het maximum hebben aangevuld. Daarbij spelen leveranties vanuit de vrije markt in Rotterdam een belangrijke rol. Bepalend voor het succes van het embargo zal dan ook zijn dat alle VN-lidstaten de resolutie ditmaal wel met daden zullen steunen. Europese landen als Frankrijk en Nederland kunnen zich hier fatsoenshalve niet aan onttrekken.

Een door de VN gesponsord embargo zal dan ook een volkomen andere uitwerking hebben op Hati dan het al enige tijd geldende handelsembargo van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Het OAS-embargo is feitelijk niet meer dan een morele verplichting voor de aangesloten staten. Landen buiten het OAS-verband, zoals die van de Europese Gemeenschap, hebben zich weinig van het embargo aangetrokken, ondanks diplomatieke pressie van onder andere de Verenigde Staten.

Maar zelfs met de hele internationale gemeenschap geschaard onder de VN-vlag en eendrachtig gekeerd tegen het regime, is het nog maar de vraag of de militairen in Port-au-Prince nu eieren voor hun geld zullen kiezen. Eerdere dreigementen blijken geen uitwerking te hebben gehad. De coupplegers van september 1991 hebben dan ook veel te verliezen. Sinds de staatsgreep zijn vermoedelijk enige duizenden mensen in Hati vermoord en bloeit de smokkel van verdovende middelen en andere contrabande als nooit tevoren. Het zijn ook deze twee feiten die president Aristide zo onverzoenlijk maken ten opzichte van de coupplegers, die hij niet helemaal ten onrechte “een ordinaire misdadigersbende” noemt.

Het Hatiaanse parlement leek eerder deze week een, sterk geclausuleerd, herstel van Aristides presidentschap mogelijk te willen maken. Maar de VN lijken genoeg te hebben van de omtrekkende bewegingen van de militairen en hun politieke handlangers. Het politiek onbelangrijke, maar humanitair zo schrijnende probleem Hati moet de wereld uit. En in Port-au-Prince zelf worden al angstig vergelijkingen met Somalië getrokken.

Woninginrichting: doe-het-zelf

    • Reinoud Roscam Abbing