EG maakt eind aan telefoon-monopolie

LUXEMBURG, 17 JUNI. De Europese telecommunicatiemarkt wordt per 1 januari 1998 opengesteld voor concurrentie. Daarmee komt een einde aan de monopolieposities van de nationale telecommunicatiemaatschappijen. De ministers van telecommunicatie van de twaalf EG-lidstaten hebben dit gisteren in Luxemburg besloten.

Portugal, Ierland, Griekenland en Spanje krijgen langer de tijd om hun telecommunicatiemarkt te liberaliseren. Zij moeten hun monopolies uiterlijk in 2003 hebben opgeheven. Landen met een kleine telecommunicatiemarkt, zoals Luxemburg, krijgen tot uiterlijk het jaar 2000 de tijd om hun markt te openen.

Van de overige lidstaten van de EG is Groot-Brittannië de enige die al zijn telefoonmarkt al opengesteld heeft voor concurrentie. In april deed de Europese Commissie voorstellen tot liberalisering van deze markt.

Het besluit betreft de zogenoemde "vocale telefonie', ofwel gewone telefoongesprekken. De markt voor andere vormen van telefonie, zoals faxen, zijn al eerder geliberaliseerd. Telefoongesprekken maken 80 procent uit van de telefoonmarkt.

Het meeste verzet tegen de liberalisering kwam gisteren van de armere lidstaten die vrezen dat hun telefoonmarkt bij snelle opening binnen korte tijd volledig zal worden beheerst door buitenlandse maatschappijen. De Franse minister van telecommunicatie, Gérard Longuet, waarschuwde gisteren dat als landen kiezen voor uitsel tot 2003 “zij het risico lopen per stoomtrein te reizen, terwijl andere landen in de TGV zitten”. Volgens zijn Deense collega Arne Melchior, die de bijeenkomst voorzat, gaat het niet om het creëren van “een Europa van twee snelheden”. “Deze landen hebben gewoon meer lucht nodig om adem te halen en dit uitstel moet dan ook als positief worden beschouwd.” (AFP)