Cultuur à la carte

Mijn zoontje heeft een dromenvanger boven zijn bed hangen. Het is een met reepjes leer versierd cirkeltje, waarbinnen dunne touwtjes zijn gespannen in de vorm van een spinneweb. Een cadeautje van zijn vader, meegenomen van een reis naar het Sioux-reservaat in South Dakota. Mijn zoontje was zeer onder de indruk van het potentieel van dit voorwerp: “Kan die echt de slechte dromen tegenhouden en de goede doorlaten?” Maar ook een beetje wantrouwig: “Hoe kan dat dan? Hoe doet-ie dat?” We zeiden toen dat de dromenvanger alleen werkt als je erin gelooft, maar dat hij niet teleurgesteld moest zijn als er eens een nare droom doorheen slipte, want dromenvangers doen ook alleen maar hun best.

Voor de Indianen (Native Americans luidt de correcte benaming) vormt de verkoop van dit soort folkloristische hebbedingetjes een belangrijke bron van inkomsten, geheel in de sfeer van het uitvoeren van regendansen voor toeristen. Onschuldige praktijken, dacht ik altijd, totdat ik vorige week een stuk las over een groep radicale Indianen die zich boos maakte over de verkoop van beeldjes van dansende Navaho-beren in New Mexico. Deze dansende zwarte beren hadden niets met de Navaho-cultuur te maken; het was een gefabriceerd symbool! Tegen de verkoop van cultuurgetrouwe parafernalia, zoals dromenvangers, geestenverdrijvers, vredespijpen, maakte deze radicale groep trouwens ook bezwaar, want dat betekent ontheiliging van de symboliek.

Bij nader inzien kan ik me wel iets voorstellen bij deze protesten. De zeggingskracht van een cultuur verpietert als iedereen met de symbolen ervan op de loop gaat. Ik ken bijvoorbeeld iemand die erg genteresseerd is in Indiaanse rituelen. Hij heeft een tijdje bij de Pueblo-Indianen rondgehangen en later in zijn eigen tuin (in een gewone Amerikaanse voorstad) precies zo'n zweethut gebouwd als ze daar hebben. Nu gaat hij daar regelmatig in zitten met het hele gezin, stookt een houtvuurtje en voert een geestelijk reinigingsritueel uit, terwijl in één moeite door eventuele kwade geesten verjaagd worden. Het is niet zozeer een kwestie van bekering tot de een of andere natuurgodsdienst alswel het uitspelen van een fascinatie, die zonder twijfel te goeder trouw is maar tegelijk ook iets vrijblijvends heeft.

Geen enkele cultuur of religie ontsnapt aan de commercialisering van haar symbolen. De bedevaartplaatsen van de katholieke kerk zijn vergeven met souvenirwinkels waar je toepasselijke Mariabeeldjes, rozenkransen en wijwaterbakjes kunt kopen. Ik geloof niet dat de katholieke kerk er principieel op tegen is dat deze objecten van devotie in handen van ongelovigen vallen. Hoewel ze mogelijk wel bezwaren zou maken tegen commerciële massaproduktie van monstransen met namaakhosties of bisschopsgewaden in kindermaatjes.

De vrijhandel in culturele en religieuze symbolen is ook een gevolg van multiculturalisme. In dit nieuwe ideaal van Amerika is de metafoor van de smeltkroes vervangen door die van de slabak, waarin de afzonderlijke ingrediënten broederlijk naast elkaar liggen, mét behoud van identiteit. Op de scholen wordt ijverig gewerkt aan de vervolmaking van dit slabak-idee. Dit betekent vooral veel braderie-achtige evenementen met eten uit diverse culturen (mijn erwtensoep en andijviestamppot vonden gretig aftrek de laatste keer) en onvermijdelijk de nodige stereotypen: ik kon de klompen nog net buiten de deur houden (die verving ik door fietsen), maar zonder tulpen en molens ging het niet. Tegen Kerstmis kwamen de kinderen niet alleen thuis met de klassieker "Santa Claus is coming to town', maar ze zongen ook "Hanukkah, Hanukkah, seven points of light', waar ik toch wel verbaasd over stond. Het had er veel van weg dat de joodse godsdienst getrivialiseerd werd tot een niveau van klompen en molentjes. Of orthodoxe joden daarop zitten te wachten lijkt me sterk de vraag, maar goed, dat is nu eenmaal de teneur van het multiculturalisme.

Dat er vanuit sommige culturen zelf wel degelijk aversie bestaat tegen het zonder aanzien des persoons uitventen van symbolen merkte ik laatst, toen ik in een kraampje op straat een t-shirt zag hangen. Het was bedrukt met Egyptische figuren in die typische houding, zoals ze altijd op de schilderingen in piramides staan. Met authenticiteit had de afbeelding niets te maken, maar het zag er wel leuk uit. Er hing alleen extra large, dus ik vroeg de verkoper naar een exemplaar in medium. Dat had hij niet en hij legde ook geen animo aan de dag om de stapels te gaan doorzoeken. Pas later begreep ik zijn gebrek aan enthousiasme om er een aan mij te verkopen. Het was een black pride t-shirt! Volgens de radicale zwarte geschiedschrijving behoorden de oude Egyptenaren tot het zwarte ras. Dat de perfide Grieken later alles gestolen hadden van de Egyptenaren was al erg genoeg; ik als 20ste-eeuwse blanke diende voortaan met mijn tengels van hun Egyptische wortels af te blijven.

Een beetje gepikeerd was ik wel. Ik ben niet iemand die Shivabeeldjes op de schoorsteenmantel zet, of moslim-gebedskettinkjes aan de muur hangt, maar een zwart monopolie op de oude Egyptenaren gaat me wat ver. Wat voorbij is, is van iedereen. De Italianen protesteren ook niet tegen Romeinse toga-feestjes op Amerikaanse campussen.

Intussen wordt wel duidelijk wat een trivialiserende werking het multiculturalisme heeft op wat eens authentieke cultuuruitingen waren. Toch zijn het niet alleen exotische culturen, zoals die van de Indianen, die hun symbolen zien verwateren. De jaarlijkse processie in Maastricht, waarin heiligenbeelden meegevoerd worden, trekt duizenden belangstellenden langs de kant van de weg en die belangstelling is zeker niet speciaal van devote aard. Het is meer zoals je naar een carnavalsoptocht gaat kijken. Degenen die uitgekeken zijn op recht-op-en-neer seks grijpen naar het handboek van de Kamasutra. Wie oorbellen te gewoontjes vindt, gaat zijn lichaam op allerlei andere plekken doorboren in de traditie van ik weet niet precies welke natuurvolken.

Multiculturalisme is zo kitscherig als je het maar verzinnen kunt. Het protest van de zuiveren in de leer is begrijpelijk, maar zal nergens toe leiden. En misschien is het maar goed ook dat de commercie hier en daar de angels uit culturen en religies haalt, zodat er uiteindelijk alleen bijgeloof overblijft. Dertig jaar geleden hing er een kruisbeeld boven mijn bed. Mijn kind heeft nu een dromenvangertje. Symbolen sluipen overal binnen.

    • Beatrijs Ritsema