Bosbouwers Scandinavië in de klins met activisten; Strijd over de vraag wat "duurzaam bosbeheer' in praktijk moet inhouden

SUNDSVALL/JAÄMSNKOSKI, 17 JUNI. Pas na twee dagen leek de aap uit de mouw te komen. Voor de zoveelste keer gevraagd naar de reden voor de Europese persreis naar de bossen van Zweden en Finland bracht een bosbouwkundige opeens de dodenlijst ter sprake. De jonge Finse milieubeweging meent dat alleen de versnelde dood van een aantal bosbouwers de Finse naaldwouden kan redden en sinds enige tijd circuleert er nu een lijst van bosbouwers die voor vervroegd uittreden in aanmerking komen.

Het toonde aan hoezeer de waanzin in de milieubeweging had toegeslagen, vonden de bosbouwers. Des te erger dat de media zich door de activisten laten benvloeden: velen geloven nu echt dat de natuur in Scandinavië een fatale slag wordt toegebracht door de bosbouw. De noordelijke bosbouwers, gesteund door de CEPI (de Confederatie van de Europese papierindustrie, een Brusselse lobbygroep) hadden daarom besloten zich niet langer door doorgedraaide activisten en journalisten in de verdediging te laten drukken en waren nu zelf een offensief begonnen.

Terug in Nederland blijkt er meer aan de hand. Vorig jaar oktober heeft het Wereld Natuur Fonds de milieu-effecten van de bosbouw in streken met gematigd klimaat geanalyseerd en vastgesteld dat Europa, Canada en de VS op het punt staan de laatste restjes "primair bos' (oerbos) in papier, pulp of planken om te zetten. De kwaliteit van deze bossen loopt sterk terug omdat oud bos steeds meer plaats maakt voor onnatuurlijk, soortenarm produktiebos. Van duurzaam bosbeheer was geen sprake.

Vier weken geleden bleek dit in Kuala Lumpur tijdens de conferentie over het beheer van het tropisch regenwoud opeens de voornaamste hinderpaal om de internatioale overeenkomst over tropisch hout (ITTA) verlengd te krijgen. De overeenkomst uit 1983 loopt volgend jaar af, maar landen als Maleisië en Indonesië dreigen niet in te stemmen met verlenging van het akkoord voordat ook de landen met gematigd bos zich binden aan de voornaamste doelstelling ("Target 2000'): na 2000 alleen houtkap uit duurzaam beheerde bossen.

Last-but-not-least wordt er dezer dagen, nota bene in Helsinki, een ministersconferentie gehouden over het Europese bosbeleid. Duurzaam bosbeheer, bescherming van de biodiversiteit en aanpassingen aan klimaatsverstoringen zijn de voornaamste onderwerpen. Vooruitlopend daarop hebben lokale en internationale milieuorganisaties (zoals Greenpeace) zeer ongunstige rapporten over de Zweedse en Finse bosbouw uitgebracht. Van alle moderne beheersmaatregelen zou in de praktijk bitter weinig terecht komen en nog steeds worden grote hoogvenen gedraineerd en omgezet in bos.

Stuk voor stuk gebeurtenissen die de Scandinavische bosbouwers en papierfabrikanten buiten de discussies hielden. Het ging er alleen om meer publieke belangstelling voor de noordelijke bossen te krijgen en aan te tonen dat de media een verkeerd beeld gaven van de bosbouw daar.

Acht journalisten uit Duitsland, Engeland, Frankrijk en Nederland, de voornaamste exportbestemmingen van de noordse bosbouwprodukten, konden dat zelf bekijken. Ze kregen een welgekozen illustratie bij een uitgebalanceerd verhaal, dat begrepen ze ook wel. Er waren wonderlijk lange reizen voor nodig om de schitterende stukjes natuurvriendelijke bosbouw in beeld te krijgen, en thuis bleken vakantiegangers er moeiteloos dia's van Zweedse en Finse maanlandschappen tegenover te plaatsen. En verhalen over meren die door lozingen van de tientallen pulp- en papierfabrieken waren veranderd in stinkende poelen.

De wandelingen door het noordelijke naaldwoud kon niet meer bewijzen dan dat ook de Zweden en Finnen goed weten hoe duurzame bosbouw eruit ziet of zou kunnen uitzien. "Duurzaam' (sustainable) is, sinds de Rio-conferentie van vorig jaar en de discussies over de produktie van hardhout in de tropen, het voornaamste trefwoord in de moderne bosbouw. Een goede definitie van het begrip, vooral bekend van het Brundtland-rapport Our Common Future (1987), ontbreekt nog steeds, en zo is onduidelijk of duurzaam bosbeheer alleen de oorspronkelijke plante- en diersoorten in stand moet houden of dat complete ecosystemen bewaard moeten blijven.

Hoe dan ook: veel Zweden en Finnen menen dat hun moderne bosbouw duurzaam is. De laatste decennia neemt het bosareaal èn het volume van de houtopstand (per hectare) voortdurend en onbetwist toe (dat geldt trouwens voor heel Europa) en de in Scandinavië aangeplante of gezaaide boomsoorten bestaan, anders dan in Spanje, Portugal en Engeland, uit de daar oorspronkelijk voorkomende soorten: den, spar en berk. Bovendien zijn de omlooptijden van het Scandinavische bos zo hoog (60 tot 120 jaar) dat op den duur bossen ontstaan die weinig verschillen van de natuurlijke vegetatie in eindstadium, die van nature soortenarm is. De natuurlijke verjongings-snelheid van het noordelijke bos, door branden en stormen, is van dezelfde orde van grootte als de omlooptijden in de bosbouw.

De gemiddelde omlooptijd is te kort om àlle soorten van de natuurlijke climax terug te krijgen, geven de bosbouwers toe, er ontbreken een aantal korstmossen, schimmels en insecten. Na 100 jaar zijn er nog te weinig dode bomen in een produktiebos. Anderzijds betreft het hier "minder belangrijke soorten' (hetgeen nu juist de natuurbeschermers betwisten).

Moderne, duurzame bosbouw is, zo vertellen de bosbouwers, zwaar gemechaniseerd maar kleinschalig en afwisselend, biedt ruimte voor spontane opslag en gaat gepaard met bescherming van markante bomen en behoud van een zeker aantal dode stammen. Moderne bosbouw gaat zonder pesticiden en bijna zonder kunstmest, hoewel ammoniumnitraat de houtopbrengst aantoonbaar verbeteren zou. Maar de wet stelt beperkingen aan het gebruk.

Goedbeschouwd kan het ook zonder kunstmest: in de noordelijke bosbouw blijven boomstronken, boomtoppen en takken op de kapvlakte achter en bij de huidige lange omlooptijden kan de natuurlijke verwering voldoende nieuwe mineralen aanvoeren. Dat is juist het fundamentele verschil met de tropen: spontaan herstel van een geveld regenwoud komt niet voor.

Voornaamste boodschap van de bosbouwers: onze bosbouw is met natuurbescherming te combineren en maak je niet druk over primaire bossen of oorspronkelijke bossen, die zijn er allang niet meer.

Het gaat de laatste jaren zakelijk zéker niet goed in bosbouw en papierindustrie. Er is een overproduktie en de papier- en pulpprijzen liggen lager dan ooit. In de huidige recessie groeit de papiervraag minder dan geraamd en veel grote pulp- en papierfabrieken in Scandinavië draaien de laatste jaren maar op 85 procent van hun vermogen. Van winst is dan vaak geen sprake meer. Een bosbouw- en papieronderneming als het Zweedse SCA (bekend van luierfabrikant Mölnlycke) heeft zich de laatste drie jaar van ruwweg de helft van haar bosarbeiders (meestal loonwerkers die hun eigen machines meenemen) moeten ontdoen. De Finse particuliere bosbouwer/rundveehouder die zijn 70 hectare bos aan de pers laat zien heeft sinds 1990 geen boom meer gekapt. De houtprijzen zijn te laag.

De recessie is niet het enige probleem. Ook het succes van de papierrecycling begint bosbouwers en pulpindustrie zorgen te baren. Niet alle sprekers zeiden het even expliciet, maar Jan Remröd, hoofd van Zweedse Pulp en Papier Associatie, noemt het oudpapier rechtstreeks "een bedreiging'. Een bedreiging die de industrie noodgedwogen zelf in stand houdt. Men put kalmte uit het gegeven dat er technische grenzen zitten aan de papierrecycling: luiers, WC-papier en archiefstukken komen niet terug en houtvezel die vaker dan zeven keer door de papiermolen gaat heeft geen kwaliteit meer. De behoefte aan verse vezel blijft altijd bestaan. Als het recyclen de markt gaat bederven wordt het misschien verstandig oudpapier in energiecentrales te verbranden, meent Remröd. Voor het broeikaseffect maakt dat niet uit.

Andere donkere wolken worden door de EG richting Scandinavië geblazen. De EG heeft een reeks maatregelen in voorbereiding die de afzet van papier en karton in gevaar kunnen brengen. Er is het streven naar minder verpakking te komen, er is de Duitse Altpapierverordnung en het Belgische voorstel voor een eco-tax: een extra heffing op grondstoffen die onvoldoende gerecycelde bestanddelen bevatten.

Dan is er Rusland dat, in heftige deviezennood, op onverwachte momenten grote hoeveelheden pulp tegen stuntprijzen op de Europese markt brengt waardoor die markt soms maandenlang verstoord is. “Niet echt gevaarlijk, maar heel hinderlijk.”

Goedbeschouwd, vertelt bosbouwkundige en oud EG-ambtenaar Fred Hummel, goedbeschouwd is de toekomst van de noordelijke bosbouw en pulpindustrie in de laatse veertig jaar niet zo ongewis geweest als nu. Wat is er al niet aan onzekerheden: niemand weet of en hoe de bosbouw in Rusland zich herstelt en hoeveel hout en pulp een economisch groeiend China kan opnemen. Worden er binnenkort beperkingen gesteld aan de zeer grootschalige en vernielende bosbouw in de VS en Canada, waar nog veel primair bos tegen de vlakte gaat? Zal de nagestreefde braaklegging van landbouwgrond in de EG inderdaad leiden tot een substantiële groei van de bossen in de EG? Ten slotte: zal de zure regen, die nog geen aantoonbare schade aan de Scandinavische bossen heeft aangericht, uiteindelijk ook de noordelijke bossen aantasten?

Zoveel is zeker: er zijn te veel onzekerheden om daar in Zweden en Finland te worden lastig gevallen door ministers die een duurzamer bosbouw wensen dan de duurzame bosbouw die er nu is.