Bijna over

"Mark is een vriendelijke jongen met een gezond stel hersens. Hij neemt weinig actief deel aan de les. Hierdoor blijven zijn studieresultaten achter. Schriftelijk werk weerspiegelt dit. Hij neigt ertoe anderen van de les te houden, gedrag dat ik als ietwat hinderlijk ervaar. Omdat op korte termijn geen verbetering in zijn studiehouding is te verwachten, waardeer ik zijn vorderingen met een 5 - onvoldoende.'

Nee, deze tekst komt niet op Mark zijn rapport. Mark bepaalt zelf, wat er op zijn rapport komt. Ach, die Mark. Mark is zijn eigen meest individuele expressie van de meest individuele emotie. Is hij aardig? Misschien. Het jongmens is nauwelijks tussen brede schouderpartijen door te ontwaren. Hij is een pietsje scheel, kijkt met het linkeroog stout en het rechter waakzaam. Met het linker converseert hij met Jeroen, met het rechter houdt hij mij in de gaten. Nu niet meer. Voor de laatste weken heb ik hem in de isoleer gezet, ergens in een lege hoek. Daar heeft hij nog steeds onweerstaanbare sproeten.

De gangen zijn leeg. Ik surveilleer het linoleum. Buiten zitten, tevreden gonzend, groepjes Hollands welvaren in de zon te stoven. Het jaar draait op z'n eind. De school is opeens een stuk kleiner. De eindexamenklassen zijn al weg. De rest volgt over een paar weken.

Mark krijgt niks van mij. Mark maakt proefwerken, die ik nakijk met een ijskoud neutrale norm ernaast. Het enige dat ik doe is het gemiddelde uitrekenen. Mark stond met Pasen 5,33. Haalt Mark voor de laatste proefwerken gemiddeld 5,63 en per se geen krummeltje minder, vraag ik hem ondertussen niet meer om z'n huiswerk te laten zien dat wis en zeker een onvoldoende oplevert, dan gaat Mark over. "Gefeliciteerd Mark, gaaf, jongen, nog één jaartje maar.'

Heus, wees blij met dit boekhoudkundige onderwijs. Zolang leerlingen aan het eind van het schooljaar verdeeld worden in witten en zwarten, slagers en zakkers, overgaanders en zittenblijvers, verdient de willekeur van de rekenmachine de voorkeur boven de willekeur van de kindvriendelijke pedagoog. De messcherpe scheiding die tijdens rapport- of examenvergadering door iedere schoolklas getrokken wordt, kan het beste gebaseerd worden op gortdroge cijfers.

Maar toch. Wat zou het aardig zijn om met de botte middelen van mensenkennis en observatievermogen de 5 van Mark te analyseren. Om alle 11 docenten die Joost dit jaar les gaven, een tekstrapport te laten schrijven. Niet te zielknijperig kleuterklasserig, nee, zelfs met een poging tot kwalificeren. Zó bijvoorbeeld.

Mark kwam in de vierde met de middelen om een 8 te kunnen halen. (8 is Mark zijn meest optimale maximum - zie Blankesteijn). Er zijn onderweg, tussen september en juli, 8 minus 5,37 = 2,63 punten zoekgeraakt. Dat komt omdat hij achterin ging zitten (0,3 punt) toen hij in september het lokaal binnenstormde, en door een langdurige verkoudheid in oktober (0,4 punt).

Veel belangrijker is dat Mark van mensen houdt. Toevallig zit hij tussen enkele slimme gofen, die niet lager dan 7 kunnen halen. Tot de herfst voerde hij net zo weinig uit als z'n buren, frommelde de eerste 4 in z'n onderbewuste, dacht 'ik kan het niet' en bleef zich kostelijk amuseren (1,1 punt). Mark kreeg redelijk les, maar niet meer dan redelijk: 0,83 punt verlies. Mark blijft zitten. Wie heeft het gedaan? Waar is het goed voor?