Auto's met de schijn van een kunstwerk

De nieuwe Bugatti EB112 en de Lagonda Vignale zijn zo avantgardistisch in techniek en geraffineerd van vorm dat eigenaar en prive-chauffeur straks om de eer gaan strijden wie er mag rijden. Laptops in de rugleuning, een navigatiesysteem per satelliet, extra cilinders die in werking treden bij gasgeven, en natuurlijk veel hout en leer, voor nog geen miljoen gulden.

Het moest een tijdloze auto worden. Dat was de afspraak toen de directie van Aston Martin Lagonda Ltd en Filippo Sapino, directeur van het Italiaanse ontwerpershuis Ghia, uiteen gingen. Het resultaat _ de Vignale _ in stilte bekijkend, lijkt "tijdloos' inderdaad het enige toepasselijke adjectief. Min of meer op hetzelfde moment heeft het legendarische automerk Bugatti eveneens een vierdeurs "saloon' gepresenteerd, de EB112. De carrosserie is iets lager en scherper gesneden, maar beide auto's hebben zich losgemaakt uit de volstrekte voorspelbaarheid van de tegenwoordige vormgeving in de auto-industrie.

Het is duidelijk dat Italiaanse ontwerpers _ de EB112 is door Ital Design getekend _ een nieuwe trend hebben gezet. De Bugatti en de Lagonda Vignale zijn beide ongekend avantgardistisch in techniek en geraffineerd van vorm. Ze paren klassieke, bijna vooroorlogse vormen aan mechanisch vernuft, dat eigenlijk is weggelegd voor de volgende eeuw. Beide modellen zijn behept met de hoogst denkbare "aaibaarheidsfactor'. En wat deze merken _ Bugatti en Aston Martin _ verder mee hebben is de klank van hun namen; misschien wel de meest poetische in de geschiedenis van de auto-industrie. Het zijn nooit vette multinationals geworden, maar ze hebben veeleer het odium van hongerkunstenaars die _ ondanks zichzelf _ alleen het hoogste goed nastreven.

Aston Martin Lagonda heeft na een intermezzo van veertig jaar Ghia Design in Turijn weer in de arm genomen voor de Vignale. De laatste samenwerking dateert van 1954, toen een DB2 (een voorloper van het model waar James Bond in reed) van Engeland naar Turijn werd verscheept om er een tweezits coupe van te laten maken voor een klant in Belgie. De auto werd in 1956 voor het laatst gezien op de Grand Prix van Belgie. Lionel Martin en Robert Bramford beheerden een garage in Kensington. Aston Martin is een samengestelde naam van Aston Clinton, waar klimraces werden gehouden, en Lionel Martin die deze race in 1913 won. Het bedrijf zou een gedegen reputatie opbouwen in de racerij, maar economisch nooit echt sterk worden.

De coalitie lijkt niet helemaal toevallig. Zowel Aston Martin als Ghia zijn nu eigendom van Ford. Giacinto Ghia (1887-1944) _ grondlegger van het ontwerpersbureau _ was begin deze eeuw gespecialiseerd in de vormgeving van dure sportwagens. Beroemde latere modellen van de Ghia-ontwerpers zijn de Volkswagen Karmann Ghia (1961) en de Maserati Ghibli (1972).

De Vignale moet nog vooral worden gezien als een "studie', waarbij onderzoek wordt gedaan naar de ideale combinatie van materiaal en techniek, die borg staat voor produktie tot ver in de volgende eeuw. Eigenaar en prive-chauffeur zouden strijd moeten leveren om wie er mag rijden.

De carrosserie-delen bestaan uit met de hand gevormd aluminium. Het chassis is van staal. Als het ooit zover mocht komen, is de fabriek in staat de auto zelf te restaureren. Ford heeft een V-12 cilindermotor ontwikkeld, die overigens niet altijd volledig in gebruik is. Bij lage belasting schakelt de motor electronisch over op minder cilinders. Als het portier van de chauffeur opengaat, trekt het stuur zich terug in het dashboard en komt weer tevoorschijn als de berijder zit. Dat dashboard is uit een stuk beukehout gemaakt. Chroom komt in de Vignale niet voor, alleen nikkel, omdat het in de ogen van de ontwerpers zachter en subtieler oogt. De stoelen zijn van leer, op de vloer ligt wol. Als de chauffeur de weg kwijt is, kan hij beschikken over een navigatie-systeem via een satelliet. In de rugleuningen van de voorstoelen zitten laptop computers voor passagiers die graag wat werken.

De auto is nu naar de VS gebracht om uit te zoeken of er een markt voor bestaat. Zo ja, dan gaat de Vignale in 1996 in produktie en zullen er jaarlijks niet meer dan honderd van worden gemaakt. Over de kosten is niet veel te zeggen, maar Aston Martin schat dat hij even duur wordt als een Rolls Royce, ruim een half miljoen gulden.

Wat de Vignale en de Bugatti EB112 evenzeer gemeen hebben is hun enorme lengte. De Vignale is ruim 5.23 meter, de Bugatti 5.07 meter.

De Bugatti heeft de karakteristieke hoefvormige grill, die alle vooroorlogse auto's van dat merk hadden. De ontwerpers hebben zich verder laten leiden door analyse van andere "saloons' en race-wagens van Bugatti uit het verleden. Die zijn inderdaad te herleiden. De naad bijvoorbeeld, die van voor tot achter over het dak loopt, doet denken aan het spitse achterwerk van Bugatti's beroemdste, de 35B.

Ook de EB112 heeft een bijna zes liter, zestigkleps twaalfcilinder motor, die 455 pk's op de weg brengt en met 300 kilometer per uur erg snel is voor een vierdeurs sedan. De carrosserie is van aluminium, het chassis van koolstofvezel en de auto weegt 1800 kilo. Ook het interieur bestaat uit hout en leer. Vanaf 1995 zullen er zo'n 300 per jaar van worden gemaakt.

Bugatti's hebben altijd de schijn van een kunstwerk gehad. Wellicht omdat Ettore Bugatti's vader beeldhouwer en schilder was, net als zijn broer Rembrandt. Maar geheel anders dan de Vignale heeft Bugatti _ naar de filosofie van Ettore die na de schepping van een model meteen aan een nieuw begon _ met de EB112 geen auto voor het leven willen maken. De prijs doet dat overigens wel vermoeden: hij zal rond de een miljoen gulden gaan kosten.

    • Bram Pols